Tjeerd en Lubkje briljanten paar dankzij zijn schone fiets

Drachten

Tjeerd van der Meulen (84) en Lubkje Buma (85) zijn vandaag 65 jaar getrouwd.

Burgemeester Tom van Mourik kwam het paar vanochtend feliciteren in Neibertilla, waar zij al twee jaar woont. Van Mourik bracht namens de gemeente het gebruikelijke cadeau mee: een kopie van de trouwakte. Tjeerd en Lubkje vierden vanochtend het jubileum in Neibertilla met koffie en gebak en gaan vanmiddag met hun familie naar het pannenkoekrestaurant aan de overzijde van de Wuiteweg.

Lunchroom

Tjeerd is geboren in Sneek en Lubkje in IJlst. Hoe hebben jullie elkaar getroffen, is dan een van de standaardvragen bij jubilerende echtparen. Het antwoord van Tjeerd van der Meulen is echter niet standaard: op de wc. Lachend: ,,Ik zat een keer met een maat in een lunchroom in Sneek en daar zat Lubkje ook, met haar zuster. We hadden wat oogcontact en toen zij samen naar de wc gingen, ging ik ook. En omdat de muur tussen de toiletten voor de dames en de heren niet doorliep, kon ik ze duidelijk verstaan. 'Dat is een leuke vent!' hoorde ik ze zeggen. Ze wilden beiden wel met me uit, dus ik dacht: ik zit vanavond goed.''

Toen de lunchroom sloot en iedereen vertrok, bleek ook de fietsenstalling waar de meisjes hun rijwielen hadden gestald al op slot te zijn. Tjeerd bood Lubkje aan om haar naar IJlst te brengen en zijn maat zou haar zuster meenemen. ,,Ik had een nieuwe fiets en dat was mijn geluk. Want mijn maat had een oude fiets en die was nog smerig ook. Dus de volgende dag bleek de witte regenjas van haar zuster helemaal vies te zijn van het vuil en het vet van de kettingkast. Haar zuster boos. 'Die wil ik nooit meer zien', zei ze. Ik had geluk, ik mocht weer komen.''

Kort verkering

Ze hadden maar kort verkering, vertelt Van der Meulen. ,,We troffen elkaar in februari en in november waren we getrouwd. Maar daar hebben we nooit spijt van gehad. We kregen ook al gauw een kind, onze zoon Pieter Albert. Die is al haast gepensioneerd. Hij is enigst kind en heeft zelf geen kinderen, dus we zullen nooit pake en beppe worden.''

Van der Meulen was bouwvakker, maar moest na het huwelijk in militaire dienst. Toen hij na twee jaar zijn soldatenkloffie weer kon opbergen, kon hij aan de slag bij familie, die een aannemersbedrijf had in Langweer. ,,En dat kwam goed uit, want er was een woning bij. Lubkje had zo lang bij mijn ouders ingewoond, omdat de huizen krap waren.'' Vier jaar later, in 1960, kreeg Van der Meulen een baan als verzekeringsagent. ,,Ik moest bij de mensen langs en toen moest ik dus ook mijn rijbewijs halen.''

Woningruil

Twee jaar later werd hij bevorderd tot inspecteur, met als standplaats Sneek en weer drie jaar later werd hij overgeplaatst naar Leeuwarden. In 1970 verhuisde het echtpaar naar Drachten en daar zouden ze later nog twee keer verhuizen. ,,Vanuit Leeuwarden kwamen wij door woningruil aan een huis in de Wiken, aan de Foswerd. Daarna konden we de woning bij autorijschool Boonstra aan de Stationsweg huren. Dat was een grote verbetering.''

Van der Meulen bleef 34 jaar in dienst bij de zelfde maatschappij en kon op zijn zestigste in de Vut. Lubkje werkte als meisje in de huishouding en bleef na haar trouwen thuis om het eigen huishouden te runnen. ,,It fogeltsje mut in'e kooi blieve'', zegt hij lachend. ,,Dat zeiden ze vroeger, nu is het wel een foute opmerking. Maar er moet al wat humor bij.''

Beroerte

Vier jaar geleden kreeg Lubkje een hersenbloeding en een beroerte en had ze van de ene op de andere dag intensieve zorg nodig. ,,Dat heb ik eerst twee jaar zelf gedaan, maar op een gegeven moment was dat niet meer vol te houden. Daarom is ze vorig jaar februari naar NeiBertilla gegaan.''

Lubkje van der Meulen is links verlamd en daardoor gekluisterd aan de rolstoel. ,,Mar fierder bin ik noch goed helder, gelokkich. Ik hie graach wollen dat wy tegearre ergens wenje koenen, mar Tjeerd fynt dat moeilik. Wy hawwe it der wolris oer, mar wy kinne it net iens wurde.'' Hij had tot vorig jaar een hond, hun derde stabij al weer. ,,Die is met vijftien jaar dood gegaan. En nu heb ik mijn postduiven nog. Ik had er eigenlijk al afscheid van zullen nemen, maar ik heb ze nog steeds.''

Tekst en foto’s: Fokke Wester