Vliegers, verzet en verraad

BAKKEVEEN/HAULERWIJK Het heeft even geduurd, maar het boek mag er zijn. ‘Vliegers op de vlucht’ is een uitvoerige beschrijving van de crash van een Amerikaanse bommenwerper bij Haulerwijk, 26 november 1944.

Er is al meermalen over de crash van deze B17 Seattle Sleeper geschreven. Maar dat was voor Jan Slofstra uit Bakkeveen en Jaap de Boer uit Haulerwijk niet genoeg. Het drama, dat overigens alle negen vliegers konden navertellen, is in een brede context gezet. Het wel en wee van de Amerikanen is gedetailleerd omschreven, maar zeker ook de wereld waar ze tegen wil en dank in belandden.

De auteurs beschrijven uitvoerig de situatie van Haulerwijk en omgeving in de oorlog. „De spanningen tussen NSB/Landwacht en het verkruimelde verzet. En over de luchtoorlog tot die tijd, met eerdere crashes in bijvoorbeeld Westervelde en Duurswoude. Maar ook over de ontwikkeling van de pilotenhulp, hoe deze mensen konden worden weggesluisd”, vertelt Slofstra. Een voorbeeld was de Friese ‘pilotenlijn’.

Ook de herkomst van de Seattle Sleeper, zowel Amerika als de uitvalsbasis Engeland, wordt met oog voor detail toegelicht. Inclusief de enorme organisatie van de luchtvloot, die dagelijks Duitsland in het hart trof. ‘s Nachts de Engelsen, overdag de Amerikanen.

Op een rustige zondagmorgen, omstreeks half twaalf, werd de rust verstoord door het geluid van een groot vliegtuig. Boven Duitsland was de geallieerde bommenwerper aangevallen door vijandelijke jagers. Tussen Norg en Haulerwijk, waar het neerkwam ter hoogte van de gereformeerde kerk, sprongen de negen bemanningsleden uit het toestel.

Uiteraard werd de bemanning onder de loep genomen. Jonge Amerikanen die hun leven riskeerden tijdens de gevaarlijke missies, door luchtafweergeschut en vijandelijke vliegtuigen. „Het was de bedoeling bij de Amerikaanse luchtmacht om vaste bemanningen te houden. Maar door verliezen moesten ze steeds meer improviseren. Wij gaan ook in op de vorming van dit team”, aldus de Bakkeveenster.

Lotgevallen

De lotgevallen van de bemanning van de viermotorige luchtreus zijn dus eerder beschreven. Door Ab Jansen, luchtkenner in de jaren ‘80, door een lokale groep speurders met o.a. Melle Postema, Sander Reinders, Jaap Luinenburg en Jan Slofstra en nadien Slofstra met Jaap de Boer en Piet Iest. De in Zwitserland woonachtige Nederlander John Meurs schreef in 2009 het boek ‘Not home for Christmas’. Daarin wijdde hij onder andere een lang hoofdstuk aan de Seattle Sleeper en zijn bemanning. Hij baseerde zijn verhaal vooral op een tekst van oud-bemanningslid Mabry (Don) Barker, die als boek bedoeld was, maar nooit werd uitgegeven.

„We wilden niet het zoveelste boek over een neergestort vliegtuig en zijn bemanning schrijven.Wehebben de crash ingepast in de context van oorlog en omgeving. Het is daardoor ook een boek over de streek, het Fries-Gronings-Drentse grensgebied rond Haulerwijk. Ook de nadruk op verzet en terreur maakt dit verhaal heel anders.”

Het verhaal loopt door tot na de bevrijding en strekt zicht uit tot bijvoorbeeld Utrecht en Winterswijk. Ook de krijgsgevangenkampen, waar drie vliegers terecht kwamen, zijn nageplozen. Alleen Anderson was niet te traceren. De Amerikanen zijn ook gevolgd bij hun terugkeer. De geschiedenis van de Seattle Sleeper zakte nadien weg, maar kwam op verschillende momenten weer naar boven. Toen de vliegers zo rond de 70 waren kwam hij weer in beeld, onder andere bij het bezoek van Quilla D. Reed aan Haulerwijk in 1997. Hij trof toen ook helpers van weleer, te weten Gosse Rodenboog uit Een. Die bracht Reed en mede-vlieger Richard Trombley samen met een vriend naar het bos tegenover de familie Assies aan de Zesde Wijk tussen Een en Veenhuizen.

Verzetsman Hendrik (’Bill’) Woering woonde die bijeenkomst ook bij, hij hielp de vliegers verder. Tenslotte was Margje Hadderingh aanwezig, zij had met echtgenoot Jacob (Job) een andere vlieger opgevangen en op weg geholpen (Henry Merit St. George). Los van deze pilotenhulp moesten de families Assies en Woering een zware tol betalen, toen familieleden door Landwacht en SD werden gearresteerd. Dit overigens niet zozeer vanwege de hulp aan de Amerikanen, als wel door andere verzetsactiviteiten.

Lippenhuizen

Barker en Reed gingen met hulp van Pier Dijkstra uit Hoornsterzwaag naar Haaye en Maria de Vries bij Oudehorne, en in maart kwamen ze terecht in Lippenhuizen. Trombley, gewond aan zijn been, ging via Donkerbroek naar Heerenveen. Stevens en Johnston ‘verhuisden’ van het Westeinde van Donkerbroek naar Steenwijk.

Drie vliegers werden krijgsgevangen gemaakt. John Weisgarber was met beenletsel bij een familie in Langelo terecht gekomen en had aangegeven niet te kunnen vluchten. De bewoner kon weinig anders dan de politie inseinen, die de Duitsers er bij haalden. Robert Anderson werd bij Een-West gearresteerd en Rene Pratt eveneens, hoewel niet duidelijk is geworden onder welke omstandigheden. Ze keerden allen heelhuids terug...

Slofstra en De Boer hebben een overzichtelijk, compleet ‘stukje’ geschiedenis weergegeven. Het gaat immers maar om één van de vele vliegtuigcrashes in ons land. Maar het bundelen van bestaande informatie omgeven door onmisbare neven-informatie maakt het bijzonder. Want achter het helpen van de bemanningsleden gaat de hulp van veel inwoners schuil, met gevaar voor eigen leven. En dat door de inzet van landgenoten, die een andere ‘kant’hadden gekozen en niet terugdeinsden voor verraad of erger. Het is terecht, dat het boek is opgedragen aan de ‘gewone’ helpers en hun nagedachtenis.

(ISBN 978 90 5615 634 3, hardcover, 288 pagina’s, prijs 22,50 euro, verkrijgbaar bij de boekhandel en(in verband met de Corona-perikelen) bij de auteurs thuis; informatie via het mailadres plane.seattle.sleeper@gmail.com).

Germ Geersing