Jan Rijpstra: ‘Burgemeester is soms een eenzaam beroep’

Drachten - Als Jan Rijpstra over zes jaar stopt als burgemeester van Smallingerland, dan moet iedereen in de wijde omgeving bekend zijn met ‘De Krachten van Drachten’.

Rijpstra geeft het meteen toe: ,,Die slogan heeft mijn vrouw bedacht. Maar het is wel één van mijn hoofddoelen, de promotie van Drachten op meerdere speerpunten. Want Drachten heeft gewoon ongelooflijk veel te bieden. Dat mogen we laten zien, dat mogen we ook als politiek uitdragen.''

Niet de oudste

Met zijn 63 jaar is Jan Rijpstra in een levensfase gekomen waarop de meeste mensen bezig zijn hun werkzame leven af te sluiten. Op die leeftijd nog een nieuwe functie aanvaarden, dat is maar weinigen gegeven. Toch is Rijpstra in de historie van Smallingerland niet eens de oudste als hij woensdagavond geïnstalleerd wordt als burgemeester. Maar Gerrit Jan Polderman, die in 2011 als 64-jarige de ambtsketen overnam, was waarnemer.

Rijpstra is drie jaar ouder dan Fokke Sytzes Reiding, die in 1868 als 60-jarige burgemeester werd. Reiding zou dat maar liefst achttien jaar blijven, maar dat waren andere tijden. Voor Jan Rijpstra ligt de eindstreep bij 70 jaar, langer mag niet. Dit is dus logischerwijze zijn laatste klus in het openbaar bestuur. ,,Maar als ik het niet zag zitten, dan had ik niet gesolliciteerd. Ik wil me graag zes jaar voor deze gemeente inzetten, ik krijg daar echt energie van. En het is mooi dat het in Friesland is. Mijn grootvader komt hier vandaan, die is geboren in Hurdegaryp.''

Oorsprong

Grootvader Johannes Rijpstra vertrok op zijn achttiende uit Friesland en was later burgemeester van Zelhem. Rijpstra’s oom Hedzer Rijpstra was van 1970 tot 1982 Commissaris van de Koningin in Friesland. ,,Friesland voelt voor mij daarom als de oorsprong. Ik heb eerder ook met veel plezier gewoond en gewerkt in het Noorden, het is voor mij persoonlijk echt een terugkeer.''

Rijpstra zelf is geboren in Gouda en kwam later voor zijn studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding terecht in Groningen. Hij bleef er hangen, werd gymleraar en belandde later in de lokale politiek. Uit die tijd kent hij Drachten nog wel. vertelt hij. ,,De DAG-Driehoek was toen actueel, Drachten-Assen-Groningen. Drachten werd beschouwd als een geduchte concurrent, de plaats deed het op veel fronten beter dan Groningen.''

De Welle

Rijpstra herinnert zich Drachten vooral vanuit zijn sportachtergrond. ,,Op sportgebied had de plaats een geweldige uitstraling, met De Welle als zwembad waar zelfs nationale kampioenschappen werden gehouden. En er was een prima atletiekaccommodatie, weet ik nog. Als lid van GVV-Rapiditas heb ik hier zelfs wel aan wedstrijden meegedaan. Wij hadden in Groningen echt zoiets van: in Drachten gebeurt veel. Ook qua bedrijvigheid, rondom Philips.''

Drachten is het middelpunt van een prachtige regio, heeft Rijpstra inmiddels al ontdekt. Hij ziet dan ook veel kansen in het versterken van de al bestaande samenwerking op toeristisch gebied in de Friese Zuidoosthoek. ,,Als we met elkaar de handen ineen slaan, kunnen we veel. Want de omgeving is een van de sterke punten van Drachten, met uiteenlopende landschappen op fietsafstand.''

Hoop stenen

Ook Drachten zelf heeft veel te bieden, zo ontdekte hij toen hij voorafgaand aan zijn sollicitatie met zijn echtgenote een tijdje rondliep in het Drachtster centrum. ,,We waren echt onder de indruk. Je loopt binnen en je eerste indruk is: wat een hoop stenen. Het blinkt hier niet uit in architectonische of historische schoonheid, maar het winkelbestand is hoogwaardig en de leegstand is laag. Ik vond het echt mooi hier, met een prachtig nieuw centrum.''

Het leven van Jan Rijpstra draait kort gezegd om sport en politiek. Hij begon in 1988 als gemeenteraadslid voor de VVD in Groningen en was dat vanaf 1993 ook in Meppel. In 1994 werd hij lid van de Tweede Kamer en na drie perioden als Kamerlid werd hij in 2005 benoemd als burgemeester van Tynaarlo. Tussen 2008 en 2014 woonde hij met zijn tweede echtgenote Caro in Zwitserland, maar toen keerde het echtpaar terug naar Nederland, waar hij burgemeester werd van Noordwijk. Die functie hield op te bestaan op oudejaarsdag 2018 om 24.00 uur, toen Noordwijk fuseerde met Noordwijkerhout.

Gymleraar

Ook de sport loopt als een rode draad door zijn leven. Na het voltooien van de ALO werd hij leraar lichamelijke opvoeding aan verschillende onderwijsopleidingen, waaronder diezelfde Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Groningen, en adviseerde hij bij de bouw- en inrichting van sportaccommodaties. Verder was hij mede-oprichter van Fit for Life Swiss en gaf hij tot december 2014 motorisch remedial teaching.

Rijpstra doet zelf veel aan sport. ,,Wij wandelen veel, maar ik heb heel veel sporten beoefend. Ik tennis nog wel eens en ook voetballen vind ik nog leuk. Ja, ik heb wel eens meegedaan aan Walking Football, maar daar ben ik toch nog iets te fanatiek voor. Sport is voor mij heel breed, ik heb eigenlijk alles wel eens gedaan. Sporten en bewegen zijn voor mij heel belangrijk. Daarom heb ik ook altijd geprobeerd om mensen enthousiast te maken voor de sport, om zelf te gaan bewegen. Want daar word je gelukkig van.''

Don’t Drown

Naast lesgeven en zelf sporten was Rijpstra ook actief als sportbestuurder. En ook hier weer heel breed. Zo was hij bestuurslid van zowel de Nederlandse als de Zwitserse honk- en softbalbond, basketbalclub MPC Capitals en de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), waarvan hij nog tot eind mei 2019 voorzitter is. Voorzitter is hij ook van de Koninklijke Wandelbond Nederland (KWBN) en de Reddingsbrigade Nederland. Daarnaast zette hij zich in voor de bevordering van de gehandicaptensport en als voorzitter van de Dutch Don’t Drown Foundation voor het promoten van zwemles. ,,Wereldwijd komen jaarlijks een miljoen mensen om het leven door verdrinking. Er is dus nog heel veel te doen aan preventie.''

De Wandelbond heeft Rijpstra begeleid in de verandering naar een ander besturingsmodel. ,,Of ik met mijn nevenfuncties door kan gaan hangt af van de gemeenteraad, want daar moeten we het nog over hebben.'' Verder heeft Rijpstra zich ingezet voor de breedtesport, bijvoorbeeld in de Vereniging Sport en Gemeenten, Platform Sport en Ontwikkelingssamenwerking en Sport Drenthe.

Sporthistorie

,,Ik heb inderdaad veel gedaan en veel verschillende manieren van werken meegemaakt, maar ik zal niet snel iets doen waar ik zelf niks mee heb. Van kinds af aan heb ik interesse gehad voor de sport, dat is echt mijn passie. Zelf doen, organiseren, besturen, maar ook sporthistorie. Ik doe aan de Radboud Universiteit in Nijmegen sporthistorisch onderzoek naar de relatie tussen het Koninklijk Huis en sport als middel van representatie.”

Rijpstra kan moeilijk kiezen, daarom doet hij alles, geeft hij lachend aan. Datzelfde ziet hij terug in Drachten. De gemeente kiest niet voor één stempel, maar richt zich op een veelheid aan doelen. ,,Dat heb ik inderdaad ergens gelezen, dat ze in Drachten niet kunnen kiezen wat ze willen. Ik snap dat wel. Het is ook goed om aan te geven wat je ambities zijn. Ik hou van ambities, ik wil dat mensen trots zijn op hun stad.''

Stad Drachten

,,Ja, ik noem Drachten een stad. Ik heb al van een aantal kanten gehoord dat ze in Friesland Elf Steden hebben èn Drachten, maar het is gewoon de tweede stad van Friesland. Punt uit. Dat de gemeente de naam Drachten prominent gebruikt, zoals ik ook op de uitnodiging voor mijn installatie zag, dat begrijp ik wel. De naam Smallingerland kennen ze niet echt, maar de naam Drachten is overal bekend.''

,,De dynamiek is hier heel groot, dat spreekt mij echt aan. Daar hoort het uitgaansgebied bij, daar hoort de industrie bij. Maar als je die ambitie hebt, dan moet je ook zorgen dat je mensen en bedrijven onderdak kunt bieden. Dan moet je zorgen dat je hier de goede scholen heen haalt. Dan moet je ook als gemeenschap dat positieve beeld uitdragen. Inderdaad, de Krachten van Drachten.''

Akkefietjes

Rijpstra heeft in zijn loopbaan een aantal akkefietjes meegemaakt. En in deze tijd blijven die dankzij internet heel lang hangen. Zo kondigde hij in 2018 een noodverordening af om de overlast in een wijk aan te pakken. ,,En dat pakte goed uit.’’ In december had hij nog een conflict met een actiegroep in Noordwijk, die het college betichtte van achterkamertjespolitiek. ,,Eén van mijn wethouders werd volstrekt onterecht aangevallen, dan sta ik voor mijn wethouders, voor mijn raadsleden en voor mijn inwoners. Dan kan ik inderdaad redelijk fel en pittig reageren.''

,,Zo móet ik ook reageren. Het was gewoon niet waar, niet juist wat er werd beweerd. In Noordwijk gaat enorm veel geld om in het vastgoed, echt honderden miljoenen. Het is een gemeente met maar 26.000 inwoners, maar wel met stadse allures. En ja, als een rancuneuze ondernemer dan zijn verdenkingen in een blaadje publiceert vlak voor de verkiezingen, dat zet kwaad bloed.''

,,Ik vind dat je als samenleving, en dus ook in de politiek, met respect voor elkaar moet handelen. Daar zal ik me sterk voor maken. Er werden praktijken toegepast, dat wil je niet weten. Nee, het woord maffia wil ik niet gebruiken, maar de belangen zijn dus wel heel groot.'' Het werd gewaardeerd. Bij zijn vertrek kreeg Rijpstra de erepenning van de gemeente en een speciale oorkonde van de raad.

Eenzaam

Een burgemeester neemt in het gemeentebestuur een bijzondere positie in, zegt Rijpstra. ,,Ik hou van mensen, ik vind het prettig om samen met anderen aan de slag te gaan. Maar de functie is soms eenzaam. Het hangt er vanaf wat er speelt in een gemeente, maar soms is het goed om met een verse blik naar dingen te kijken en dan te zeggen hoe jij het ziet.''

,,Niet betweterig hoor, daar ben ik wars van. Maar de wethouders besturen mede de gemeente, ik moet er voor hen zijn. Ik hoef niet zo nodig mijzelf te profileren, ik ben niet meer zo’n haantje de voorste. Misschien heeft dat ook met mijn leeftijd te maken.''

Wachtgeld

Eerder raakte Rijpstra in opspraak in Tynaarlo, omdat hij als verse burgemeester nog drie maanden Kamerlid bleef. Dan vertrok hij namelijk als vijftigjarige en daardoor kon hij aanspraak maken op een bijzondere regeling, die hem tot zijn AOW recht gaf op een wachtgeld als hij zonder baan zou komen te zitten.

,,Ik zal eerlijk zijn: ik kijk er nu na bijna 15 jaar anders tegenaan. Maar ik had er drie perioden op zitten in de Kamer en vond het tijd voor nieuw bloed. Dus ging ik solliciteren naar de functie van burgemeester. En de eerste keer was het meteen bingo. Dat was sneller dan ik had verwacht. Ik had in al die jaren een rechtspositie opgebouwd en je kunt wel zeggen dat er altijd wel weer een baan komt, maar het geeft ook rust als je terug kunt vallen op een wachtgeldregeling. En ik wilde geen risico lopen.''

,,Ik heb toen overlegd of ik nog even mocht blijven, dan zou ik zolang afzien van mijn salaris als burgemeester. Daar is iedereen mee akkoord gegaan en voor de raad was het daarmee klaar. Het was volgens de regels, in Tynaarlo had niemand er problemen mee, maar zoals gezegd, ik zou het zelf nu ook anders doen.''

Woordvoerder

Toch blijft zo’n kwestie dankzij internet hem achtervolgen. ,,Ja, het komt meteen weer boven. Zo staat ergens op internet ook dat ik mij als Kamerlid vooral bezig hield met Antilliaanse zaken en sport. Hoe ze daar bij komen is mij een raadsel. Ik heb wel Antillen en Aruba gedaan, van 1998 tot 2005. En Sport heb ik de hele periode in de Kamer gedaan. Daardoor ben ik mede de grondlegger van het Nederlandse sportbeleid zoals dat zich sinds 1994, toen de naam sport in het departement van VWS kwam, heeft ontwikkeld.’’

,,Sport is wel een belangrijk onderdeel van mijn werk geweest en ik heb voor de sport, inclusief de gehandicaptensport en de lichamelijke opvoeding, veel kunnen betekenen. Maar dat is lang niet het enige. Ik was van 1994 tot 1998 bijvoorbeeld voor de VVD woordvoerder immigratie en vreemdelingenbeleid, een zware portefeuille met heel veel media-aandacht. Bert Middel was dat in die tijd voor de PvdA. We werden veelvuldig samen genoemd in de media. Hoewel we politieke tegenstanders waren, konden wij juist heel goed opschieten. Hij heeft daar zelfs nog over geschreven in zijn boek.''

Internet lijkt bepalend voor het imago van de tegenwoordig politicus. Maar hoe verander je de berichtgeving op internet als die niet juist is, vraagt Rijpstra zich af. ,,Ik heb me ook elf jaar ingezet voor het basis- en speciaal onderwijs, deed de oorlogsgetroffenen, kansspelbeleid en ben fractiesecretaris geweest. Kortom, mijn hele cv, en nog veel uitvoeriger, is openbaar. Zet dat er dan bij. Maar het enige wat je over mij op internet vindt zijn vaak de conflicten en rellen en niet de loopbaan.''

Emigreren

Bij die rellen hoort ook de commotie rond zijn plotselinge vertrek uit Tynaarlo, toen Rijpstra met zijn tweede echtgenote Caro van Dijk zou emigreren naar Zwitserland. ,,Ik kende Caro al in mijn jeugd, haar broer was een vriend van mij. Zij woonde en werkte als (sport-)fysiotherapeute in Zwitserland en nadat ik was gescheiden van mijn eerste vrouw, kregen we weer contact. We trouwden en toen is zij hier komen wonen. Maar ze kon niet echt wennen aan Drenthe, dit was niet helemaal haar omgeving.''

,,Misschien was die overgang ook wel te abrupt en te groot. Misschien had ik na mijn werk in de Kamer een sabbatical moeten nemen, om af te kicken. Zij was hier niet happy en daarom heb ik mijn dilemma besproken in de raad. Ik snapte ook wel dat drie jaar te kort was, maar zij begrepen mijn keuze wel, hoewel ze het jammer vonden. In het Dagblad van het Noorden stond toen de kop: Liefde voor Caro gaat boven Tynaarlo, haha.''

Heftig

Het vertrek uit de Drentse gemeente kwam op een heftig moment. Zijn laatste optreden was namelijk tijdens de rouwdienst voor drie brandweermannen, die waren omgekomen bij een brand. ,,Dan sta je daar te spreken voor duizenden mensen, dat was wel heel indrukwekkend, dan ben je echt burgervader.''

Ook zijn eerste optreden in Noordwijk, toen hij terugkeerde als burgemeester in Nederland, was memorabel. Hij mocht namelijk op zijn eerste werkdag koning Willem-Alexander ontvangen, die het vijftigjarige bestaan van de ruimtevaart in Nederland kwam vieren bij ESTEC, het technologisch hart van ESA in Noordwijk. ,,Ik ben speciaal daarvoor nog een dag eerder benoemd dan de bedoeling was.''

Het was niet de eerste ontmoeting met de koning, want twee maanden eerder had hij hem al de heruitgave van het eerste Nederlandse sportboek mogen overhandigen. Dat boek, een kunstzinnig overzicht van de sport in Nederland bij de troonsbestijging van koningin Wilhelmina, was mede op initiatief van Rijpstra opnieuw uitgegeven. ,,Heel aardige man. Ik heb ook als Kamerlid hem verschillende keren mogen spreken.''

Cursus Fries

En nu begint weer een nieuwe fase voor Jan Rijpstra. Hij heeft er zin in, zegt hij. ,,Ik hoop hier ook mijn ervaringen, opgedaan in de Economic Board van de Duin- en Bollenstreek, goed te kunnen gebruiken om de economische ontwikkelingen van Smallingerland te ondersteunen. Smallingerland heeft enorm veel te bieden en van zo’n gemeente burgemeester te mogen zijn vind ik een grote eer.’’

Rijpstra verstaat inmiddels het Fries al prima, maar hij is ook zeker van plan om de taal zo snel mogelijk te leren spreken en actief te gaan gebruiken. ,,Caro en ik hebben al afgesproken dat we samen op cursus zullen gaan. Zo zitten wij beiden in elkaar.''

,,Als je met mensen in gesprek raakt is het ijs sneller gebroken als je hun taal spreekt. Het is ook uit respect. Friesland is tweetalig en Fries is toch de tweede Rijkstaal, het hoort bij de cultuur van Friesland. En daar willen wij deel van uitmaken, wij willen niet zomaar voorbijgangers zijn.''

Tekst Fokke Wester