Gemeente staat buitentrap toch toe aan de Torenstraat

Drachten - De gemeente Smallingerland staat een buitentrap toe aan een woning aan de Torenstraat. De trap is nodig om bij de aparte woonruimte op de verdieping te komen. Tegen de trap was geprotesteerd door omwonenden, die vreesden voor hun privacy.

De omgevingsvergunning wordt verleend voor het verplaatsen van de buitentrap naar de achterkant van de uitbouw van de woning aan de Torenstraat 26 in Drachten. De welstandscommissie heeft eerder een negatief advies afgegeven voor het plan. De buitentrap past niet binnen de criteria van de welstand- en reclamenota Smallingerland 2014.

Tegen advies in

Met de toestemming gaan burgemeester en wethouders ook in tegen het ambtelijk advies om de vergunning te weigeren. Als reden daarvoor geeft het college dat toestemming is gevraagd en verleend door de buurman. Daarnaast wil het college vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet verruiming nastreven op het eigen welstandsbeleid. Dit geval ziet het college als een mooie gelegenheid om hier al vast invulling aan te geven. De buitentrap stond er al voordat de gemeente toestemming had gegeven. Door de vergunning wordt dus de bestaande situatie gelegaliseerd.

De kwestie begon met een klacht van een bewoner van een naburig perceel aan de Vogelzang. Volgens de buren werd de illegaal geplaatste trap gebruikt als toegang tot de bovenverdieping van de woning. Ze vonden dat hinderlijk, omdat mensen vanaf de trap direct bij hen naar binnen konden kijken.

Opsplitsing

Bij onderzoek door de gemeente is geconstateerd dat er een vergunning nodig was voor de trap. Die heeft de eigenaar vervolgens alsnog ingediend. Tijdens de controle heeft de gemeente ook geconstateerd dat de eigenaren bezig waren met de opsplitsing van de bestaande woning, wat volgens het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan.

Bij een gesprek op het gemeentehuis heeft de eigenaar aangegeven het hier niet mee eens te zijn. Na overleg met de verantwoordelijke wethouder heeft de gemeente toegezegd medewerking te willen verlenen aan het verplaatsen van de trap naar de achterzijde van de uitbouw, mits de buurman hiermee akkoord gaat en er een vergunning is aangevraagd en verleend.

Onenigheid

De aanvraag is lang in behandeling geweest omdat gemeente en aanvrager het niet eens waren over de manier waarop de aanvraag was ingevuld. Daarna was er onenigheid over de hoogte van het bouwwerk. De trap zelf was 2.55 meter hoog, maar met de leuning er bij werd hij 3.55. Dat zou te hoog zijn volgens de geldende voorschriften voor een 'bouwwerk geen gebouw zijnde'. Die mogen maximaal 3 meter hoog zijn.

Ook is de buitentrap nodig omdat de binnentrap naar de bovenverdieping is dichtgezet. De buitentrap is dus niet noodzakelijk, want er is een andere manier om naar de eerste verdieping te komen, constateerde de behandelende ambtenaar in het advies aan het college. Hij adviseerde dan ook om de aanvraag af te wijzen, ook vanwege de schending van de privacy van de buren. Bovendien vreesde hij voor precedentwerking, omdat een vergunning in dit geval in de toekomst kan leiden tot ongewenste bouwplannen van dezelfde strekking.