Douwe van Drogen: ‘Winkelcentrum wordt beleefcentrum’

DRACHTEN ‘Het winkelcentrum van Drachten wordt een beleefcentrum, met gezelligheid. Het moet smûk zijn. Dan creëert het een het ander ook weer.’ Douwe van Drogen is de kersverse centrummanager van Ha&Ie Drachten en staat te trappelen om zijn woonplaats op te stuwen in de vaart der volkeren.

Van Drogen is al een kleine 30 jaar als ondernemer actief in Drachten, al vele jaren als financieel adviseur. Tot 1 maart was hij raadslid binnen ELP. „Maar hun koers was niet meer de mijne. Ik ben meer van het gesprek. Tot 1 juni ben ik raadslid op persoonlijke titel, dan stap ik uit de politiek. Maar op zich beviel de laatste periode prima. Ik hield me bezig met sociaal domein en economie, belangrijke punten.”

De Fries solliciteerde op de vacature bij de Drachtster handels- en industrievereniging. „Centrummanager, maar de functie is breder dan alleen voor het centrum. Er komt een nieuw vastgoedbeleid, want een goede verbinding met de ondernemersvereniging is belangrijk. Drachten moet je plezier in het leven geven. Als je dat goed voor elkaar hebt, dan trekt dat mensen. Dat is voor de industrie ook weer belangrijk. Er zijn in ieder geval veel uitdagingen.”

De 51-jarige ondernemer woont sinds 1991 in Drachten, is getrouwd en heeft twee kinderen (een zoon van 21 en een dochter van 23, momenteel in lock down in Laos). „We wonen hier met heel veel plezier. Smallingerland is prachtig en we moeten ons beseffen hoe uniek deze gemeente is, wat betreft natuur en ligging, prachtig centraal. Daar mogen we best wel eens trotser op zijn. We zijn wel eens wat te cynisch, zo van ‘het zal nooit wat worden’. Maar geloof mij, Smallingerland wordt het!

Gouden driehoek

Wat in zijn visie nodig is, is de gouden driehoek gemeente, ondernemers/Ha&Ie en vastgoedeigenaren vormen. De Vereniging Vastgoedeigenaren Centrum Drachten, VVCD, is inmiddels opgericht. „Alle eigenaren in centrumgebied (waar reclamebelasting wordt geheven), zijn aangeschreven door de gemeente. Speerpunten zijn, leegstand en verpaupering aanpakken, compacter maken van het centrum door actief herplaatsingsbeleid, leefbaarheid vergroten door wonen in het centrum te stimuleren en divers retailaanbod aantrekken. Funding zal nodig zijn voor het investeringsbeleid om woningen boven de winkels te realiseren. Nu is er nog teveel opslagruimte die amper of niet meer wordt gebruikt. Het zo regelen dat eigenaren kunnen verbouwen. Waneer het centrum meer wordt bewoond, geeft dat leven in de brouwerij. Want het centrum is nu te leeg.”

Bij het VVCD hebben al 40 vastgoedeigenaren zich aangemeld.’”Er zijn 242 panden, maar veel eigenaren hebben meerdere panden. We willen een bezettingsgraad is 70 procent van panden. De gemeente - met hardwerkende mensen - is ontzettend belangrijk. Ik ben nog maar twee weken bezig, maar sommige dingen moeten snel staan. Eerst het fundament, dan kun je bouwen. Maar dit is van levensbelang voor het centrum.”

Veerkracht

Van Drogen is trots op de Drachtster ondernemers. „Als je ziet hoeveel veerkracht ze hebben... Wees trots op de eigen retail, koop lokaal zowel fysiek als online, houdt hij zijn plaatsgenoten voor. Inmiddels is er al een platform www.bezorgenindrachten.nl met een gratis bezorgdienst opgezet. Je kunt zoveel met elkaar doen. Er zijn nog te veel ondernemers die geen webshop hebben en die willen we daar allemaal zo snel mogelijk aan helpen. We hebben budget aangevraagd bij de gemeente, om daarmee ondernemers te faciliteren. Zo doet gemeente echt iets voor de ondernemers, structureel helpen. We hebben trouwens nu een heel ondernemende burgemeester (Jan Rijpstra-red.), die veel naar buiten treedt. Zo roept hij in een vlog inwoners op om lokaal te kopen en de lokale retail te steunen.”

De centrummanager wil dicht op de processen zitten. „Maar ik wil ook verbinden, laagdrempelig zijn en toegankelijk voor iedereen. En vastgoedbeleid heeft echt prioriteit. Ik kan bedrijfseconomisch ook adviseren, niet als onderdeel van het takenpakket, maar ik ga het er wel bij doen. Of dat vermengen van belangen is? Nee, want ik ben actief in de consumentenmarkt. Ik heb ook besloten om uit de gemeenteraad te gaan, ik wil zelfs niet de indruk van belangenverstrengeling wekken.”

Lelylijn

Drachten over tien jaar is volgens Van Drogen ‘bruisend’. „De Lelylijn gaat er komen, dan lossen we de problemen van het westen op. Mensen daar willen hier wonen en dat geeft enorme economische stimulans. Daarnaast nog verbreding van de vaarweg, daar heeft wethouder Robert Bakker (zeer recent afgetreden-red.) heel veel voor gedaan en betekend. Probleem is dat we een beetje achter de feiten aan lopen, we zijn altijd heel bescheiden. Daar moeten we vanaf, we moeten de schroom van ons afgooien, kijken wat we wel hebben en gebruik maken van de unieke ligging van Smallingerland.

Van Drogen begint in een lastige periode met de coronacrisis. „Een vreselijke ziekte, maar ‘never waste a good crisis’. Ik bedoel dat niet verkeerd, maar er borrelen nu ook innovatieve ideen op, ik heb nog nooit zoveel verbinding gezien onder ondernemers. Dit maakt ons kwetsbaar, maar ook weerbaar. Dat moet je ook positief weten te gebruiken. Ik heb er veel bewondering voor gekregen. Die bezorgdienst, gratis, dat gaan we doorontwikkelen. Wethouder Piet de Ruiter had zoomoverleg met 40 wethouders. Daarin bleek dat wij als enige gemeente in Nederland zo’n bezorgdienst hebben opgezet. Het was in een paar dagen voor elkaar, het kan dus ook snel”, klinkt het enthousiast.

Die bezorgdienst heeft als belangrijke insteek ook ‘Koop lokaal’. Een essentieel streven in de optiek van Van Drogen. „Koop je bijvoorbeeld een boek bij bol.com, maak je Boekhandel Van der Velde zwakker. En zo'n zaak mag niet ontbreken in een centrum. Winkels zijn misschien iets duurder, maar je bespaart als klant op bezorgkosten en je krijgt service. Realiseer je ook dat de hardwerkende lokale ondernemer in Nederland belasting betaalt en de grote buitenlandse webshops niet. Het is de lokale ondernemer die er voor zorgt dat bijvoorbeeld met Kerst het centrum er mooi uitziet. Eigenlijk zou kopen bij de lokale ondernemer een morele plicht moeten zijn.”

Germ Geersing