Recensie | 'Treurtrips', gebieden en plaatsen, "mooi van lelijkheid"

JOURE – In een doorsnee reisgids over Nederland staan veelal de echte publiekstrekkers centraal, zoals de Amsterdamse grachten, De Keukenhof of de molens van Kinderdijk.

Dat er in ons land ook wegkwijnende dorpen, badplaatsen in verval, dan wel verloederde winkelcentra voorkomen zijn items, die vaak niet in reisgidsen vermeld worden.

Mark van Wonderen, radiojournalist van RTV Noord-Holland, maakte een opsomming van gebieden, die vaak beschimpt dan wel vermeden worden. Plekken die hij naar zijn mening oprecht mooi vindt, maar waar toeristen ver van blijven.

In ‘Treurtrips’, een uitgave, die welhaast het uiterlijk kent van de befaamde Capitoolgidsen probeert hij de lezer warm te maken voor vergane glorie en troostrijke lelijkheid. De geschiedenis van een dorp, plaats,  stad,  of streek wordt geschetst waarna bepaalde items aangehaald worden om eens nader mee kennis te maken. Zoals de auteur het verwoordt: “Treur ze !”

Mark van Wonderen (tekst & fotografie) & Yolanda Huntelaar (beeldredactie): ‘Treurtrips’. Rubinstein. ISBN 9789047627340.

‘Treurtrips’ is opgedeeld in drie gedeeltes: regio Noord, regio Midden en regio Zuid. De index vermeldt hierbij de plaatsen, die aan bod komen. Icoontjes verduidelijken om wat voor plekken het gaat: grensgebied, groeikernachtig, havenplaats, enz. Hier en daar worden wandel-, fiets- en scootmobielroutes verstrekt van een omgeving.

Wat meteen opvalt is dat niet elke provincie evenveel items kent. Zo kent Friesland er slechts één, Groningen zeven en Drenthe twee. En de polders kennen er drie. Natuurlijk kan dit voortkomen uit het feit dat Van Wonderen de indeling in drieën heeft gemaakt.

Regio Noord

Drachten, de op een na grootste gemeente in de provincie Friesland, kent een groot deel van de prachtige lelijkheid met name op en rond het Raadhuisplein. Van Wonderen voegt hier aan toe: “Inmiddels al weer vervangen door architectuur uit de postordercatalogus.” Om te vervolgen met: “Op het gebied van mooie lelijkheid is iets verderop ook het een en ander te beleven. Zo staat midden in het centrum een uit de kluiten gewassen carillon dat door moet gaan voor kunstwerk. ’s Zomers wordt de koepel van deze blikvanger voorzien van een oranje en wit gekleurd zeil, waardoor het nogal op een circustent lijkt…” Vervolgens waagt de auteur zich aan een beschouwing van de Noord- en Zuidkade, waar talloze shoarma- en dönertenten, “culinaire hotspots”, afgewisseld worden door uitgaansgelegenheden.

Foto’s van het afgedekte carillon, uitgaansgelegenheid Skihut (met ijsberg aan de buitenkant!), de lompe handwijzer op de Kaden, en het te huur staande VVV-kantoor waarbij de tekst: “Als zelfs je VVV-kantoor te huur staat, dan moet je je als gemeente toch wel even achter de oren krabben” onderstrepen de tekst.

In de polder treft Van Wonderen Lelystad aan, de plaats waarover hij onder anderen schrijft: “De heilige graal voor de liefhebbers van treurnis, deernis en totaal mislukte stadsplanning. Een zielloos, in de polder weggestopt experiment dat in het ruim vijftigjarige bestaan uitgroeide van een lelijk eendje tot een lelijke eend”, om te vervolgen met “Lelystad zou, gelegen aan een baai, uit het Markermeer verrijzen en het schitterende symbool worden van de nieuwe, maakbare wereld”.

Volgens de auteur zouden ingenieurs het adagium: “Lelystad is om in te wonen, niet om naar te kijken” aanhangen, waarvan “goedkope, weinig inspirerende bouwblokken die met de rug naar het water staan” als voorbeeld gelden. Zo gaat de auteur nog even door met de vermelding dat ‘Lelijkstad’ niet de rijkste is, wat aan het straatbeeld valt af te lezen. Slopen en bouwen zijn hier aan de orde van de dag. Van Wonderen: “Werkt een concept niet? Hoppa! Slopen en weer iets nieuws proberen. Daardoor krijgt de stad niet de kans om volwassen te worden”. De foto’s bij Bistro la Route, de Boni, spookstation Lelystad-Zuid, een verlaten eroticapand en de Waagpassage, die binnenkort het onderspit moet delven ondersteunen de tekst uitmuntend. 

Wie geïnteresseerd is in het “restant” van regio Noord, Winschoten, Hoogeveen, de Veenkoloniën, Delfzijl enz. dan wel midden en Zuid-Nederland zal zo nu en dan verbaasd en onthutst de teksten en foto’s tot zich nemen. Serieus worden de achtergronden van dorps- en stadswijken weergegeven, waarbij de licht sarcastische ondertoon niemand zal ontgaan, zoals: “Wie lijdt aan het leven en met sombere gedachten kampt, kan maar beter niet uitstappen op een van de stations in Schiedam…”

‘Treurtrips’ is een reisgids die de wereld van nu op de korrel neemt. De lezer hiervan ziet nu het andere Nederland dan het gelikte dat ons altijd voorgehouden wordt door de VVV’s. Mark van Wonderen is er schuld aan dat velen nu aandachtiger de woonomgeving tot zich zullen nemen, hoe deerniswekkend ook!

Koos Schulte