SKS Skûtsjevirus stopt niet bij grens

TERHERNE – “Het skûtsjesilen bestaat over vijf jaar niet meer”. Zelfverzekerd fluisterde een recreant in Earnewâld het medio jaren negentig in de oren van Harry Buitenkamp. Glimlachend vertelde hij woensdag bij zijn afscheid van de wedstrijdcommissie Terherne dat hij de recreant direct van repliek heeft gediend: “Het bestaat over honderd jaar nog. Je moest eens weten hoe diep het skûtsjevirus zit”

Buitenkamp (75) heeft in totaal een kwart eeuw deel gevormd van skûtsje-commissies in aanvankelijk Earnewâld als zijn toenmalige woonplaats en nadien in Terherne waar hij nu woont. “Klaas Westerdijk in Earnewâld heeft mij indertijd gevraagd. Hij kende mij als wedstrijdzeiler. De vraag was kort en bondig: zou je iets voor ons skûtsje kunnen betekenen?” Het antwoord resulteerde in een lange periode als wedstrijdleider waarop hij met vreugde terugblikt. Hij vindt het wedstrijdwaardig verklaren van het zeilevenement van afgelopen dinsdag door het SKS-bestuur na protesten van twee van de veertien schippers dan ook top. “Een hele goede beslissing, want het is zonder meer al moeilijk daar een wedstrijd te organiseren”. Buitenkamp herinnert in dit verband aan de priemende zon die daar na een windflauwe periode de kop op stak. De uitspraak ‘de sinne fret de wyn op’ is naar zijn zeggen afkomstig van oud-schipper Jeen Zwaga van Earnewâld. Het geldig verklaren van de wedstrijd op Earnewâld vindt hij ook voor het publiek van groot belang. “Nergens zie je het skûtsjesilen van zo dichtbij als daar”.

Omtoveren

Begin jaren negentig maakte hij mee dat een mede door hem georganiseerde wedstrijd op Earnwâld uit het klassement werd gehaald na protest van schippers tegen de wedstrijdcommissie. “De route voor Princenhof zou niet te bezeilen zijn, werd er toen geoordeeld”.  Die uitspraak met dat harde gevolg beoordeelt hij ook na een kwart eeuw als hét dieptepunt in zijn periode bij de skûtsjevloot. De charme van het skûtsjesilen is volgens hem vooral dat vrijwilligers hierbij veel werk verstouwen en tot prestaties van formaat in staat zijn. “Toen Jeen Zwaga de thuiswedstrijd won in zijn laatste jaar op Earnewâld was zijn vrachtschip Bonafide in een toverslag omgetoverd. Het was indrukwekkend  te zien hoe snel zo’n schip voor het huisvesten van de complete bemanning wordt ingericht met een complete keukenunit achterin. De maaltijden werden in die tijd door de vrouwen aan boord compleet verzorgd”.  De liefde voor specifiek de skûtsjesilerij deelt de geboren Slochtenaar met zijn zoon Sebo die nu op het contraschip actief is. “Het skûtsjevirus is dus overdraagbaar en dat geldt niet alleen voor Friezen. Oud-voorzitter van de SKS Jack Cramer is ook een geboren Groninger. Als het je eenmaal te pakken heeft, wil je het niet meer kwijt”.

Kloek

Bij zijn afscheid in De Buorkerije in Terherne ontving hij een cadeaufoto van het skûtsje van Heerenveen. Voor Buitenkamp een wel heel bijzonder aandenken. Hij leerde Pieter Brouwer kennen als schipper in zijn bestuursperiode in Earnewâld, terwijl diens zoon Sytze woensdag met het skûtsje van Heerenveen op eigen water als glorieus winnaar uit de bus kwam. Op de derde plaats na twee gelopen zandloperroutes eindigde Gerhard Pietersma van Earnewâld. Mede dankzij kloek werk van de ruim zeventig lentes tellende Anne Tjerkstra legde Grou beslag op een tweede plaats. Halverwege de strijd op een woelig Sneekermeer liet oud-schipper Tjerkstra zich langs de mast omhoog hijsen om snel eventjes herstelwerk te verrichten. Ook dat tekende de dag: leeftijd telt niet, inzet is alles. Zo diep zit het virus.