Bloedspoor verraadt ontkennende Drachtster inbreker

Een Drachtster (50) hield vrijdag op de zitting van rechter Remco-Jan Maring bij hoog en bij laag vol dat hij niet degene was die geprobeerd had in te breken in een woning aan de Ra Anana in Gorredijk. De man had het bewijs tegen: er was bloed van hem in de woning aangetroffen.

In de nacht van 18 juli 2018 hadden drie mannen geprobeerd in te breken in de woning in Gorredijk, eigendom van een medewerker van een coffeeshop. De inbrekers werden overlopen door de bewoner, die kwam om een uur of 3 thuis. De inbrekers namen de benen, maar de bewoner meende iemand gezien te hebben die hij wel kende: de Drachtster.

Die ontkende bij hoog en bij laag dat hij die nacht in de woning was geweest. Hij zei dat hij er niet over zou peinzen om ergens in te breken. ,,Ik heb het zelf ook meegemaakt, ik vind het heel erg dat hij mij daarvan verdenkt.” Bovendien was hij volgens eigen zeggen te slecht ter been om weg te kunnen rennen.

Bloed op gordijn

Een getuige die door de advocaat was meegebracht, verklaarde dat hij ‘s avonds bij de verdachte op bezoek was geweest. Hij had de Drachtster echter niet de hele nacht in de gaten kunnen houden: hij was op de bank in slaap gevallen.

De verdachte had het bewijs niet mee: op een gordijn bij de ruit die de inbrekers hadden vernield, was bloed aangetroffen, dat volgens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vrijwel zeker van de Drachtster was. Er was een kans van één op een miljard dat dat niet het geval was.

Verder had de bewoner een week voor de inbraak een telefoontje van de ex van de Drachtster gehad, met de mededeling dat haar ex-vriend en nog twee mannen van plan waren om in te breken om de dagopbrengst van de coffeeshop te stelen. De mannen zouden zelfs bij de woning hebben gepost.

Al met al behoorlijk overtuigend bewijs, oordeelde officier van justitie Margreeth Meijer. Zo dacht de rechter er ook over. Maring hield rekening met de ouderdom van de zaak en veroordeelde de Drachtster tot een werkstraf van 120 uur.