Eibertshiem 40 jaar

EARNEWALD Stichting It Eibertshiem is opgericht in 1980 en was een initiatief van de vogelwachten uit Garijp, Oudega en Grouw en It Fryske Gea. Hieruit is Stichting It Eibertshiem ontstaan.

Een van de hoofddoelstellingen was: het in stand houden van Vogelpopulaties - de ooievaar in het bijzonder - alsmede de daarbij passende maatregelen ter verbetering van het biotoop. Uit de geschiedenis in Friesland is bekend dat er zo rond 1936 63 bezette ooievaarsnesten waren en in 1972 was dit gereduceerd tot het laatste paar in Luxwoude. Hierna waren de ooievaars verdwenen tot er via It Eibertshiem in 1984 weer een broedpaar was. In de eerste 10 jaar van het bestaan van It Eibertshiem werden er 14 jongen groot. Maar in de 4 jaar die daarop volgden werden er 52 jongen groot. In de begin jaren werden de ooievaars volledig van voedsel voorzien maar de afgelopen 10 jaar is dat afgebouwd en de ooievaars redden zich nu de laatste jaren weer volledig zelfstandig en worden volstrekt niet meer gevoerd.

In de afgelopen 40 jaar werden er in totaal 359 jongen groot en nu zitten de ooievaars weer geheel verspreid over de provincie. Ook zijn er 40 jaar na de start meer bezette nesten dan in 1936. Zo zijn er bijvoorbeeld alleen al rond Beetsterzwaag meer dan 50 nesten. Verder broeden ooievaars in Buitenpost, Veenklooster, Rottum, Opeinde, Leeuwarden, Hardegarijp, Tietjerk, Uitwellingerga, Lippenhuizen, Drachten, Damwoude, Kollum, Garijp, De Veenhoop, Broek, Bakkeveen, Terwispel, Oranjewoud, Oudehorne, Akmarijp, Spanga en Eernewoude. Kortom de ooievaar is echt terug van weggeweest. Dat geldt niet alleen voor Friesland, waar nu rond de 200 nesten zijn, maar voor geheel Nederland. Anno begin 21ste eeuw broeden er in alle provincies ooievaars. In Nederland zijn nu ongeveer 1000 tot 1100 bezette nesten en worden er jaarlijks zo tussen de 1000/1250 jongen groot. Het ooievaarsproject van Vogelbescherming Nederland is dus zeer succesvol geweest.

Droom

‘Toen op 8 mei 1980 It Eibertshiem werd geopend hadden we een droom, om de ooievaar weer terug te krijgen in onze provincie en ook in heel Nederland. En die droom is uitgekomen, en hoe!! Nu, vandaag de dag lijkt het erop dat die 40 jaar zijn omgevlogen maar toch kan ik zeggen dat het best een lange weg was. En na de eerste 10 jaar hadden we ook niet het idee, dat onze wens realiteit zou worden. Na 10 jaar stond de teller op 14 grootgebrachte jongen. De 2 decennia daarop werden er ruim 200 jongen groot en de laatste 10 jaar 230’, aldus voorzitter Haye Folkertsma.

‘In 2019 waren er 24 nesten in Earnewâld met 48 jongen en in Beetsterzwaag 50 nesten met 70 jongen. En ook de verspreiding van het aantal nesten verder in Friesland is de afgelopen 5 jaar sterk toegenomen. Dit natuurlijk rond Earnewâld en de buitenstations van Akmarijp en Spanga, maar ook op tal van andere plaatsen zoals, Buitenpost, Veenklooster, Kollum, Rottevalle, Drachten, Rottum, Uitwellingerga, Oldeberkoop, Oranjewoud, Mildam, Hommerts, Broek, Bakkeveen, Hemrik, Lippenhuizen, Terwispel, Opeinde en Offingawier.’

‘De herintroductie van de ooievaar in Nederland kan met recht een succes worden genoemd. Enerzijds dankzij de inzet van veel vrijwilligers die alle buiten stations hebben beheerd, en anderzijds door de inzet van de overheid, waterschapen en natuurbeschermingsorganisaties die zich sterk hebben gemaakt voor meer en een kwalitatief betere natuur. En last but not least, de sterk verbeterde waterkwaliteit’, aldus de voorzitter.

Kritiek

Inmiddels kunnen de stations de hulp nu afbouwen tot alleen het hoogstnoodzakelijke. Het zijn tenslotte vrij in het wild levende vogels, die nu de populatie groot en gezond genoeg is wel weer op eigen benen kan staan. ‘Een ander opmerkelijk punt, als gevolge van de huidige ooievaarspopulatie, is de kritiek van en uit de weidevogelhoek, of zouden ze nogal wat jonge weidevogels en haasjes pakken. Enerzijds is deze gedachte begrijpelijk, omdat de ooievaars ook veel in de weilanden foerageren. Wie kent niet het beeld van de boer aan het maaien met meerdere ooievaars om hem heen. Ooievaars die veelvuldig in het pas gemaaide gras pikken.’

‘Uit onderzoek, deels door camera beeld bij nesten, braakbal onderzoek en eigen waarnemingen van leden van de werkgroep It Eibertshiem, blijkt dit met name om insecten, slakken, wormen, kikkers en muizen en mollen te gaan. Uiteraard pakken ze de maaislachtoffers, dit kunnen kuikens, maar ook muizen, mollen en jonge hazen zijn. En een jonge weidevogel op zijn pad is uiteraard ook kwetsbaar. Predatie onderzoek bij weidevogels geeft aan dat dit slechts een laag percentage is. Maar ik snap de frustratie van de weidevogel beschermers wel, alle predatoren nemen toe en de weidevogels zijn in middels gekelderd tot een bedroevend laag aantal.’

Evenwicht

‘Eigenlijk is de natuur, als gevolg van beheer, bescherming en herintroductie qua soortensamenstelling meer divers geworden. Alle predatoren, tot zelf de zeearend en de wolf zijn weer terug in Nederland, met als gevolg dat het aantal individuen per soort van overige dieren in de voedselketen zijn gedaald. Enige mate van evenwicht in deze is wel van belang, en onderstreept het belang om het bijvoeren van o.a. ooievaars achterwege te laten. Hier heeft het Eibertshiem hem dan landelijk ook altijd sterk voor gemaakt.’

Eibertshiem wil haar reserves deels inzetten voor een stimulans op het gebied van herstel kruidenrijk grasland in combinatie met kringlooplandbouw. En met ingang van 2020 particuliere/agrarisch initiatieven op dit gebied belonen met een geldbedrag. ‘Doel: meer aandacht voor kringloop landbouw, in de hoop dat velen zullen volgen. En ook al is de kritiek, of zouden de ooievaars medeverantwoordelijk zijn voor de achteruitgang van de weidevogels niet terecht, we werken graag mee aan het herstel van het specifieke weidevogel biotoop met haar van ouds rijke biodiversiteit. Dit maakt het gehele ecosysteem waar de ooievaar gebruik van maakt alleen maar sterker.’