Klots - De straat in (column David Stolk)

Winschoten

Mijn dochter vroeg mij onlangs of ik vroeger weleens een tussenuur had gehad. Ietwat verbaasd keek ik haar aan. Op mijn beurt vroeg ik hoe ze aan die wijsheid kwam. Ze vertelde dat een dochter van goede vrienden ook af en toe een tussenuur had. ‘Dan gaan ze naar de McDonald’s, om te kletsen.’ Wist ze me te vertellen.

In mijn gloriedagen op eerst de WSG en later het Dollard College heb ik menig tussenuur gehad. Vanaf de bovenbouw besteedde je deze doorgaans in de kroeg. Meestal Hoppe. Op maandag ’t Pleintje. Het gevaar was dan wel dat je na het tussenuur niet meer richting de Stikkerlaan liep, maar aan de bar bleef hangen. De meeste tussenuren ontstonden door absentie van leraren. Op het krijtbord in de garderobe werden elke ochtend de absente docenten genoteerd. Op dat bord werd
het meest gekeken.

Voor de jaren des onderscheids beleefde je ook weleens een tussenuur. Meestal gingen we dan groepsgewijs de straat in. De winkelstraat van Winschoten. We hingen wat rond en kochten af en toe een patat-met of frikadel bij Wimpy en later Quick restaurant. Soms ook een Slush puppie. Op vrijdagavond is er koopavond. Naarmate de bovenbouw naderde, gingen wij ook op deze avond de straat in. Wij ontdekten meisjes en sigaretten. Dan gingen we ook even naar Carambole. Poolen of gewoon hangen op één colaatje.

De laatste jaren staat er steeds meer leeg in de straat. De Langestraat is nog steeds lang, maar van winkel naar winkel slenteren is steeds vaker meer dan twee passen. Vorig jaar organiseerden mijn goede vriend en ik een voorstelling in De Klinker. Over voetbal. Wij hadden twee gasten uitgenodigd uit het westen. Henk Spaan en Marcel van Roosmalen. Laatstgenoemde vereerde Winschoten een paar dagen later met een column. Onder andere over de lege etalages. Hij schreef geen onwaarheden. Hij benoemde. Velen zagen hem als een kwal uit het westen.

Over een paar jaar gaat mijn dochter naar het voortgezet onderwijs. Steeds meer ga ik mij zorgen maken over haar gang naar onafhankelijkheid. Daarbij helpen mijn eigen ervaringen natuurlijk niet. Ik maakte het bont. Soms te bont. Toen mijn vader twee dagen eerder vrij wilde vragen voor mij om op vakantie te kunnen, kreeg hij nul op het rekest. Ik was te vaak ongeoorloofd absent geweest. Natuurlijk valt het op als je een tweede uur van een blokuur niet meer op komt dagen.

Mijn vrouw en dochter gaan nog weleens de straat in. Ik nooit meer. Ik ga direct naar de kroeg. Zo ben ik opgevoed, denk ik. Thuis vroeg ik aan mijn vrouw wat zij deed in haar tussenuren. Zij vertelde dat ze dan haar huiswerk voor de volgende dag alvast ging maken of het geleerde nog eens ging overkijken. Een paar dagen later begon mijn dochter er weer over. ‘Was er vroeger nog geen McDonald’s?’ Ik vroeg haar wat zij zou doen in een tussenuur. Ze dacht diep na en zei: ’LOL-ballen
kopen of naar de dierenwinkel.’ Het duurt gelukkig nog een paar jaar.


Auteur

Arjan Brondijk Redacteur