Arthur Plantinga: ‘Het beest past zich razendsnel aan’

DE WILGEN Iedereen die aan een steenmarter denkt al snel aan: veel lawaai, kapotte kabels van auto’s, stank en onthoofde kippen. Niks is minder waar. De steenmarter is en blijft een roofdier, een dier dat eigenlijk alleen maar meer in ons straatbeeld zal verschijnen.

De steenmarter is een roofdier uit de familie der marterachtigen. Hij lijkt veel op de boommarter. Het dier leeft in een groot gedeelte van Europa, en is steeds vaker ook rond woningen te vinden. Een steenmarter is zonder de staart zo’n halve meter lang. De staart van de steenmarter is meestal rond 25 centimeter lang. Steenmarters hebben een bruine vacht, een witte gevorkte keelvlek en een roze snuit

,, In principe is het gewoon een stukje natuur. Hij past zich aan aan wat hij kan krijgen op dat moment. Het zijn echte trendvogels. Het eetpartroon verandert daardoor met de mens mee. Ik vind nu zelfs wel eens koeken, brood en andere producten die gewoon in de winkel te koop zijn. Alles wat ze tegenwoordig kunnen krijgen, eten ze. Laatst was ik bij een klant, ik keek onder het dak en daar trof ik zelfs een kluif van een hond onder de dakpannen’’, vertelt Arthur Platinga van Platinga Plaagdier Beheersing uit Drachten.

Verveling

Marters schuilen veel in auto’s. Op de winterdag zijn ze ook veel op pad, als het dan koud is zoeken ze in de nacht even een tijdelijke rustplaats. Dan kruipen ze vaak onder auto’s en gaan ze uit verveling aan kabels lopen knagen. In de zomer komt het relatief minder voor dat het dier schade aan je auto toebrengt. Ze verschuilen zich ook in hokken, huizen, oude holen van andere dieren. Er zijn zoveel plekken waar die dieren de dag doorbrengen. De steenmarter heeft weinig vijanden, in gevecht met een kat zal hij zelfs winnen. Alleen een hond zal hem afschrikken, maar die zullen in de avond en nacht weinig te zien zijn.

Minstens 1500

,, We mogen de marter niet vangen en afmaken, het is tenslotte nog steeds een beschermd diersoort. Het enige dat ik doe, is het voorkomen en afbakenen van de woning. Een jaar of vijftien terug waren er amper marters, slechts een paar. Daarom werd er voor gekozen om het een beschermd diersoort te noemen. Maar nu, ongeveer vijftien jaar later plant de marter zich ranzendsnel voort. Tot ze van die rode lijst worden afgehaald hebben we het er maar mee te doen. De schattingen die worden gedaan over het aantal marters in Friesland zit ver onder het daadwerkelijke aantal. Ik denk dat we minstens 1500 steenmarters in Friesland hebben.”

„Ik had vorig jaar in één straat al vijf zogende moeders die alle drie jongen hadden. Als je dat bij elkaar optelt zit je al snel op twintig steenmarters. Veel zie je dat het territorium van de marter verandert. Vroeger liepen ze letterlijk kilometers op één avond. Tegenwoordig kunnen ze in één straat al voldoende eten vinden en blijven ze daar ook. Ook omdat er zoveel marters zijn wordt de ruimte ook beperkter. Mensen die er helemaal klaar mee zijn, adviseer ik altijd; je kunt hem vangen en doden maar er komt zo weer een ander voor in de plaats. Dat is volkomen zinsloos. Ik heb die geur nou al zovaak geroken, die geur zit in het pand. Als een steenmarter dood gaat, wordt zijn territoriumgeur niet ververst’’, aldus Arthur.

Geurspoor

,, De eerstvolgende steenmarter ruikt na een maand al dat het ander dier niet meer in zijn territorium is geweest en zo wordt de plaats in razendsnel tempo overgenomen. Het geurspoor waar die vorige marter naar binnen ging, komt de ander ook weer naar binnen. Je kunt dus het probleem alleen oplossen door je woning dicht te maken.”

„Toen de huizen tien, twintig gebouwd worden hield men geen rekening met ‘ongedierte’. Ik word zelfs gebeld door aannemers met de vraag hoe ze de beesten het beste kunnen weren. Zo schuift de populatie ook steeds op, Noord-Holland is nog redelijk vrij van steenmarters. Maar dat gaat natuurlijk ook komen, ze hebben tenslotte territorium nodig’’, voegt hij nog toe

Tom van der Wolf