Historische bouwwerken krijgen opknapbeurt

Oudega - 43 Friese monumenten ontvangen subsidie van de provincie voor restauraties. Daartoe behoort ook de monumentale boerderij aan de Opperbuorren onder Oudega.

Een aantal van de monumenten krijgt een nieuwe bestemming of een onderhoudsbeurt. Het totaalbedrag aan financiële steun om de monumenten weer bij de tijd te brengen is ruim 1,7 miljoen euro. Daarvan gaat bijna 23.000 euro naar de Oudegaster boerderij.

Takomstbestindich

Gedeputeerde Johannes Kramer is blij met de initiatieven uit de mienskip. ,,Hjirmei wurde ferskate bouwurken wer in hiel ein hinne takomstbestindich makke, sadat wy, mar ek ús neiteam genietsje kin fan ús weardefolle monuminten-histoarje yn de provinsje.’’

Een voorbeeld van een beloond plan, waarbij aanvragers een restauratie met herbestemming combineren, is de kerk in Offingawier. Deze wordt omgevormd naar cultureel en maatschappelijk dorpsgebouw. Een ander voorbeeld is een kop-hals-romp boerderij in Jannum die dienst gaat doen als bed & breakfast.

Kwetsbaar erfgoed

Torens en bepaalde specifieke kerkonderdelen zijn vaak kwetsbaar. Dit jaar krijgen dan ook zeven kerktorens en een uurwerk (Johanneskerk in Weidum) subsidie. Ook de restauratie van de bijzondere monumentale trap in de Kanselarij in Leeuwarden krijgt financiële steun van de provincie.

Rijksmonumentale molens zijn monumenten die doorlopend veel onderhoud vragen. Dit jaar krijgen 22 molens een aanvullend bedrag op de eerder verkregen Rijksbijdrage. Dit is 15% provinciaal geld bovenop de bijdrage vanuit Den Haag. Deze bijdrage geldt voor de onderhoudsperiode van 2019 tot 2024.

Erfsitiuatie

De boerderij aan de Opperbuorren-West onder Oudega is een Rijksmonument, die uitgebreid wordt beschreven in het boek Smallingerland in Beeld, een uitgave van Smelne’s erfskip uit 2010. ‘Deze boerderij heeft een geheel gave erfsituatie. Dat tref je nog maar zelden aan. Waarschijnlijk is dat (mee) de reden dat niet alleen de boerderij zelf, maar ook de bijschuur en het stookhok tot het rijksmonument behoren.’

‘De boerderij is in 1856 gebouwd op een natuurlijk zandruggetje, net iets hoger dan de omliggende huizen. De voorganger is afgebrand. De boerderij – nu in gebruik als woning/atelier – is van het kop-romp-type met zijlangsdeel en grupstal. De kop van de boerderij is van iets jongere datum dan de schuur. De bijschuur is wel van 1856, maar in 1918 verlengd en toen met kleine steunberen versterkt. Het stookhok dateert ook van 1918.’