Bant trots op urnenmuur

BANT De begraafplaats in Bant heeft sinds kort een urnenmuur. Daarmee is een wens uit 2008 eindelijk in vervulling gegaan.

‘Maar we hebben nu wel echt iets moois staan’, zegt Thijs Kramer, een van de leden van de plaatselijke Urnencommissie die de voorziening gerealiseerd heeft. De commissie werd op de nieuwjaarsbijeenkomst al gecomplimenteerd met de plaatselijke Duim voor haar werk. De eerste plannen voor een urnenmuur op de begraafplaats dateren namelijk al van 2008.

Toen werd door Dorpsbelang een commissie in het leven geroepen die ervoor moest zorgen dat er op de begraafplaats in Bant een urnenmuur - of tuin gerealiseerd kon worden. Aanvankelijk leek dat snel te kunnen, maar financieel kwam het niet rond. Uiteindelijk werd er zelfs subsidie aangevraagd uit het Leaderproject, maar in 2011 werden alle toezeggingen vanwege bezuinigingen ingetrokken.

De roep om de voorziening bleef, waarop de commissie in 2016 nieuw leven ingeblazen werd. Er kwam steun van de gemeente Noordoostpolder die de materialen leverde voor de uitvoering van het ontwerp van de commissie. Het dorp zou met zelfwerkzaamheid de voorziening bouwen, waarmee alle financiële hobbels genomen waren.

Tegenover de ingang van de begraafplaats staat een urnenmuur met twee schuine muren, met nisjes die plaats bieden aan tien urnen. ‘We kunnen de capaciteit verdubbelen door de muur hoger te maken’, vertelt Kramer. ‘En we zouden ook nog een urnenkeldertje kunnen maken, zodat er in de toekomst plek is voor 36 urnen.’ Verder is er een klein veldje ingericht dat in de toekomst als strooiveld gebruikt kan worden.

Een mooi pad door het bos vanuit de Bantsiliek naar de begraafplaats moet de voorziening helemaal af maken. De commissieleden Jan Tip, Jacqueline Meijaard, Arjen Osinga en Kramer zijn trots op de urnenmuur. ‘De muur heeft ook een prachtige plek. Het zonlicht valt er heel mooi op. Het heeft even geduurd, maar we hebben nu ook wat moois staan, dankzij de inzet van het dorp en in het bijzonder de vrijwilligers Rob van Steen en Leo de Waal.’

Cees Walinga