Reisverslag | Wytze en Joan in de camper naar Singapore (deel 4)

Drachten

Wytze en Joan van der Land uit De Wilgen zijn op 11 maart vertrokken voor een reis van anderhalf jaar. De eerste etappe is een sponsorreis die in oktober zal eindigen in Singapore. De opbrengst daarvan is voor een kinderproject in Indonesië van de stichting Pikulan in Surhuisterveen. Onderweg houden ze een logboek bij voor de Drachtster Courant. Dit is deel 3 van het reisverslag. Onderin staan linkjes naar deel 1, 2 en 3.

Mongolie Zoals beloofd een stuk over onze trip door Mongolië. We hebben tijdens onze eerste stop in de stad Darhan nog last gehad van straatjongeren, die dakloos rondsluipen om het de gasten van restaurants en toeristen lastig te maken. Een agressief drietal van een jaar of 10-12 oud, eiste onder luid geschreeuw en gebons op de camper geld en eten. We werden daar na een tijdje toch een beetje boos over en besloten om hen weg te jagen. Omdat het al donker was lukte dat niet zo goed. De jochies wisten de weg beter. Daarop besloot ik om hen met een grote schroevendraaier achterna te gaan om de jochies angst in te boezemen. Ik had even onderschat dat hardlopen op mijn leeftijd over onvlak terrein niet het slimste is. Een valpartij, waarbij ik uit zeer veel schaafwonden bloedde was mijn deel. De jochies waren echter ook zeer geschrokken en kozen het hazenpad. Toch onrustig geslapen. Yurt De dag erna doorgegaan naar de hoofdstad van dit uitgestrekte land. Onderweg zien we het landschap veranderen in begroeide steppes en uitgestrekte dorre vlaktes, met hier en daar een traditionele Nomadentent, een Ger of Yurt. Ulaanbaatar is een soort metropool, waar de helft van de 3 miljoen inwoners van Mongolië woont. Het verkeer door de stad is op zijn zachtst gezegd een lange file, die zich op voetgangerssnelheid verplaatst. We kunnen het kantoor van onze reisorganisatie niet vinden en rijden of kruipen ongeveer twee uur door de stad. Na een telefoontje blijkt dat we bij het hotel Bayangol op het parkeerterrein konden gaan staan en dat het kantoor ergens daarachter in een woonflatje was ondergebracht. Het was een spontane kennismaking met de directeur van het toeristenbureau, met wie wij een toer gaan doen. Hij werkt al jaren samen met het Nederlandse bureau Tiara en is voorzitter van de Rotary club. Daarop besluiten we dat we alle meegenomen speelgoed en kleurpotloden, pennen en boekjes bij hem gaan achterlaten. Hij zal met de leden van de Rotary club zorgen voor de juiste bestemming. Hij zal naar het gerkamp komen, waar wij gaan staan om met nog een paar leden de drie kratten met spullen officieel over te nemen. Nasmaak We zwerven een paar dagen door Ulaanbaatar en bezoeken een paar kloosters en musea. Ook het grote plein, waar de standbeelden van Chinggis Khaan en Sukhbaatar staan, hebben we in alle rust kunnen bezoeken voordat de presidentskandidaten zich daar zouden vertonen aan het volk. Er zijn verkiezingen in aantocht. De traditionele Mongoolse keuken bevat veel schapen- en geitenvlees en is voor ons niet erg appetijtelijk. Alle gerechten hebben een sterke nasmaak. Jongvee wordt niet geslacht, groenten worden er niet bij gegeten en men gebruikt veel zuivelproducten om het voedsel in te koken en om op te slurpen. Even wennen dus. Nadat we genoeg hebben van de stad en de stinkende drukte besluiten we om naar het gerkamp te gaan, waarvandaan onze toer over een week gaat beginnen. We genieten van het kamp en de rust en gaan het nodige onderhoud doen. Het geeft ons weer wat ruimte om onze camper weer op orde te brengen. We hebben er stroom, water, toiletten en douches. De camper wordt van boven tot  onderen helemaal gewassen en de binnenkant, die vol met stof is gekomen, wordt uitgesopt. Ook maken we een paar prachtige wandelingen in het mooie Terelj natuurpark. Verrommeling Helaas is er een verrommeling te zien van allerhande rare gebouwen en keten op de vele gerkampen voor toeristen. Niemand blijkt zich daarover druk te maken. Restaurants en toiletgebouwen zouden ook een beetje kunnen worden ingepast in het mooie landschap, door ze van hout te maken. De Rotarymensen komen de spullen ophalen en we dragen ze officieel met een ferme handdruk over. Onze reis door Mongolië begint op zaterdag. De chauffeur staat al vroeg aan de poort. Hij brengt ons naar Ulaanbaatar waar we onze gids ontmoeten. Een jonge, schrandere meid, die dit werk al een paar jaar doet. We kruisen nog een dag door UB en zien, met haar uitleg, het leven van de stadsmens die zich heeft onttrokken aan het nomadische bestaan. De volgende dag gaan we onze toer beginnen. Omdat onze ervaringen met het eten niet zo goed waren, hebben we veel eten meegenomen. Je weet maar nooit. 4WD We vertrekken over een asfaltweg , maar al snel blijkt dat een 4wd auto met chauffeur geen luxe meer is. We gaan dwars door de steppen en rijden gemiddeld nog 30 kilometer per uur. Kuilen, gaten, ribbels als wasborden en waterstromen moeten we trotseren. Dat had ons kameeltje op wielen nooit kunnen doen. We verblijven meestal op gerkampen met de nodige basisvoorzieningen, zoals toilet en douche. Soms is er overdag geen stroom en moet men een groot vat opstoken om ons te kunnen laten douchen. Meestal was het eten toch wel goed. Sommige kampen hebben zeker een kok in dienst die het de Westerse toeristen wel naar de zin weet te maken met zijn kookkunst. Dit in tegenstelling met onze ervaringen in UB. Wij voelen ons de moderne Nomaden. Het landschap is weids en leeg. We raken onder de indruk van de oneindige vergezichten. Het land is 36 keer zo groot als Nederland, heeft maar 3 miljoen inwoners, maar wel 60 miljoen stuks vee. Hier en daar zijn prachtige kuddes te zien. Kamelen, koeien, yaks, paarden en gemengde schapen-geiten kuddes met hun herders trekken voortdurend onze aandacht. Ook de grote zwarte lammergieren, die als een standbeeld in het veld staan. De kraanvogels die bij de drinkplaatsen voor de dieren vertoeven en mooie dansen uitvoeren. We raken in de ban van dit land. Melken Het logeren bij de Nomadenfamilies was een hele belevenis. Deze mensen hebben een paar gertenten en leven met hun gezin en naaste familieleden van hun kuddes. We hebben eerst bij een familie gelogeerd, waar men 100 kamelen hield. Ook waren er jonge kamelen, die overdag van hun moeder gescheiden aangelijnd voor de gertent moesten blijven. ’s Avonds kwamen de moeders al brommend en grommend uit de woestijn naar hun kroost gesjokt. De kleintje herkenden het geluid van hun moeder en lieten dat al huilend weten. De boerin wachtte tot het jong de uier van de moeder had gemasseerd zodat die melk begon te geven. Het kalf dronk dan aan de ene kant en zij molk het kameel aan de andere kant. ’s Nachts moet je voor een plasje of een andere boodschap naar buiten. Gewoon even gaan hurken. Men heeft geen toilet, noch een gat in de grond. Je verwijdert je van de tent, ver genoeg, zodat men je niet direct kan bewonderen. Dat is gebruik, maar voor ons altijd nog een lastige operatie. De familie is vriendelijk en men wil van alles weten. Ook wij vragen hen het hemd van het gat om hun dagelijkse zorgen te begrijpen. Het is vooral de zorg om het water en eventuele ziektes die het vee kan treffen. Men hoopt op veel regen in juli, zodat het vee de winter goed doorkomt. Men doet niet aan hooien of iets dergelijks. ’s Winters moeten de dieren zichzelf redden en voedsel vinden bij -30 graden en sneeuw. Zonnecollectoren De andere gastfamilie heeft 800 stuks vee en heeft ook mensen aan het werk. Hun belangrijkste kudde is de grote groep yaks die ze hebben. Ze melken de groep moeders die hun jong nog zogen. Ik heb de boer geholpen met het vangen van een paar yaks met een lasso. Die beesten zijn best sterk. Ze zijn erg behaard en zijn kleiner dan onze koeien, maar oersterk. Soms sjouwen ze met de hele familie van vier personen rond. De boerin heeft de zorg over het melken, het verwerken van de melk en het eten. De boer is bezig om op zijn paard de kuddes in de gaten te houden. Wel is er tv en heeft men elektrische stroom via een paar zonnecollectoren. We naderen het einde van onze toer. Het bezoek aan het natuurgebied waar een Nederlands echtpaar ooit 15 Przwalski paarden heeft uitgezet vormde nog een hoogtepunt. Nu, 25 jaar later, zijn er 350 paarden in het wild, een onderzoekscentrum en een groot kamp dat door vele nationaliteiten wordt bezocht. Het was een bijzondere ervaring om deze schitterende dieren van zo dichtbij te mogen zien. De grote kudde toeristen was namelijk net te vroeg vertrokken en de edele dieren kwamen voor onze neus langs wandelen om hun drinkplaats op te zoeken. Hondsmoe Dan gaan we terug naar ons kamp waar de camper staat. We zijn hondsmoe, maar zeer voldaan. Het land heeft ons geraakt. De spontaniteit van de mensen, hun trots en hun cultuur is binnengekomen. Met moeite nemen wij afscheid van onze jonge gids en onze zorgzame chauffeur. Zij vertellen ons dat ze ook van ons hebben geleerd en dat wij toeristen zijn die met hun hart dit land en de mensen hebben willen leren kennen. We zijn onder de indruk van het feit dat ze over twee dagen apart uit UB weer naar ons toekomen om afscheid te nemen. Na twee dagen slapen en bekomen van alle vermoeidheid moeten we verder. We nemen afscheid van het kamppersoneel. Joan krijgt nog een paar mooie Kashmirhandschoenen van de manager. De jongedame die ons als gids erg goed heeft geholpen staat te wachten en heeft voor ons een paar prachtige koperen schaaltjes meegenomen waaruit men de melkproducten naar binnen slurpt. We rijden met gemengde gevoelens weg, naar een stadje dichterbij de Chinese grens. Daar blijkt men het Naadam festival met boogschieten, worstelen en paardenraces te vieren. We krijgen een kom met zure paardenmelk aangeboden en mogen zoveel mogelijk foto’s maken van de mooi geklede boogschutters. Na deze jaarlijks terugkerende festiviteit gaan we door naar een laatste stop voor de grens met China. Midden in de Gobiwoestijn ligt het slaperige stadje Sainshand. Smoorheet en gortdroog. We besluiten om onze camper zo hoog mogelijk neer te zetten en zo een beetje verkoeling van de wind te krijgen. We gaan bij een hotel staan dat op een heuvel is gebouwd. Daar krijgen wij het bericht dat de Mongoolse overheid net heeft besloten om de grens dicht te doen voor vier dagen, vanwege het festival. Dat is dus wat ze tegenwoordig noemen vette pech. We moeten hier nu vier extra dagen blijven en daarna maar hopen dat er geen grote files voor de grens zijn. Wel komen we nog wat meer tot rust na onze intensieve reis door dit prachtige en unieke land.
Lees ook: Wytze en Joan van der Land rijden 220 dagen voor 0,01 cent per kilometer Reisverslag | Wytze en Joan in de camper naar Singapore (deel 1) Reisverslag | Wytze en Joan in de camper naar Singapore (deel 2)

Auteur

Fokke Wester