Speldje en erelidmaatschap voor jubilerend scheidsrechter Bert Blauw

Opeinde

Bert Blauw is 40 jaar actief als korfbalscheidsrechter. KV De Pein benoemde hem tot erelid

Bert Blauw is veertig jaar actief als scheidsrechter voor korfbalvereniging De Pein. Hij floot op het allerhoogste niveau en is nu meer en meer in de regio actief. KC de Pein waardeert de inzet van Bert als arbiter enorm. In het geheim heeft het bestuur een huldiging voorbereid. Voorafgaand aan de finale van het Pjuktoernooi nam voorzitter Greetje van der Weij het woord en kondigde aan dat Blauw is verkozen tot de Peinder van het jaar. Het 40-jarige jubileum is ook onder aandacht gebracht bij de KNKV. Tijdens de huldiging was er ook bezoek vanuit de korfbalbond. Namens de KNKV, werkgroep Arbitrage Noord was voorzitter Ronald Munneke aanwezig, die Blauw de zilveren bondsspeld uitreikte voor 40 jaar fluiten.

Curieus

Bert Blauw is zijn loopbaan als scheidsrechter op curieuze wijze begonnen. Eise Pool was destijds zijn coach bij de junioren. Volgens hem kon Bert wel naar de  cursus voor jeugdwedstrijdleiders vanwege zijn onderwijskundige studieachtergrond, dus werd hij aangemeld als geschikte deelnemer. Maar het bleek te gaan om een scheidsrechterscursus. Bert heeft de cursus succesvol afgerond, en is meteen begonnen met fluiten in de Afdeling Friesland. ,,Soms waren spelers tien jaar ouder, maar door mijn theoretische achtergrond kon ik prima fluiten.”

Daarnaast was Bert Blauw altijd als speler en als coach actief, waardoor zijn korfbalkennis onomstreden is. Omgaan met spelers noemt hij het leukste. ,,En zelf actief bezig zijn.” De diversiteit van het arbitreren spreekt hem enorm aan. ,,Je raakt nooit uitgeleerd.”, aldus Bert. Omdat het nog steeds leuk is om te doen, fluit hij. En omdat het KC de Pein wat oplevert. ,,Maar als het niet meer leuk is, stop ik meteen.”

Momenteel is Blauw actief op diverse niveaus en bij verschillende leeftijdscategorieën, van jeugd tot senioren. ,,En dat bevalt prima, zo dicht in de buurt.” Bij de hoogste klassen ging hij vaak het hele
land door. Wedstrijden werden dan vaak kort van tevoren toegewezen. ,,Nu weet ik eerder welke wedstrijden ik heb, en kan ik daar op inspelen. Maar het hele weekend staat nog immer in het teken
van fluiten.”

Beginsignaal

Als Bert wordt gevraagd naar zijn favoriete spelregel, noemt hij als eerste het beginsignaal van de wedstrijd. Het tekent de drive en motivatie om wedstrijden volgens de spelregels tot een goed einde te willen brengen. ,,Voordeel geven, en er komt bijvoorbeeld een doelpunt tot stand, is een ultieme beslissing.” Volgens hem is het niet gepast om als scheidsrechter er bij te juichen. Er zijn ook regels die wel opgesteld staan, maar ter discussie gesteld kunnen worden. Zo is het ‘gevallen de bal bemachtigen’ een regel die ze wat hem betreft af mogen schaffen. ,,Maar ik fluit er nu nog wel voor.”

Diverse regels zijn door de jaren heen bij de kop gepakt en er is veelvuldig mee geëxperimenteerd. Ook Blauw heeft te maken gehad met de opkomst van de schotklok. ,,Als scheidsrechter moet je vele zaken in de gaten houden. De tijd zelf, je samenwerking met je assistent, de jury en uiteraard het spelbeeld. Als er bijvoorbeeld nog maar enkele tellen te spelen zijn, geven verdedigers meer druk, waardoor de kans op overtredingen ook weer toe neemt.” Heden ten dage wordt er in de 1e Klasse ook met schotklok gespeeld. Blauw leidt die wedstrijden alleen, met de jury achter de tafel. ,,Het zou mooi zijn als de schotklok op lagere niveaus ook ingevoerd kan worden.”

Naast het hanteren van spelregelkennis op wedstrijdsituaties, beleeft hij diverse avonturen. Onlangs floot hij een wedstrijd in Gorredijk, waarbij hij na afloop met spelers van LDODK 4 en de gasten uit
Nijeveen in het zwembad belandde, terwijl deze officieel nog niet geopend was. Bert werd er door de spelers op gewezen dat de kaarten in het water dreven. De gele en de rode zijn namelijk geplastificeerd. Ze hebben heerlijk gezwommen. Specifieke uitslagen blijven vaak niet hangen. ,,Het doelpunt wat Leon Simons maakte vanuit het andere vak, is me wel altijd bijgebleven. Maar waar
moet je het spel dan hervatten? Daar waar de bal door de korf gaat, dus.”

Opgesloten in Ahoy

Berucht is het verhaal dat Bert vast zat in een kleedkamer in Ahoy tijdens de zaalfinale van 1993. Na afloop van de juniorenfinale, waar de Peinder als assistent-scheidsrechter aanwezig was, deed een
medewerker iets te snel de deur op slot. Het lukte in eerste instantie niet om boven het lawaai uit te komen. Hij heeft echter nog net het einde van de wedstrijd kunnen zien. 13-12 voor Deetos, een
loepzuivere, goedgekeurde afstander van Oscar Mulders.

Over het algemeen geven de huidige regels volgens Bert een juiste weergave van het spel weer. Ze blijven bezig met experimenteren. Het enige wat veranderd zou kunnen worden volgens de jubilerende scheidsrechter, is dat er overal vier time outs door de teams genomen mogen worden. ,,Dat zou meer mogelijkheden geven. En daarnaast zou ik het goed vinden als alle spelers bij iedere
wedstrijd de scheidsrechter vooraf en na afloop een hand geven.”

Jarenlang floot hij met een assistent. ,,Twee zien meer dan één. Ze willen in de toekomst met twee scheidsrechters verder. Daar wordt mee geëxperimenteerd, waarschijnlijk eerst in de hogere klassen.
Of het voor mij in de toekomst nog van toepassing is? Dat valt nog te bezien.” Dan dienen er sowieso voldoende scheidsrechters opgeleid te worden. Belangrijkste eigenschappen van een scheidsrechter vindt Bert spelregelkennis, conditioneel topfit zijn, uitstraling, fatsoenlijk in scheidsrechters tenue verschijnen, in het bezit zijn van een korfbalachtergrond en spelsituaties aanvoelen.

Looplijnen

,,Hoe hoger het niveau, des te hoger de handelingssnelheid van de spelers. In lagere klassen verloopt het spel onvoorspelbaar, waardoor het voor de scheidsrechter lastiger is goede looplijnen te nemen.” Bert fluit ook af en toe talentvolle jonge jeugd. ,,Daar kan ik enorm van genieten. Geweldig vind ik dat! Als arbiter moet je er tegen kunnen om in je eentje op pad te gaan. Je bent immers solistisch bezig.”

Volgens Blauw zou het bevorderlijk voor verenigingen zijn, als spelers zelf tijdens trainingen gaan fluiten. ,,Hiermee kunnen ze zelf ervaren hoe het is om scheidsrechter te zijn. En als je gemotiveerd bent, kun je starten als jeugdwedstrijdleider.” Hierbij zijn aspecten als een aanspreekpunt of klankbord van belang om goede voorwaarden te creëren. ‘,,Geef de jeugd een kleine vergoeding.'' Bert heeft altijd alle steun gehad van het thuisfront. Dat was bij zijn ouders zo, waarvan hij een auto kon lenen, en nu bij zijn gezin nog steeds. Hij krijgt de ruimte om ieder weekend op het veld te staan. Hij vond het mooi om bij de afscheidswedstrijd van Geale Tadema te mogen fluiten, en waardeert het als juist de verliezende ploeg hem oprecht complimenteert voor het gefloten duel.

Tekst: Douwe de Haan


Auteur

Fokke Wester Redacteur