Vogelwacht Drachten-Beetsterzwaag: paar gevallen vogelgriep

Drachten/Beetsterzwaag – Voorzitter Remmelt Hoekstra is al meer dan veertig jaar lid van Vogelwacht It Súd en omkriten Drachten – Beetsterzwaag. Hij kent de broed- en natuurgebieden in de regio door en door. Hij vertelt over vogelgriep, het afnemen van de populatie weidevogels en maatregelen die de afname kunnen tegenhouden.

‘Er zijn een paar meldingen geweest van vogelgriep in het gebied’, vertelt de 70-jarige Hoekstra. ‘Het belangrijkste advies is om direct de gemeente of dierenambulance te bellen. Raak dode vogels vooral niet aan. De dieren met vogelgriep hebben verlammingsverschijnselen en kunnen zo dood uit de lucht vallen’, vertelt de voorzitter terwijl hij in Beetsterzwaag bij het natuurgebied Van Oord’s Mersken rondloopt.

De ganzen en meeuwen zitten met grote getalen in de weilanden en velden rondom en in het natuurgebied. De verschillende geluiden van de vogels herkent Hoekstra direct. ‘Hoor, dat is een kolgans’, vertelt hij terwijl hij luistert naar een overtrekkende groep ganzen. Als voormalig politieagent met als specialisatie natuurbeheer was hij vroeger ook vanuit zijn werk al veel in natuurgebieden te vinden. ‘Ik heb altijd al veel connecties in de natuurwereld gehad’.

Met name watervogels zoals ganzen, eenden en zwanen krijgen in eerste instantie vogelgriep. ‘Je ziet het vooral in de het Waddengebied waar vogels neerstrijken tijdens hun trek naar het zuiden. De trek komt nu echt goed op gang. De vogels trekken naar warmere gebieden’, vertelt hij terwijl hij wijst naar een gebied aan de andere kant van de snelweg A7. ‘Daar zitten ‘s nachts veel ganzen op het moment. Het is braakliggende industriegrond en daar slapen ze ’s nachts. Ze voeden zich overdag op de velden. Eenden voeden zich juist vooral ’s nachts’.

Afname

De daling van het aantal weidevogels is iets wat de vogelwachten in Nederland veel bezig houdt, ook vogelwacht Drachten – Beetsterzwaag. ‘De grutto, kieviet, tureluur, kwartelkoning, graspieper en gele kwikstaart komen steeds minder voor. De populaties worden zienderogen kleiner. Vanaf 1990 is het aantal weidevogels met zeventig procent gedaald. En elk jaar neemt hun aantal nog met vijf procent af. In 1960 had je bijvoorbeeld nog 120.000 broedplaatsen van de grutto in Nederland en nu nog maar 30.000’.

Er zijn meerdere oorzaken te noemen voor de daling zoals verstedelijking, intensieve landbouw en monocultuur waardoor er minder insecten rondvliegen. De kleine boerderijen verdwijnen geleidelijk en boeren richten hun weilanden anders in. De greppels verdwijnen en ze gebruiken nog maar één soort gras. ‘En omdat de populaties kleiner worden, hebben de weidevogels ook minder weerstand tegen de roofdieren. Op de grond zijn dit de vos, hermelijn en steenmarter. Maar je hebt ook de ‘luchtmacht’ zoals de buizerd, zwarte kraai en bruine kiekendief. Normaal helpen de weidevogels elkaar bij het verdedigen van hun eieren en kuikens. Ze stijgen samen op en verjagen de aanvaller. Maar omdat hun aantallen minder worden, lukt dit niet meer’.

Oplossingen

Om de afname van weidevogels te remmen zijn er wel een aantal maatregelen mogelijk. Natuurlijk hangt het voor een deel af van de boer en hoe hij zijn land inricht. ‘Er zijn wel boeren die erg betrokken zijn bij weidevogels, zoals Durk Nijdam in Wommels, en bij de inrichting van hun land rekening houden met de weidevogels. Nijdam hoopt dat het Agrarisch Natuurfond Fryslân zijn land wil overnemen en ook meerdere geschikte natuurgebieden wil inrichten op provinciaal niveau om weidevogels te beschermen’.

Verder kan er nog schrikdraad worden aangelegd rondom weilanden waar veel nesten zitten, zo vertelt Hoekstra. ‘Op een hoogte van 60 cm zetten we schrikdraad rondom het weiland zodat vossen niet op het land kunnen komen’. Het planten van bloemenmengsels aan de randen van weilanden zorgt voor meer insecten en daardoor voor meer voedsel voor de vogels. Ook een zogenaamde plasdras – een overgestroomde greppel – trekt weidevogels en insecten aan. ‘We zien dat door deze maatregelen 78 % meer broedsels uitkomen. Zo hopen we dat we kunnen bijdragen aan het opbouwen van de populaties van grutto’s en andere weidevogels’.