Museum in coronatijd trekt ander publiek

Ook musea ontsnappen niet aan alle coronabesognes. Hoe gaan ze daarmee om? Een gesprek met Thamar Beckx van museum Dr8888.

Eenrichtingsverkeer, ontsmettingspompjes en spatschermen bij de balies. ,,Het is even niet anders’’, verzucht Thamar Beckx, die de communicatie doet bij Dr8888. Ze is vooral blij dat de museumdeuren weer open zijn. Online reserveren hoeft zelfs niet meer. ,,Behalve in de museumwoning dan. Het Van Doesburg-Rinsemahuis is veel krapper.’’

Net als veel andere musea, was Dr8888 de officiële lockdown in maart nèt een stap voor. ,,We werken veel met vrijwilligers. Die behoren vaak tot de kwetsbare doelgroep’’, vertelt Beckx. ,,Natuurlijk was het wel even schrikken. Maar al heel snel ontstond er een sfeer van: we gaan kijken wat er wél kan. Niet bij de pakken neerzitten.’’

Online-museum

De eerste uitdaging deed zich al snel aan. ,,De Bauhaus-tentoonstelling zou nog twee weken duren. Veel mensen wilden die nog zien, maar dan kon ineens niet meer’’, zegt Beckx. Ze bedacht een plan en kroop achter de camera. Een rondleiding van twee minuten deelde ze op de sociale media. Zoals de scholen ineens online-scholen werden, was ook Dr8888 nu een online-museum geworden.

Corona heeft een slinger gegeven aan de digitalisering, weet Beckx. Doordat bezoekers niet konden komen, moesten er andere manieren komen om de band met het publiek warm te houden. ,,Voor de kinderen maakten we kijkopdrachten. Bijvoorbeeld: welke beelden kun je in de wolken zien? En op Facebook en Instagram plaatsten we een kunstwerk van de week. Zo konden we de collectiestukken alsnog onder de aandacht brengen.’’

Dagjesmensen en jonge gezinnen

Toen de musea in juni weer open mochten, waren de reacties onder de vrijwilligers verdeeld. ,,Er waren mensen die al stonden te trappelen. Maar anderen zeiden: we kijken het even aan.’’ Omdat de bezetting niet altijd rond komt, gaat het museum doordeweeks pas open op donderdag. Ook werd in de eerste weken geschoven met rollen. ,,Collega’s zaten achter de balie en zelf was ik een dag suppoost. Dat was ook leuk om eens te doen. Je maakt een praatje met bezoekers en je krijgt een indruk waar ze vandaan komen.’’

En, waar komen ze vandaan? ,,Voorheen was het altijd fify-fifty. De helft kwam uit het Noorden, de andere helft uit de rest van het land. Maar door corona ging iedereen ineens in eigen land op vakantie. Daardoor hebben we ineens veel meer dagjesmensen en verblijfstoeristen. Veel jonge gezinnen, dat is hartstikke fijn om te zien.’’ Wel is het aantal bezoekers iets gekelderd, met een procentje of 10 à 20. ,,Al had ik eerst verwacht: we zitten in een leeg museum. Dus dat valt reuze mee.’’

Grote schoonmaak

Meer online dus en een nieuwe doelgroep. Maar of zo’n pandemie verder wat oplevert? ,,We zaten al heel lang te dubben over een online betaalsysteem. Maar toen kwamen de richtlijnen en was het ineens verplicht. Dus dat is nu ook geregeld.’’

Daarnaast geeft een bezoek aan het krappe depot op zolder van het voormalige klooster een ordentelijke indruk. ,,Van boven tot onder is alles goed schoongemaakt. Door de lockdown konden we eindelijk een goede opruiming doen.’’

Geen donkere wolken

Voor de rest doet zo’n virus vooral pijn. ,,Wat we echt missen zijn de schoolbezoeken. Voorheen kregen we die wekelijks. Van 4-jarigen tot pubers, al dan niet tegen hun zin.’’ Met mondjesmaat komen de schoolklassen weer langs, maar eenvoudig gaat het allemaal niet. ,,Grote groepen kunnen nu niet meer. Dus moet je de leerlingen opsplitsen.’’ Weg is ook de vaste collectie, al keert ook die over een paar week weer terug. Daarnaast hoopt Beckx dat het museum op termijn weer lezingen kan houden. ,,In het auditorium hadden we voorheen plaats voor 60 à 70 man. Al gaat dat niet meer lukken.’’

Ze doelt niet alleen op de beperkte ruimte voor een anderhalvemeterlezing. Het auditorium is simpelweg bezet. Om ruimte te winnen staat hier nu Fluffageddon van de in Drachten geboren kunstenaar Jurjen Galema. Vanaf de oplopende zaalbankjes van het auditorium kijken bezoekers uit over de soft sculptures, oftewel knuffels. Van onherkenbare schepsels tot een suïcidale Teletubby. De kunstenaar heeft zich als parttime drag queen nooit thuisgevoeld in het nuchtere Friesland, zo leert de muurtekst.

Zo droefmoedig als de gele Tubby zijn ze in het museum overigens niet. Tot dusverre heeft iedereen zich aardig door de crisis heengeslagen, weet Beckx. ,,We hebben geen afscheid hoeven nemen van collega’s of zoiets.’’ En natuurlijk, de financiële gevolgen zijn er. ,,Maar donkere wolken boven het museum? Die hangen er gelukkig niet.’’