Nabestaanden onthullen monument neergestorte bommenwerper bij Ald Dwinger en openen expositie

Earnewâld

Nabestaanden van de bemanning van de in WOII in De Alde Feanen neergestorte Lancaster bommenwerper, onthullen op zondag 15 april het monument bij het eiland De Ald Dwinger. Aansluitend openen ze in Earnewâld een expositie over de rampzalige vlucht.

In de nacht van 4 op 5 september 1942 stort Lancaster R5682 bommenwerper met aan boord vier Britse en drie Canadese bemanningsleden, neer in Nationaal Park De Alde Feanen bij Earnewâld. Het vliegtuig is onderweg naar Duitsland als het boven de Waddeneilanden wordt geraakt door Duits afweergeschut. De bemanningsleden verlaten een voor een met hun parachute het brandende vliegtuig. Twee komen daarbij om. Het lukt piloot Joslin de bommen op een veilige plek af te werpen. Een heldendaad. Even later boort het toestel zich in de oever van vuilstortplaats de Ald Dwinger. Joslin overleeft het niet.

Ruim 75 jaar ligt het wrak onaangeroerd in de bodem. Totdat de provincie Fryslân in januari 2017 start met het ‘inpakken’ van de zwaar vervuilde stortplaats. Samen met It Fryske Gea doen ze dit op een manier waarbij het unieke stukje natuur behouden blijft en niet via het grondwater vervuild raakt. De berging van het vliegtuigwrak maakt deel uit van deze complexe operatie.

Het 'inpakken' van de stort en het bergen van de Lancaster maken verhalen en emoties los bij omwonenden en nabestaanden van de bemanning. Om hen te eren vraagt de provincie architect Nynke Rixt Jukema een monument te maken op de crash site. Gedeputeerde Michiel Schrier zal de expositie namens de provincie met de nabestaanden openen.

In bezoekerscentrum Nationaal Park De Alde Feanen in Earnewâld vertelt de expositie 'Geraakt! de laatste vlucht van Lancaster R5682’ het hele verhaal. Mee op basis van
jarenlang onderzoek door de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation.

De opening zondag is een emotionele gebeurtenis voor de nabestaanden, die met de ceremonie een periode van rouw kunnen afsluiten. 


Auteur

Fokke Wester Redacteur