Ecologische waarden Polderhoofdkanaal zijn verbeterd

Nij Beets

Uit de jaarlijkse monitoring blijkt dat dit jaar de ecologische waarden in het Polderhoofdkanaal (PHK) zijn verbeterd. Ook in de compensatiegebieden is een vooruitgang te zien. De monitoringscommissie geeft in haar advies aan de colleges van Smallingerland en Opsterland aan, dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de openstelling voor 2018.

Ook kan volgens de monitoringscommissie de vaardiepte met 10 centimeter worden vergroot. Er is sprake van een lichte toename van watervegetatie, zoals Krabbenscheer en Glanzend fonteinkruid. Ook horstvormende planten, welke belangrijk zijn voor de gestreepte waterroofkever, breiden zich beperkt uit.

Daarnaast beginnen de compensatiegebieden zich ecologisch te ontwikkelen. Een aantal planten is actief ingebracht, maar ook spontane ontwikkeling is aanwezig. De gestreepte waterroofkever handhaaft zich op verschillende locaties in het PHK en de nevengeul en er is een lichte toename in de compensatiegebieden.

Wethouder Rob Jonkman: ,,Ik ben verheugd dat uit het advies van de monitoringscommissie blijkt, dat er geen vaarbeperkingen zijn als het gaat over de openstelling van het Polderhoofdkanaal. Het gaat goed met de ecologische waarden.'' Naar verwachting zal het Opsterlandse college volgende week besluiten om de pleziervaart vanaf 15 mei door het Polderhoofdkanaal te laten varen. Daarmee zou het kanaal dezelfde openingstijden krijgen als de Turfroute.

Uit de conclusies van de monitoringscommssie:

Groot blaasjeskruid komt maar hier en daar voor in het kanaal, maar is in vergelijking met de nulmonitoring wel iets toegenomen. Glanzig fonteinkruid liet vorig jaar nog een afname zien, maar in 2017 is de totale bedekking in het PHK weer vrijwel gelijk aan de bedekking tijdens de nulmonitoring.

Meest voorkomende drijvende waterplantensoort in het PHK is evenals in de voorgaande jaren de Gele plomp, over de gehele lengte van het kanaal. Witte waterlelie komt met name in zuidelijk deel van PHK voor. Langs de oevers zijn beide soorten op verschillende plaatsen dominant aanwezig. Opvallend is dat Gele plomp na de nulmonitoring eerst is afgenomen, maar in de jaren daarna telkens weer wat is toegenomen. In 2017 is de totale bedekking in het PHK weer vrijwel gelijk aan de bedekking tijdens de nulmonitoring. In totaal is over het gehele PHK de bedekking met Witte waterlelie licht toegenomen in vergelijking met de nulmonitoring.

Kikkerbeet en Krabbenscheer zijn beide flink afgenomen qua bedekking ten opzichte van nulmonitoring. De bedekking van Kikkerbeet neemt de laatste jaren weer toe en de soort wordt op meer plekken gezien. Ten opzichte van 2016 is de bedekking van Krabbenscheer licht toegenomen. Watergentiaan komt maar heel beperkt voor in het PHK en laat sinds de nulmonitoring een lichte toename zien.

Krabbenscheer is na twee jaar niet gezien te zijn weer aangetroffen in de Kraanlannen. In het Parallelkanaal is dit jaar Krabbenscheer uitgezet. Witte waterlelie en Gele plomp komen alleen voor in de opnametrajecten in het compensatiegebied Alddjip. Beide soorten lijken zich langzaam uit te breiden. Kikkerbeet is de enige die in alle compensatiegebieden is waargenomen en heeft de hoogste bedekking in het opnametraject in de Nevengeul. 

Op verzoek van de monitoringscommissie zijn drie soorten toegevoegd aan de doelsoorten; Pluimzegge, Gele lis en Grote egelskop. De reden hiervoor is dat het grote "horstvormende" oeverplanten zijn. De Gestreepte waterroofkever overwintert wellicht in de wortelstokken van deze horsten. Verder bieden de horsten voedsel en beschutting en zijn dit bij uitstek de plekken waar de dieren zich bevinden. Gele lis en Pluimzegge zijn beide langs een groot deel van de oevers van het PHK aanwezig. Soms met zeer lage bedekking, maar op enkele plekken ook met een hoge bedekkingen tot 50%. Beide laten ook een vergelijkbaar verloop in de tijd zien; ten opzichte van de nulmonitoring is de gemiddelde bedekking in het kanaal toegenomen. Ten opzichte van 2016 is de bedekking vrijwel gelijk gebleven.

Grote egelskop komt met name in het noordelijke en middendeel voor in het PHK. Grote egelskop is sinds de nulmonitoring flink toegenomen in het PHK. Tijdens de
nulmonitoring was de soort in 57 vlakken aanwezig (13%) en nu in 144 vlakken (32%). Wel moet daarbij opgemerkt worden dat de bedekking in veel van de vlakken nog laag is.

De Gestreepte waterroofkever is in 2017 op tien locaties aangetroffen in het PHK en de compensatiegebieden. In totaal zijn op deze locaties 15 exemplaren geteld. In de compensatiegebieden Alddjip en Kraanlannen is de kever, evenals in 2016, weer waargenomen. In Kraanlannen was dit op dezelfde locatie als in 2016. In Alddjip zijn op twee nieuwe locaties enkele kevers aangetroffen. In het parallelkanaal zijn tot op heden nog geen kevers waargenomen. In de nevengeul zijn dit jaar drie kevers gevangen (op drie verschillende locaties).

In het PHK is slechts één locatie waar in alle vier de meetjaren kevers zijn gevangen. De overige locaties laten een wisselend beeld zien. Duidelijk is echter dat de kever nog altijd op verschillende plekken in het kanaal en de naastgelegen nevengeul voorkomt. Ten opzichte van de nulmonitoring is er tot op heden geen sprake van een afname van het aantal kevers. Voorafgaand aan de openstelling werd er nog vanuit gegaan dat het aantal kevers in het PHK achteruit zou gaan. Dit is (vooralsnog) niet opgetreden. Gezien de ontwikkeling van de water- en oeverplanten is er op dit moment volgens de monitoringscomissie ook geen reden om aan te nemen dat de keverstand achteruit zal gaan in het kanaal.

Daarnaast ziet de commissie een positieve ontwikkeling in de compensatiegebieden. Deze gebieden zijn relatief recent aangelegd en vooralsnog is hier de ontwikkeling van oeverplanten en overige waterplanten zeer beperkt. Er is echter wel sprake van een langzame vooruitgang. Wanneer deze ontwikkeling zich doorzet en de bedekking van waterplanten toeneemt in de compensatiegebieden zal mogelijk de Gestreepte waterroofkever hier zich ook verder uitbreiden.


Auteur

Fokke Wester Redacteur