Roel Oostra zat bijna de hele oorlog ondergedoken

Op 30 maart hebben Isabeau Minnema en Marit Oostenbrink, twee spelers van het project Theater na de Dam, Roel Oostra geïnterviewd. Anna Schreuder en Danique Pekelsma, twee jonge aspirant journalisten uit Drachten, hebben het interview vervolgens uitgewerkt tot dit artikel. Het is onderdeel van een serie over de voorstelling ‘Oorlog in Smallingerland’, die op 3 en 4 mei speelt in De Lawei.

Roel Oostra was 18 jaar oud toen de oorlog begon en op dat moment werkzaam als bankbediende. Aangezien het geldverkeer als eerste op de rug lag, was hij, in 1940, een van de eersten die opgeroepen werd om naar Duitsland te gaan. Maar, hij weigerde en hij heeft een groot deel van de oorlog moeten onderduiken.

Hoe reageerde u toen u opgeroepen werd?

Als je opgeroepen werd, zat je in de problemen, want wat moest je nou doen? Ik moest naar Wittenberg, daar zou ik gaan werken in een chemische fabriek. Je moest je gewoon melden bij het tramstation, daar was een kaartje voor je en dan ging je naar Duitsland. Ik kwam toen in aanraking met Roelof Vermeulen. Dat was een van de eerste verzetsmensen in Drachten, want het verzet was toen nog helemaal niet bekend. En hij zei: ,,Ik kan onderdak voor je regelen, als je niet gaat.’’ Ik ben toen, met zijn hulp, meteen ondergedoken. Wanneer je onderdook, en ik geloof dat ik een van de eersten in Smallingerland was die dat deed, zocht de politie naar je. Later kwam daar niet veel meer van, want toen waren er veel mensen die dienst weigerden. Als je onderdook had je geen bonkaarten, dus iemand moest er wel voor zorgen dat je die bonnen kreeg. Je moest er illegaal aan komen. Ik ben de hele oorlog ondergedoken gebleven en er is altijd voor gezorgd dat ik voedselbonnen had. Zonder het verzet had dat niet gekund.

Hoe zag uw dag eruit toen u ondergedoken was?

Ik stond op, at ontbijt, scharrelde wat rond en zo nu en dan deed ik een huishoudelijk klusje. Wij waren eerst bij een aannemer ondergedoken. Hij had een werkplaats, en daar knoeiden we dan met wat spul om. We lazen natuurlijk ook veel. Ik heb later nog wel gedacht, ‘hoe zijn we die dagen doorgekomen?’ Ik heb in mijn onderduikerstijd een aantal tegeltjes geschilderd, die je op kon hangen. Toen prinses Margriet was geboren, zorgde meneer Vermeulen, de directeur van Kijlstra in Drachten, voor een paar kisten met tegeltjes. Ik heb toen nog tientallen tegeltjes beschilderd, ter ere van prinses Margriet. Die tegeltjes gingen als cadeaus de wereld in en daar verdienden we wat mee.

Wat heeft het meeste indruk op u gemaakt tijdens de oorlog?

Dat is een moeilijke vraag. Dat mijn vrouw naar mij toe kwam op de fiets, was wel een groot ding voor mij. Ik voelde mij niet fijn op het moment dat ik hoorde dat zij en haar vader gearresteerd waren, omdat ze foto’s van het koninklijk huis in bezit hadden. Ze zijn naar het Scholtenhuis in Groningen gebracht en daar hebben zij drie maanden gevangen gezeten. Ik kon niks doen om te helpen. Dat vond ik verschrikkelijk.

Hoorde u ook wel eens bommen en schoten?

Van de oorlog heb ik vrij weinig meegemaakt. Toen ik nog niet ondergedoken was, heb ik wel een aantal dingen meegekregen. Toen wij in Drachten vlakbij het station woonden, hebben de Engelsen een paar keer de tram beschoten. Ik heb toen een keer met mijn moeder in het schuurtje gezeten, en toen vlogen de kogels door het platte dakje heen. In het einde van de oorlog zat de hele lucht vol met Engelse vliegtuigen, dat was niet te geloven.

Hoe wist u dat de bevrijding eraan kwam?

Via de radio, maar op het laatst hoorde je het van alle kanten. Alles was zo dol, en je zag dat de Duitsers allemaal in een hoekje waren gedreven. Toen ze met de invasie in Normandië Frankrijk binnenvielen, lag er ‘s morgens een brief in de bus over de landing in Normandië. De oorlog liep op z’n einde, en de Duitsers maakten allemaal rare sprongen. Die wisten niet van opgeven.

Hoe hebt u de bevrijding gevierd?

Nou, dat kun je je nu niet meer voorstellen. Dat was echt een geweldig feest. Iedereen was gelukkig en blij. De schaduwkant daarvan was dat er ook aan het licht kwam dat bepaalde kennissen het niet hadden overleefd. Dat hoorde er ook bij.

Als u terugdenkt aan de oorlog, waar denkt u dan het meeste aan?

Dat het een hele beroerde tijd was en dat er dus mensen geweest zijn die onderduikers, zoals ik, gastvrij hebben opgevangen. Dan denk ik wel eens hoe fantastisch dat eigenlijk was, want ik heb het altijd geweldig naar mijn zin gehad.

Wat vond u er nou eigenlijk van wat de Duitsers deden?

Ik vond het verschrikkelijk, vooral toen je er later achter kwam wat er eigenlijk allemaal gebeurd was. Toen de eerste berichten kwamen dat de Duitsers die Joden gewoon vergasten en in kuilen gooiden, kon je je gewoon niet voorstellen dat mensen elkaar dat aan konden doen. Onvoorstelbaar.