Als het aan haar lag, woonde eeuweling Ytje Dijkstra nu nog in Australië

Drachten

Ytje Dijkstra-Bergsma viert vandaag haar honderdste verjaardag. Loco-burgemeester Robert Bakker ging vanochtend langs op de Burefen om haar namens de gemeente te feliciteren.

Ytje Bergsma is op 31 juli 1918 geboren op Oudebildtzijl in een gezin van vier kinderen. ,,Ik ben een Bilkert in hart en nieren. Mijn vader was gernier, al weet nu niemand meer wat dat was. Hij had een klein boerenbedrijfje, met een paar koeien.'' Na de lagere school kwam Ytje als hulp in de huishouding bij een domineesgezin, maar ook stond ze in de winkel.

Drankje

Na haar huwelijk in 1940 met Johannes Dijkstra kwam het echtpaar wonen in Hallum, waar Dijkstra werkte in een bakkerij. ,,We hadden in die oorlogsjaren niet krapte aan eten, maar er was geen brandstof om alles klaar te maken. Nee, echt moeilijke tijden hebben we in Hallum niet gehad.'' Op zijn 28-ste werd Dijkstra manusje van alles bij een dokter. Omdat hij 's avonds de medicijnen rond bracht bij de patiënten, kreeg hij in de regio al snel de bijnaam Johannes Drankje. Het echtpaar kreeg negen kinderen , van wie een jongetje kort na de oorlog overleed, pas zes maanden oud.

In 1960 emigreerde het gezin naar Australië. ,,Johannes was elke avond van zeven tot elf uur op pad met medicijnen en het werk in de huishouding zat me tot hier. Ik wil hier weg, zei ik tegen hem, alles is beter dan dit. Onze oudste was toen zeventien. 'Als we nou eens emigreren', zei Johannes.''

Straatvegen

Ze konden ook naar Afrika en Amerika, maar toevallig waren vrienden van hen naar Australië gegaan en daar kregen ze wel eens mooie brieven van. ,,Daarom hebben we voor Australië gekozen. Johannes was wel onzeker. 'Ik ben 48 jaar, waar vind ik nou nog een baan', zei hij. Ik zei: 'dan ga je desnoods maar straatvegen'. Uiteindelijk is hij dicht bij Melbourne een bakkerij begonnen. Johannes bakte daar ook suikerbrood, we hadden veel mensen van hier als klant.''

De reis naar Down Under ging met het schip Zuiderkruis, een tocht van vijf weken. ,,Een man zei tegen mij: dat is eigenlijk één lange vakantie. Maar in werkelijkheid was het een rotreis. Ik kon er zelf niet goed tegen en ook sommige kinderen waren de hele tijd zeeziek. Dan stond ik de jongste te verschonen en dan stond een van de anderen naast mij over te geven. Toen we in Australië aankwamen zei ik: nou wil ik die man nog wel eens spreken.''

Yes en No

Het echtpaar bouwde aan de andere kant van de wereld een heel nieuw leven op, maar makkelijk was dat niet. Vooral de taal was een probleem. ,,Yes en No, dat was alles wat ik kende. En ik zei ook nog wel eens no als het yes moest zijn. Ik heb het Engels van de kinderen geleerd. Nu houden ze me niet meer voor de gek en kan ik praten met al mijn klein- en achterkleinkinderen. Ik gebruik nu zelfs wel eens een Engels woord tussendoor. 'Gooi maar in de rubbish', zeg ik dan, of 'ik ben naar de chemist geweest'. Wat zeg je nou? vragen ze dan. Oh ja, prullenbak, drogist, haha.''

Toen het echtpaar op een gegeven moment voor de verjaardag van zijn moeder naar Nederland was gekomen, bleek hij eigenlijk wel te willen blijven. ,,Ik niet. Als het aan mij had gelegen, hadden we daar nog gewoond. We zijn daar ook niet weggegaan omdat we het niet konden redden. We hadden het daar heel goed. Maar Johannes had zo'n heimwee. Hij zei: als we de bakkerij nu eens verkopen en in Nederland een huis huren, dan kunnen we dat geld gebruiken om zo nu en dan terug te gaan naar Australië. Zo is het ook gegaan, we zijn vaak terug geweest. Ik zelf in totaal zestien keer, voor het laatst in 2010. Ik heb dus een heel huis verreisd.''

Moeilijkste

Johannes en Ytje kwamen in 1972 terug naar Hallum, samen met hun twee jongste kinderen. Ook de oudste dochter keerde met haar gezin terug. Dat ze vijf van haar kinderen moest achterlaten was heel moeilijk, vertelt ze. ,,Dat is mijn moeilijkste moment geweest in de afgelopen honderd jaar.'' Na een paar maanden Hallum verhuisden ze naar Drachten, waar een broer van Johannes woonde. Hij kon er een baan krijgen bij Bakker Smit aan de Zuidkade, nu Appie de Jong.

,,Johannes zei: waar vind ik nog een baan, ik ben al zestig. Hij belde Smit en die zei: je kunt morgen wel beginnen. Hij is er niet lang gebleven, want toen kreeg hij troubles aan zijn rikketik.'' Johannes Dijkstra is in 1983 overleden. ,,Toen heb ik het wel moeilijk gehad, maar ik ben er wel veel zelfstandiger van geworden, want ineens moest ik alles zelf doen.''

Leuk lui

Ytje Dijkstra-Bergsma vermaakt zich nu prima. Sinds een paar maanden krijgt ze Tafeltje Dekje en zo nu en dan komt er iemand langs van de thuiszorg. ,,En de kinderen helpen mij ook goed.'' Verder noemt ze zichzelf 'leuk lui'. ,,Ik heb het vroeger altijd zo druk gehad. Dan dacht ik: wat zou ik nu graag even rustig zitten en een boek lezen. Toen kon het niet, nu geniet ik er dubbel van. En van puzzelen en van bingo.''

Daarnaast volgt ze het nieuws nog in de krant en op tv. En ze is nog goed bij, vertelt haar zoon Sjoerd, die vlakbij zijn moeder aan de Dwarsvaart woont. ,,By it WK fuotbaljen hienen wy in toto en dêr die mem ek oan mei. En sy einige net iens as lêste, har skoare wie sels heger as fan ien fan de kenners. Ek de Tour de France hat se goed folge.''

Verrassing

Op haar eeuwfeest zou het gezin voor het eerst sinds 1972 weer eens compleet zijn, maar om gezondheidsredenen kon de jongste zoon niet komen. Alle andere kinderen en een groot aantal klein- en achterkleinkinderen zijn vandaag wel in Friesland om het feest mee te vieren. Vanmiddag gaan ze samen lunchen in Restaurant Mooi Gaasterland in Rijs. ,,En as ferrassing ha wy foar mem in sjees regele mei Fryske hynders der foar. Op harren troudei binne se ek yn sa'n sjees nei it gemeentehûs riden. Wy as bern ride der yn in koets achteroan'', vertelt Sjoerd Dijkstra.

Met regelmaat heeft ze contact met haar kinderen en kleinkinderen in Australië via Skype. Dat was vroeger wel anders, vertelt ze. ,,Als ik een brief aan mijn moeder had geschreven moest ik veertien dagen wachten voor er eens een antwoord kwam. We hebben een keer met haar gebeld, dat kostte tien gulden per minuut. We hadden er een kookwekker bij om de tijd in de gaten te houden. Nu heb ik een I-pad en ik hoef maar op een knopje te drukken en ik heb de kinderen in beeld. Toen ik die I-pad kreeg dacht ik: wat moet ik er mee. Maar ik zou hem nu niet meer willen missen. Ook via Facebook heb ik nu contact met de kinderen.''

Geheugensteuntje

Het nageslacht van Johannes en Ytje bestaat op dit moment inclusief aanhang uit 128 personen, vertelt ze trots. Naast de acht kinderen zijn er 26 kleinkinderen, 38 achterkleinkinderen en zeven achter-achterkleinkinderen. ,,En mem kin se allegear noch by namme'', zegt zoon Sjoerd. Mocht ze eens een naam vergeten, dan hangt er in haar woning nu een mooi geheugensteuntje, want op een slinger van Friese en Australische vlaggetjes zijn de namen al haar nazaten gespeld.

Honderd jaar is lang. En dan te bedenken dat in die laatste honderd jaar meer is gebeurd dan in vele eeuwen daarvoor. ,,Ik weet nog dat de Zeppelin overkwam, toen stonden we te kijken op de zeedijk. En het eerste vliegtuig. Dat komt niet goed, zeiden de mensen. En kijk eens wat we nu allemaal hebben. Hoe ik honderd ben geworden? Ik kan er niets aan doen, het komt zoals het komt. Wat er vandaag allemaal gebeurt, dat weet ik niet, dat houden ze geheim voor me. Nou ja, ik laat het maar over me heen komen. Als ze vragen wat ik nog wel eens zou willen, dan zou ik zeggen: uit een helicopter springen. Achterop de rug van zo'n man. Maar dan wel een zachte landing. Ach, ik zeg het wel, maar als het er op aankomt denk ik dat ik het niet eens zou durven.''

Tekst en foto’s Fokke Wester