Peije is weer thuis

DRACHTEN

Peije is terug. En nog mooier, de speelman van de Friese Wouden is weer thuis. Meer thuis zelfs dan ooit iemand had kunnen bedenken. Tekst: Fokke Wester

Waarschijnlijk heeft niemand Peije gemist, want in brons staat hij nog altijd op zijn vertrouwde plek aan de kop van de Drachtstervaart. Maar het origineel, het stenen beeld waarvan het brons in de Promenade een kopie is, was de afgelopen jaren verdwenen. Het beeld van Peije stond meer dan veertig jaar in de hal van de Lawei, waar het menig verbouwing overleefde. In het voorjaar van 2014 verhuisde het beeld met de rest van de schouwburginventaris naar de oude Ambachtsschool, tweehonderd meter verderop aan de Wuiteweg, om ruimte te maken voor de vernieuwbouw van de Lawei. Een jaar later kon het theater eindelijk weer terug, met een flinke vertraging door de bouwperikelen. En toen ging het mis met Peije.

Psalmke of walske

Peije Rasp was de bijnaam van Freerk de Jong (geboren in 1879 in Ureterp, overleden op 13 november 1941 in Drachten). Hij werd grootgebracht bij zijn grootouders in Ureterp, waar zijn pake Herberg De Laatste Stuiver runde. De goedmoedige muzikant was in de regio een bekende verschijning, omdat hij overal speelde op zijn trekzak.

Hij speelde wat de mensen wilden: 'Wat moat it wêze, in psalmke of in walske' was zijn gebruikelijke vraag. Hij speelde op bruiloften en partijen, maar scharrelde ook als straatmuzikant zijn kostje bij elkaar. Hij begeleidde reisjes van ouden van dagen en zorgde 's winters voor sfeer op het ijs. Bekend is het verhaal dat hij eens op zijn knieën voor het open raam van een ziek kind een uur lang zachtjes muziek maakte.

Laatste speelman

Iedereen kent Peije. Ook vandaag de dag nog. En dat is vooral te danken aan het beeld van 'de Laatste Speelman van de Friese Wouden', dat in het begin van de jaren zestig is gemaakt door amateurbeeldhouwer Mindert Wilstra (1914-1973). Wilstra, die in het dagelijks leven bij Philips werkte, kwam op het idee om het beeld van klei te maken toen hij in het Bleekerhûs, de voorloper van Museum Dr8888, een foto van de speelman zag. In het tegenwoordige museum worden nog altijd twee originele trekzakken van Peije bewaard.

,,It byld is makke fan echte Fryske klaai, dy helle ús heit altyd yn Ljouwert by it stienfabryk op Schenkenschans'', zegt Drachtster Willem Wilstra. Hij herinnert zich nog goed dat zijn vader er mee aan het werk was. ,,Wy wennen doe oan de Blauwverversregel. Heit wurke oan it byld yn it krappe hokje achter op'e tún, dêr hie er ek in kachel yn. Hy wie der lang mei oan'e gong en it hat noch in hiele tastân west. It is ek in pear kear yn mekoar dondere, want troch it opdroegjen fan dy klaai kamen der hieltyd skuorren yn. Dan moast er wer opnij. De kop is der ek wolris ôfrûgele. Ik wit noch wol dat ús heit der wiete doeken oerhinne hie, want it mocht net te hurd droegje. Doe't it klear wie is it yn Schenkenschans bakt, tsien dagen lang yn in oven fan 1000 graden. Sadwaande is it echt fan stien en keihurd.''

Flierefluiter

Dat zijn vader Peije in klei wilde vereeuwigen is niet toevallig, zegt zoon Willem. De kunstzinnige Drachtster, die is geboren in Haulerwijk-Beneden (nu Waskemeer), voelde zich met hem verwant. ,,Peije wie in swerver, in flierefluiter, in frij man. Us heit moast der ek wolris op út en dat sit ek wol wat yn my.'' Wilstra senior maakte het beeld naar een foto, die hij uitwerkte naar een tekening op schaal. De stenen Peije is dan ook net als de echte speelman rond de 1,60 meter hoog.

De Wilstra's hadden het beeld een tijdlang in de achtertuin staan, totdat vrachtrijder Tjalling Holwerda vroeg of hij het in zijn tuin op de hoek van het Moleneind en de Hogeweg mocht plaatsen. ,,Holwerda fûn dat it byld in better plak ha moast, hy woe it mear yn 't sicht ha. Dat wie ek it momint dat it byld bekendheid krige, want Freark Dam skreau der oer yn de Drachtster krante. Hy joech ek de suggestje dat it wolris in byldmerk fan Drachten wurde koe, sa't Ljouwert syn ko hat.''

Icoon

Toen Smallingerland in 1975 een beeld zocht voor het vernieuwde Drachtster centrum, koos de gemeente voor Peije. Gemeentevoorlichter Bas den Oudsten had het stenen beeld al eerder gekocht van Loltsje Wilstra, de weduwe van de in 1973 overleden beeldhouwer. ,,Tûzen gûne hat de gemeente der foar jûn'', weet Willem Wilstra nog. Daarmee kocht de gemeente niet alleen het beeld, ook deed de familie afstand van alle rechten.

Want Den Oudsten had plannen om het beeld tot icoon van Drachten te maken. Een bronzen afgietsel, betaald door de Koninklijke Heidemaatschappij, kreeg een prominente plaats op de belangrijkste kruising van Drachten. Op 1 november 1975 werd het door de weduwe Wilstra onthuld bij de officiële opening van de Drachtster Promenades.

Miniaturen

Daarnaast kwamen er miniaturen op de markt. In bronskleur, maar ook in zwart, wit en bruin. Zoals Drenthe zijn Bartje had en Leeuwarden Us Mem, zo kreeg Drachten Peije. In duizenden huiskamers over de hele wereld is het miniatuur terug te vinden. Ook Roel Oostra heeft het beeldje in de kast staan, en een heel bijzonder exemplaar ook nog. Peije staat op een rood pompeblêd, als geschenk van shantykoor De Peijesjongers. Oostra kwam het beeld tot in de jaren tachtig dagelijks tegen toen hij directeur was van de Lawei. ,,De gemeente hie it kocht, mar se wienen der wat mei oan. Doe haw ik frege oft it net by ús yn'e hal stean mocht. En dat mocht.''

Peije, die in zijn leven veel armoede en ellende kende, werd dankzij het beeld inderdaad een belangrijk icoon voor Drachten. Het jaarlijkse muziekfestival draagt zijn naam en het Drachtster shantykoor noemde zich naar hem. Op de Noordkade heette een van de horecazaken jarenlang Café Peije. Geen enkele burgemeester heeft een standbeeld in Drachten, hij wel. Want na het heropenen van de Drachtstervaart in 2015 kreeg Peije weer zijn vaste plek aan de kop van het Moleneind.

Kopie

Als Willem Wilstra er langs loopt, is hij nog altijd trots. Daar staat het beeld dat zijn vader maakte. Maar het voelt dubbel, zegt hij, want het beeld bij het carillon is een kopie. Het echte beeld, dat zijn vader eigenhandig boetseerde en kneedde uit de Friese klei, stond in de Lawei. In de nieuwe Lawei kwam het echter nooit. ,,Myn broer Evert hat der alris in brief oer skreaun en ik ha der foarrich jier in pear kear nei frege, mar se wisten net wêr't it bedarre wie'', vertelt Wilstra.

,,Ik meende echt dat het hier in de kelder stond'', vertelde Laweidirecteur Stef Avezaat eind december aan deze krant. ,,Maar we zijn hem kwijt. Waarschijnlijk is er bij het terugverhuizen vanuit de Ambachtsschool wat mis gegaan. Zoiets mag natuurlijk niet gebeuren, maar hij is simpelweg niet meer te traceren.'' Bij de verhuizing is voor zover Avezaat weet alles van waarde meegenomen. ,,Wat er nog overbleef is door een opkoper meegenomen. In theorie zou het dus kunnen dat hij het beeld heeft meegenomen en dat het nu ergens bij iemand in huis staat.''

Kopie van gips

Die theorie klopt bijna, zo bleek de afgelopen maanden uit onderzoek door deze krant. Roel van der Vaart, die meer dan veertig jaar bij de schouwburg werkte, begeleidde als Hoofd Huishoudelijke Dienst de terugverhuizing van de inboedel naar de Lawei. ,,Alles wat mei moast is meigien. Op it lêst lei der noch fan alles, mar dat hoechde net werom, ha se my ferteld. Doe is dat opkocht troch de firma Regoed. Wat it oplevere hat? Hast neat.'' Dat bij het restant ook het beeld van Peije stond, had Van der Vaart wel gezien. ,,Mar ik tocht, dat sil wol in kopy fan gips wêze. As ik witten hie dat dit it origineel wie, dan hienen wy it fansels noait fuortdien.''

De eigenaar van Regoed liet, zoals wel vaker gebeurt, meteen diezelfde middag nog een aantal bevriende handelaren in de Ambachtsschool komen, om te zien of er nog iets van hun gading bij zat. Ook het beeld werd meegenomen. ,,Foar in habbekrats'', zegt hij. ,,Mar ik hie fansels ek gjin idee dat it om it echte byld fan Peije gie.''

Woonwagenkamp

Dat had ook de koper niet. Frans van Rijszen (42) uit Groninger Opende kocht het beeld van de muzikant samen met zijn broers Petrus en Jannus, omdat hij het mooi vond. ,,Wij kwamen er mee thuis. 'Och', zei mama, 'dat is Peije'. Zij herkende hem wel. En dan ga je zoeken en dan kom je er wel achter. We zijn zelfs in Drachten wezen kijken naar het beeld in het centrum.'' De familie Van Rijszen woont al meer dan veertig jaar op het woonwagenkamp van Opende. ,,Papa heeft eerst iets verderop gestaan, aan de Openderweg, daar ben ik geboren, Petrus en Jannus zijn hier geboren.'' Het beeld stond de afgelopen drie jaar bij hen, omdat ze het mooi vonden, dat kleine mannetje met zijn trekzak.

Dat het om een bijzonder beeld gaat, kregen ze pas begin dit jaar in de gaten toen ze hoorden dat er door de Drachtster Courant naar gezocht werd. De redactie was ingeseind door Willem Wilstra, na het voor hem onbevredigende antwoord van de Lawei. Alfred Matthijssen, Hoofd Bedrijfsvoering van de Lawei, nam na een tip van deze krant contact op met de broers. Zij vroegen 5000 euro voor Peije. De broers hebben het er wel over gehad, dat het beeld eigenlijk in Drachten thuishoort. Maar het zomaar weggeven, dat willen ze niet. 

,,Het gaat ons niet eens om het geld, maar zoals de Lawei met zijn kunst omgaat, dat lijkt nergens naar. Als ze er voor moeten betalen, gaan ze er de volgende keer misschien wat beter mee om'', legt Frans van Rijszen uit. ,,Hij bood eerst 2000 euro, maar zakte later naar 1500’’, zegt broer Petrus van Rijszen. ,,Dat kan natuurlijk niet. Als je een bod doet, moet je er ook voor staan, dan ga je niet nog een keer naar beneden.’’ 

Te gortig

,,Wij zijn hier gestrand'', zegt Matthijssen. ,,We hebben ons best gedaan om het terug te krijgen, maar vijfduizend euro is nogal wat. We hebben een paar keer contact gehad, maar zo'n bedrag is ons te gortig. Helaas zijn er bij de verhuizing fouten gemaakt, dat was gewoon een misverstand, een heel vervelende samenloop van omstandigheden. Daar balen wij ontzettend van, maar hoe ze er nu geld uit willen slepen, dat vind ik toch wel kwalijk. Ik heb het gevoel dat we uitgemolken worden.''

Willem Wilstra neemt het de Opender broers niet kwalijk. Vorige week ging hij samen met de redacteur van de Drachtster Courant naar Opende, op zoek naar het beeld van zijn vader. Het werd een emotioneel weerzien. ,,Prachtich om it sa wer te sjen, sy ha der goed op past. Ik ha ek wolris benaud west, dat ien it miskien yn pún slein hie. Mar sy ha neat ferkeards dien. Sy hawwe it earlik kocht en hannel is hannel. De fout leit by de Lawei, dy ha gewoan net goed opletten. Dêr moatte se har skamje. Se jouwe miljoenen tefolle út oan it nije gebou, mar fiiftûzen euro is harren te folle.''

Vrede

Wilstra heeft nog even overwogen om het beeld terug te kopen, samen met zijn broer en zus, maar hij kan er wel vrede mee hebben dat het beeld bij de drie broers staat. Peije woonde namelijk ook in een woonwagen, eerst op de Zuiderheide, later met zijn tweede vrouw aan de Slingeweg en de Zuiderhogeweg, dicht bij de Piipbrêge. ,,No't er hjir op it wenweinkamp stiet, kinst sizze dat er wer thús is. En noch moaier, syn heit en mem wienen Andries de Jong en Sjoukje Ras. Sy kamen fan Grinzer Pein. Syn heit wie skiephoeder by in boer op Trimunt. Dat is hjir fuort njonken de doar. Better kin it net.''

Burgemeester Tom van Mourik vindt dat het beeld bij Drachten hoort en eigenijk terug moet komen, al vindt hij de uitleg van Willem Wilstra sympathiek. Over de deal tussen gemeente en De Lawei in de jaren zeventig is in het archief niets terug te vinden. ,,Dus it sil wol gien wêze sa't Roel Oostra seit. Ik fyn it sels hiel moai hoe't Smellingerlân omtinken jout oan syn soasjale skiednis en it byld fan Peije is dêr ien fan de moaiste foarbylden fan. Wy kinne der yn feite neat oan dwaan, mar wy sille noch wol útsykje hoe't it krekt sit en wat der noch mooglik is.''


Auteur

Fokke Wester Redacteur