Portret van Gorredijk: Arnold

GORREDIJK Deze week maakt Jeffrey Wakanno een portret van Arnold (75) uit Gorredijk.

Deze breed glimlachende man komen tegen en leren we beter kennen als Arnold, hij is 75 en woont hier in Gorredijk.

Wat maakt je gelukkig?

“Dat ik er nog ben! Erg ziek ben ik geweest, en ik ben er nog. Ik had blaaskanker en natuurlijk heb ik dat nog steeds maar ik ben momenteel vrij, en nu is het het derde jaar dat ik vrij ben, schoon ben. Maar ja ik heb zwaar COPD, longproblemen. Zie je, ik heb geen conditie meer. Ik lijk een hele piet, ik zeg wel eens tegen de vrouw en dat zegt de vrouw zelf ook. De knieën onder de tafel en de armen er op en dan is het een hele man, haha! Maar ik ben er nog.”

„Het is heel spannend geweest, ik had een hele grote tumor in de blaas, vier operaties hebben ze daar voor moeten doen. En toen hebben ze de urineleider van de nier naar de blaas ook nog vernield, dus dat moest ook nog weer opnieuw aangelegd worden. Maar ja! Ik ben er nog en ik ga lekker door. En we maken er nog wat leuks van, we wonen op een leuk appartementje, ik heb een traplift en op de zomerdag gaan we weg naar de camping. Zo komen we de tijd wel door!”

Als je iets in je leven opnieuw zou kunnen doen, wat zou dat dan zijn?

“Het klinkt misschien raar, maar ik kon vroeger knap leren. Maar in onze tijd dan moest je zo snel mogelijk van school af en moest je eigenlijk werken. Ik had al de eer dat ik naar de ambachtsschool toe mocht. Een fiets had ik niet, mijn vader had nog een oude solex, daar is het motortje afgesloopt, en zo ging ik eerst naar de ambachtsschool! Maar als ik het opnieuw zou kunnen doen, dan zou ik doorleren. Maar ja, ons boerderijtje werd vertimmerd, daar was een aannemer bezig en dat leek mij op dat moment, mooi toe, dus ik ben toen eerst metselaar geworden. Later uitvoerder en nog later rugklachten, dus dat ging niet meer.”

„We zijn de laatste tien jaar hier in Gorredijk kantinebaas geweest, de vrouw en ik. Daar hebben we nog leuke jaren gehad, vrolijk en gezellig! Er waren hier nog geen bars en geen kroegen. In de kantine hadden we het leuk aan de gang. De mensen die kwamen dan niet in de kroeg, want dat hoorde niet zo, dat waren sportmensen. Maar ze zaten zaterdagmiddag wel lekker te pimpelen bij mij hahah! En dan ben je in de kantine, en dan mag het haha! Ze zeggen dan tegen de vrouw, we gaan even naar het voetballen! Maar ja, dat is inmiddels ook alweer 20 jaar geleden.”