Topjaar voor ooievaars bij Beetsterzwaag en Earnewâld

Beetsterzwaag/Earnewâld - Voor ooievaars was 2018 een fantastisch jaar. Dat blijkt uit de cijfers van ooievaarstation It Eibertshiem in Earnewâld.

In ooievaarstation It Eibertshiem werden in 2018 in totaal 26 bezette nesten geteld. Dat waren er twee minder dan in 2017, maar het aantal jongen bedroeg dit jaar 32 en dat was bijna een verdubbeling (plus 88 procent) ten opzichte van de 17 van 2017. Dat jaar werd door de vogelvolgers gekenschetst als een rampjaar. In Beetsterzwaag was de stijging nog spectaculairder. Hier waren 53 bezette nesten en er werden 107 jongen groot. De stijging ten opzichte van 2017 was daar maar liefst 328 procent.

Nuanceren

In Tytsjerk is het beeld wat constanter, want ook daar was dit jaar het aantal groot geworden jongen erg laag te noemen. Uit de 18 bezette nesten werden 10 jongen groot, tegenover de 22 nesten en 5 jongen in 2017. Een verklaring voor die lage productie is volgens het jaarverslag van It Eibertshiem niet te geven. Wel noemt Haye Folkertsma, voorzitter/ornitholoog van It Eibertshiem, het verstandig om het succes van 2018 te nuanceren. ,,Want we weten nu eenmaal dat volgend jaar het beeld volstrekt anders kan zijn.’’

Wel is zowel in Earnewâld als bij Beetsterzwaag een gestage groei van het aantal nesten te zien over de afgelopen tien jaar. In Earnewâld waren er in 2009 nog 14 nesten, vorig jaar 26. In Beetsterzwaag en wijde omgeving groeide het aantal nesten in die periode van 15 tot 53. Het aantal uitgevlogen jongen laat een grotere schommeling zien. Vanaf 2009 vlogen vanuit de Earnwâldster nesten respectievelijk 10, 15, 16, 12, 8, 42, 35, 19, 17 en 32 vogels uit. Vanuit de Sweachster nesten waren dat in diezelfde periode achtereenvolgens 21, 30, 50, 32, 27, 62, 63, 50, 25 en 107.

Steeds eerder

Ooievaars komen tegenwoordig eerder terug op hun nest dan 150 jaar geleden, zo blijkt volgens Folkertsma uit literatuuronderzoek. ,,Maar wetenschappelijk kunnen we dit niet vaststellen. In de afgelopen 10 jaar komen onze ooievaars meestal eind februari terug op hun nest en 4 keer is het al maart, met als laatste datum 5 maart (2017 en 2009). Het eerste ei is er meestal rond 1 april en onze ring-dag hangt daar weer mee samen. Gemiddeld is dit rond half juni. In 2017 was het op 9 juni en in 2013 op 29 juni, want toen was er op 1 april nog geen ei omdat het nog matig vroor.’’ Uit cijfers uit begin 19e eeuw blijkt dat in Wirdum de ooievaars pas in maart of april terugkeerden.

Het eerste ei schuift volgens de gegevens trendmatig minder snel naar voren. ,,Vanuit It Eibertshiem redeneren wij altijd dat we op 1 april het eerste ei hebben en dan dus op 1 mei het eerste jong. Dit op basis van de ervaringen van de afgelopen 35 jaar. Gemiddeld zijn onze ooievaars altijd in februari al op hun nest, maar het eerste ei is er niet altijd in maart al. Op 1 april 2013 was het -6 graden en er was nog nergens ook maar een takje op een van de nesten gebracht. En ook in 2017 waren de ooievaars later dan gewoonlijk met het eerste ei. Kortom, tussen aankomstdata en het eerste ei zit een sterk wisselende tijdsspanne.’’

Ringen

Uit de ruim 200 binnengekomen meldingen van ringen uit het buitenland blijkt dat de ooievaars niet trekken naar Afrika, maar overwinteren in Spanje. Van de buitenlandse waarnemingen komt ruim 80 procent daar vandaan. Daarnaast zijn er 10-tallen uit Frankrijk, Portugal en België. Ook zijn er 17 in Duitsland gesignaleerd, 4 in Zwitserland, 3 in Denemarken en 2 in Engeland. De verste melding komt van Guinee-Bissau (6500 km hier vandaan), daarnaast is er 1 melding uit Marokko en 1 uit Algerije. Dit zijn ook de enige meldingen uit het Afrikaanse werelddeel.

Uit meldingen uit de eigen regio kunnen de waarnemers afleiden dat ooievaars geboren in Earnewâld in Beetsterzwaag broeden en omgekeerd. Uit midden- en zuid-Friesland komen heel veel meldingen, maar boven de lijn Damwâld-Kollum komen nooit meldingen. En ook in bijvoorbeeld Gaasterland ziet men zeer zelden een ooievaar. Toch breidt het broedgebied zich in Friesland uit en voor heel Nederland geldt hetzelfde. In alle provinciën broedden ooievaars en ook op plaatsen waar ze al jaren niet meer voorkwamen.

Roerdomp

In 2015 zijn It Eibertshiem en It Fryske Gea naast ooievaars ook gestart met het beheersplan voor de roerdomp. Door de samenwerking met Vogelbescherming Nederland sluit dit naadloos aan bij het actieplan ‘Red de grote karekiet’. In het plan van VBN werd al gemeld dat de kosten voor waterriet rond de 5000 euro per hectare bedragen. Eibertshiem heeft 15.000 euro ingezet voor de aanplant van waterriet en hierdoor zijn er 32.000 rietstekjes geplant. Daarnaast moest waterriet hersteld worden en werde rasters geplaatst om de vraat door ganzen tegen te gaan. ,,We hopen dat op den duur de roerdomp, maar ook grote karekiet, baardmannetje en bijvoorbeeld porseleinhoen hiervan profiteren. Uiteraard is dit een kwestie van lange adem’’, aldus Folkertsma.

www.ooievaars.nl