Gezelligheid op Gorredijkster minicamping Turfhoeke

GORREDIJK Het andere Friesland. Dat is wat op minicamping De Turfhoeke in Gorredijk wordt laten zien. Maaike Ploeg en Hessel Koopmans bestieren de camping met twaalf plekken.

„De camping is helemaal volgeboekt,” vertelt Ploeg. „Ik moet wel vijf keer per dag mensen teleurstellen die willen boeken. Dat is wel een goed teken, want het geeft aan dat mensen er weer op uit gaan.”

Tegelijk worden ook op de Turfhoeke de corona-maatregelen nageleefd. „Door corona wordt de helft van wc’s en douches gebruikt. Het gaat om de panden aan de zijkant van de camping. De vakantiegangers maken het zelf ook goed schoon,” zegt Ploeg. „We hebben voornamelijk veel 60plussers te gast, zijzijn vaak al wat voorzichtiger, ook nu tijdens corona.”

De corona doet niets af aan de mooie omgeving. „De zuidoosthoek van Friesland wordt terecht Het Andere Friesland genoemd. Het onderscheidt zich van de westkant van de provincie door onder meer het coulissenlandschap en de bomen, in plaats van het weide landschap.”

Eén van de vaste gasten op de camiping is Ricky van Hout, afkomstig uit de zuidoosthoek van de provinice Noord-Brabant, ‘de brandhaard van corona’. „Dit is het zesde opeenvolgende jaar dat wij op De Turfhoeke staaan,” vertelt de vrouw met Brabantse tongval. „Elk jaar staan mijn partner en ik hier drie maanden in een aaneengesloten periode, waarbij we om de de paar weken even naar huis gaan. Je moet toch even de post bekijken en de bloemen water geven, he.”

Van Hout heeft jarenlang op een camping in Blokzijl gestaan, totdat deze dicht ging en de vakantiegangers naar een alternatieve plek moesten uitwijken. „Toen kwamen we op De Turfhoeke uit en we waren gelijk verkocht. We staan hier met drie bevriende echtparen, die overigens wel iets korter op de camping staan dan wij.”

Ricky van Hout is verknocht aan de provincie Fryslân, vertelt ze. „Je ziet elk jaar dezelfde gasten terugkomen. Zo ontstaan zelfs vriendschappen. En bij onze caravan hangt zelfs een Friese vlag. Zo fijn vinden wij het om hier elk jaar terug te komen.”