Drachtster jurist ‘liegt’ Tourverhalen bij elkaar

DRACHTEN

Peter Stevens heeft een boek geschreven over de Tour de France. De jurist uit Drachten, werkzaam in de gemeente Opsterland, verzamelde voor het boek zijn hilarische (geheel verzonnen) sterke verhalen over het wielrennen in de jaren dertig. Ook zitten er columns tussen over dagelijkse beslommeringen, zoals waarom een boterham met jam altijd verkeerd om op de grond valt, en of je van afwassen kunt afvallen. Het boek is (mede daarom) niet alleen interessant voor wielrenliefhebbers.

Drijfveer

,,De drijfveer om dit boek uit te geven was dat ik na de dood van mijn vrouw besefte dat je plannen moet uitvoeren voordat het te laat is’’, zegt Stevens. Hij organiseert jaarlijks tijdens de Tour de France een Tourspel voor zijn collega's. De deelnemers worden dagelijks getrakteerd op commentaren op het koersverloop en de ontwikkelingen in het Tourspel.

Maar levert Stevens humoristische column, die meestal sterke verhalen uit de oude doos bieden. ,,Een tocht door de krochten van mijn fantasie, met onder andere vliegende fietsen, afgereten ledematen en tips hoe je concurrenten kunt uitschakelen. Maar ook overpeinzingen over dagelijkse beslommeringen en smeekbedes om hem alstublieft om te kopen.’’ In het boek Tour de Fantasie zijn de bijdragen verzameld uit de Tourspellen van de afgelopen drie jaren.

Peter Stevens (1959) woont met zijn kat Jade in Drachten en werkt als jurist. Al sinds de jaren '80 volgt hij de Tour de France met warme belangstelling. Als deelnemer aan een tourspel begon hij commentaren op het koersverloop te schrijven, wat uiteindelijk leidde tot een dagelijkse column.

Een voorproefje

Dan heb je ook nog het verhaal van Christophe Devallier uit Limoges, waar zijn familie een – destijds noodlijdende – schoenenfabriek bezat. Christophe ('Tuf' voor intimi) kwam in 1931 tijdens de Tour de Picardie tijdens een ogenschijnlijk kansrijke vluchtpoging op onzachte wijze in aanraking met een zich toevallig naast het parkoers bevindende kastanjeboom. Op zich niets ernstigs (zoiets gebeurde vaker, al betrof het daarbij meestal eiken, die – zoals bekend – nog wat onvriendelijker zijn), ware het niet dat hij daardoor de contrôle over zijn fiets verloor en terugstuiterde op de weg, waar hij werd overreden door de auto van zijn eigen ploegleider.

Toen Christophe (ik noem hem hier niet 'Tuf' omdat noch ik, noch u tot de selecte groep van intimi behoren die hem zo mochten noemen) weer bij zijn positieven kwam, bleken zijn beide armen gebroken, en zijn linkerpols hing er bij als een dood tjiftjafje. Maar was dat reden om de strijd te staken? Geenszins. Christophe drapeerde zijn bovenlichaam gewoon over het stuur en stuurde met zijn schouders. Oké, hij kwam 2 dagen buiten de tijdslimiet aan in de finishplaats Laon, zodat hij noodgedwongen door de jury uit de koers werd genomen, maar toch.

Of wat dacht u van Miguel Juan Serpa Rodondo, die in de Vuelta van 1933 in de bossen rond Gerona uit de bocht vloog en door een ongelukkige samenloop van omstandigheden midden in een takkenhakselaar belandde? Binnen een paar minuten was Miguel in miljoenen stukjes gehakt, waarvan zelfs met naald en draad of superlijm geen adequate renner meer was te fabriceren, hetgeen bleek toen mederenners en de bij de slachtmachine behorende medewerkers van Staatsbosbeheer dat daadwerkelijk tevergeefs probeerden. Miguel moest dus – op advies van zijn teamarts – de strijd staken. Maar had hij geklaagd of gejammerd tijdens dit incident? Welnee, dat deed je niet!

Verder lezen? Het boek is te bestellen via www.boekscout.nl