Kunstenares Josje Hattink laat de turf weer branden

BEETSTERZWAAG/NIJ

BEETS - Josje Hattink sluit zaterdag 9 september haar verblijf in Kunsthuis SYB af met het ritueel verbranden van een huis van turf. ,,Zonde? Dat is ook met dit hele landschap gebeurd.''

Tekst en foto's Fokke Wester Zuidoost Friesland is gevormd door turf. De eeuwenlange vervening heeft er voor gezorgd dat de bodem tegenwoordig een stuk lager ligt dan vroeger. Dat is bijvoorbeeld te zien aan oude kerken en begraafplaatsen, die soms een heel eind boven het maaiveld uitsteken. En kijk eens naar de familienamen, wie kent niet een Van der Veen, Veenstra, Venema of Hogeveen? Drach Josje Hattink (27) uit Den Haag heeft zich al meer dan een jaar verdiept in de geschiedenis van de vervening en de vorming van het landschap. Sinds begin augustus is ze in Kunsthuis SYB in Beetsterzwaag bezig met haar kunstproject Drach, een woord voor turf dat ze ergens in een publicatie op internet vond. Maar geen van de taalkundigen en historici die ze er naar vroeg kende het woord. ,,Misschien bestaat het wel niet, maar ik vond het te mooi om er niets mee te doen. De naam Drachten zou er van afgeleid kunnen zijn, maar die plaats is genoemd naar de rivier de Drait.'' Vrijdag 8 september sluit ze haar residentie af met een presentatie en een dag later volgt de rituele verbranding van een turfhuis bij de zandwinput, precies tussen Beetsterzwaag en Nij Beets. ,,Die put ligt echt op een belangrijke grens in het gebied, namelijk de overgang van veen naar zandgrond. Dat is dus in de tijd van de vervening ook een sociaal-culturele grens geworden, de grens tussen arm en rijk.'' Haar project gaat niet specifiek over turf, zegt ze, maar wel over hoe de ruimte wordt gevormd. ,,Turf op zich interesseert mij niet, wel het veen dat nog in de grond zit en de afgravingen. Als je een kuil graaft, heb je dan ook meteen een berg? Dat is mijn uitgangspunt.'' Residenties Hattink wilde graag een project doen in SYB. Het Kunsthuis in de voormalige woning van kunstverzamelaar Sybren Hellinga heeft de afgelopen jaren een heel goede naam opgebouwd, in Nederland, maar ook daarbuiten. ,,Ik woon zelf in Den Haag en iedereen daar kent het. Met acht residenties per jaar hebben heel veel kunstenaars hier al kunnen werken.'' Toen ze voor haar verblijf een onderwerp zocht dat een relatie heeft met de omgeving, kwam ze al snel uit op veen en turf. ,,Wist je dat 17 procent van de aarde bedekt is met veen? Het is heerlijk om je zes weken lang ongestoord en heel intens in zo'n onderwerp te kunnen onderdompelen. Van de resident wordt na afloop wel een soort presentatie verlangd, maar echt streng is die voorwaarde niet. Je hoeft hier niet uit te komen met een stapel schilderijen onder je arm. Ik zie in deze periode vooral een kans om materiaal voor de toekomst te ontdekken.'' Boomstronk Hattink heeft onder andere rondgesnuffeld in Feanterijmuseum It Damshûs en is op excursie geweest in de Deelen. ,,Als je dan ziet dat er bij het graven een boomstronk tevoorschijn komt die vijfduizend jaar onder het veen heeft gelegen en helemaal gaaf is gebleven, dat vind ik fascinerend.'' In de Deelen ontmoette ze ook Theun de Leeuw, wiens voorouders al sinds 1724 in de turf werken. Later organiseerde ze samen met hem en met professor Theo Spek uit Groningen ook zelf een excursie in de Deelen. ,,Je ziet de sporen nog overal om je heen. Het is ook nog maar honderd jaar geleden dat hier het veen werd afgegraven. Dat is niet geschiedenis van heel lang geleden, dat gaat over mensen in je familie waar wij nog een naam voor hebben, zoals betovergrootvader. De nazaten van die veenarbeiders wonen hier vaak nog.'' Portret Zelf kwam Josje Hattink bij haar onderzoek ook haar betovergrootvader tegen. In It Damshûs hangt namelijk het portret van Frederik van Eeden, de dichter en arts die in zijn kolonie Walden streefde naar een nieuwe maatschappij en daarmee een van de vormers van het socialisme genoemd kan worden. ,,Ik wist wel dat hij mijn betovergrootvader was, maar niet dat hij zulke plannen bedacht. Ik heb zijn dagboeken gelezen, hij heeft daarin de reis naar Friesland echt beschreven als een soort expeditie. Ik maak verder geen gebruik van hem in dit project, want ik maak geen autobiografisch werk. Het gaat niet over mij, maar over hoe de mens kijkt naar zijn omgeving.'' ,,Ik ben opgegroeid in Amstelveen, ook een veenkolonie, maar veel ouder. Ik weet niet of dat er mee te maken heeft. Het gaat om het materiaal onder je voeten, en dat had dus ook klei kunnen zijn, maar ook om de maakbaarheid van het landschap. Ik woon nu in Den Haag en daar maken ze tegenwoordig duinen.'' Mensenwerk ,,Dat klinkt absurd, maar op dezelfde manier hebben ze hier het landschap gevormd. Het veen is afgegraven, er zijn petgaten gemaakt om turf te winnen, sloten en kanalen gegraven om het te kunnen afvoeren en bossen aangeplant op de afgegraven landerijen om er verder aan te kunnen verdienen. Dat is wat mij boeit. Het is allemaal mensenwerk, maar de mensen fietsen hier nu als toeristen rond en ervaren het als natuur.'' Wat Hattink bevreemdt, is de beeldvorming van de vervening en het landschap, zoals die in lokale musea als It Damshûs wordt weergegeven. ,,It Damshûs laat haast geen turf zien, maar gaat veel meer over de sociale gevolgen van de vervening. Met heel leuke kleine huisjes, met bedsteedjes die elke ochtend opnieuw worden opgemaakt. En daar mogen de kinderen even in liggen. Ze doen dat trouwens heel goed hoor, heel beeldend en toegankelijk.'' Laboratorium Het atelier aan de Hoofdstraat in Beetsterzwaag is voor Hattink de afgelopen weken een laboratorium geweest voor experimenten. In een van de ruimtes liggen turven opgestapeld, in een andere hangen aan een waslijn kleurproeven met waterverf en een wand is versierd met een serie foto's van een sketch over turf uit het kinderprogramma Klokhuis. Ze zal er over vertellen tijdens haar presentatie. ,,SYB gaat over onderzoek, maar een echt resultaat is niet noodzakelijk. Er is niet één conclusie, er zijn meerdere.'' Hattink heeft in haar atelier ook een kleipers staan. ,,Daarmee kun je grondstaven maken, zoals je die ook ziet bij bodemonderzoek. In de Deelen halen ze met een boor de grond omhoog tot wel zes meter diep, en daaruit kunnen deskundigen precies aflezen wat er in de geschiedenis met het landschap is gebeurd. De staven die ik maak onttrek ik niet aan de bodem, maar die kan ik vullen met wat ik maar wil, met zand en klei, maar ook bijvoorbeeld textiel. Zo schep ik een eigen bodemmonster, een alternatieve geschiedenis.'' Opsterlandse bergen In het atelier staan op kleine sokkeltjes ook de foto's die Hattink maakte in de Opsterlandse Bergen, zoals ze de zandwinput van Van der Wiel noemt. ,,Dat is zo'n apart landschap. Ik heb er rondgelopen, met toestemming van Van der Wiel trouwens, en het leek gewoon niet van hier. Die grote bulten zijn echt heel aanwezig, fascinerend. Het bijzondere is dat de veenafgraving is gestopt, maar dat nu het zand in de bodem economisch nut heeft. De grens is gewoon verschoven. Ook dit is een enorme ingreep in het landschap, waarvan je nog maar moet afwachten hoe schadelijk het voor de omgeving kan zijn. Het is wel een heel mooie plek voor mijn slotritueel, omdat het herinnert aan de afgraving, maar in feite nog absurder is.'' Dat slotritueel is op zaterdag 9 september, op de landelijke Monumentendag. Het turfhuisje maakt die dag deel uit van een fietsroute en de verbranding is 's middags toegankelijk voor belangstellenden. Het huisje zelf bouwt Hattink in de dagen er voor. Ze heeft er in SYB al een model voor uitgedokterd, dat tussen de zandbulten een huisje van twee bij drie meter moet opleveren. ,,Ik had er graag zelf turf voor willen maken met de baggelbak, maar dat kan blijkbaar alleen voor de langste dag, omdat het heel veel tijd nodig heeft om te drogen. Toch wil ik dat ooit nog een keer doen.'' Ook het gebruik van turf uit deze omgeving was niet mogelijk, omdat in de Deelen alleen nog grond wordt gewonnen voor potgrond en wormenkwekerijen. Verwerking tot de zwarte laagveenturf kost te veel tijd, en dus geld. De turf die ze nu gebruikt voor het huisje is gekocht in Duitsland, waar nog heel veel hoogveen wordt afgegraven. ,,Daar zie je een kilometers lang bruin landschap. Het is duur spul, 1,50 euro per blok. Ze maken er tegenwoordig ook briketten van, dan persen ze het in elkaar.'' Vuur geeft zin Als mensen zeggen dat ze het zonde vinden om het turfhuis te verbranden, heeft Josje Hattink een pasklaar antwoord: ,,Vindt u het dan niet zonde dat u in driehonderd jaar uw hele landschap in de fik heeft gestoken? Turf is bedoeld om te verbranden, vuur geeft zin aan de turf, het is het enige nut er van. Zelfs de Romeinen vertelden al over de Friezen, dat die hun land verbrandden. Als het goed is, is zaterdag de rookpluim van het vuur te zien tot in Beetsterzwaag en Nij Beets. En daarmee wordt het een perfecte afsluiting van mijn project.'' Wat rest is wat as, dat wegwaait op de wind. Meer niet. Daarmee geeft Hattink zelf antwoord op de vraag of het graven van de kuil ook een berg heeft opgeleverd. Die berg is in Friesland, maar ook in alle andere veenkoloniën, verdwenen, opgestookt. ,,De berg is weg, maar die kuil is er nog wel. Die is nu ons landschap, onze rijkdom, en tegelijk ook de herinnering aan die berg. Voor de bewoners is dat landschap vanzelfsprekend, ze zien het amper meer. Maar dat is altijd zo: je hebt een buitenstaander nodig om met een verse blik naar je eigen landschap te kijken, om het te zien als de herinnering die het is.''

Auteur

Fokke Wester