Portret van Drachten: Charissa

DRACHTEN Fotograaf Jeffrey Wakanno liep deze week Charissa (24) uit Drachten tegen het lijf.

Wat maakt je gelukkig?

“Sporten, winkelen, de dagelijkse dingen kunnen doen, maar dat heb ik eigenlijk best wel gemist. Want je kan vrij weinig, je kan niet zeg maar naar een terrasje en ik ga even wat lekkers drinken met iemand.”

Als het straks weer normaal is, wat ga je dan weer als eerste doen?

“Dan ga ik naar Amsterdam! Ga ik winkelen, ga ik uit eten, ga ik alles doen!”

Je komt dus uit Drachten?

“Ja, ik ben hier wel geboren. Ik heb wel een beetje een ander accent, ja dat hoor ik vaker, ik kom zelf van het woonwagenkamp. Dat hoor je nog wel eens, het verschil.”

Merk je persoonlijk dat er grote verschillen zitten tussen mensen van een woonwagenkamp en mensen uit huizen?

“Ja, we zijn natuurlijk wel anders, je praat wel op een andere manier, je denkt wel op een andere manier, en bepaalde manieren hoe je thuis doet, je doet je schoenen uit bijvoorbeeld! Heel veel mensen die ik ken uit een huis doen dat bijvoorbeeld niet. En je bent toch wel meer met je familie bezig, en met elkaar bezig. Wij kennen iedereen wel en we praten veel met elkaar en komen veel bij elkaar, het gaat toch wat makkelijker onderling dan dat je uit een huis komt denk ik. Het is echt een hechte gemeenschap.”

Als je terug in de tijd zou kunnen en iets veranderen, wat zou je dan anders gedaan hebben?

“Ik heb een keer een blessure opgelopen, ik zou gewoon die dag niet wezen sporten. Ik heb altijd topsport gedaan, en daardoor kon ik niet echt verder. Als ik moest kiezen dan was dat het.”

Anders was je nu nog aan het..?

“Boksen. Mijn vader trainde Sem Schilt, ik weet niet of je hem kent? Ken je Badr Hari? Ja, nou Badr Hari en Sem Schilt vochten altijd tegen elkaar, en mijn vader trainde Sem Schilt en gaf hem training. Dus van jongs af aan zag ik dat, dus toen ik een jaartje of vier was ben ik eigenlijk met vechtsport begonnen. Het ligt me eigenlijk wel lekker, mijn zusje heeft het ook gedaan, ook topsport, dus ja. Het zit er eigenlijk een beetje in.”