Zoektocht naar verdwenen kunstwerk in de Lawei

DRACHTEN

Project Kunst met een Opdracht is op zoek naar foto’s of filmbeelden van kunstwerken die beeldend kunstenaar Jaap van der Meij in 1960 maakte voor de toen nieuwe schouwburg De Lawei in Drachten.

De schouwburg kende de afgelopen decennia veel verbouwingen, waardoor over deze kunstwerken van Jaap van der Meij weinig tot geen informatie meer te vinden is. De zoektocht naar beeldmateriaal van de kunstwerken in het archief heeft tot nu toe bijna niets opgeleverd. Daarom wil het project Kunst met een Opdracht de inwoners van Friesland raadplegen die zich de kunstwerken herinneren en wellicht in het bezit zijn van beeldmateriaal. Wandschildering ‘Europa’ Een van de kunstwerken van Jaap van der Meij waarvan Kunst met een Opdracht meer beeldmateriaal zou willen zien is een wandschildering. In 1960 kreeg hij de opdracht om een kunstwerk te maken voor de nieuwe schouwburg in Drachten, De Lawei. Het werd een wandschildering in de hal en langs de trap naar boven, die de naam 'Europa' kreeg. Beeld ‘Turf’ Toen De Lawei van 1966 -1972 grondig werd uitgebreid, kreeg Jaap van der Meij opnieuw opdracht om een kunstwerk te maken. Het beeld noemde hij 'Turf' en het stond op de open binnenplaats (ook wel binnentuin genoemd). Ook mocht hij een aantal schaalmodellen van andere kunstwerken die hij had gemaakt in die tuin plaatsen. Vanuit de nieuwe expositieruimte kon je deze groep beelden goed zien. Tot de volgende verbouwing, die in 1985 begon, hebben ze daar gestaan. Ze kwamen vervolgens terecht op de gemeentewerf. De beelden die dat overleefd hebben zijn daarna naar particuliere liefhebbers verhuisd. Inmiddels is bekend wie deze mensen zijn. Oproep Voor het project is men nu op zoek naar beeldmateriaal van ‘Turf’ en ‘Europa’. In het archief van Smallingerland is niks gevonden over het werk van Jaap van der Meij voor de Lawei. Van de muurschildering zijn maar een paar summiere foto's teruggevonden in het archief van De Lawei. Van het beeld ‘Turf’ is helemaal geen beeldmateriaal aangetroffen, terwijl het een groot beeld moet zijn geweest. Trouwfoto's Het kan bijna niet anders of de muurschildering ‘Europa’ en het beeld ‘Turf’ moeten in de loop der jaren zijn gefotografeerd of op film vastgelegd. Vooral de beelden in de binnentuin zijn waarschijnlijk vaak gefotografeerd, met bruidsparen die even daarvoor in het huwelijk traden in het gebouw van de Meldij, toen in gebruik als trouwzaal van de gemeente. De projectgroep hoopt dat iedereen die in die jaren in De Lawei kwam als bezoeker of voor werk, zich dat kan herinneren en in de dozen met foto's op zoek wil gaan. Het beeldmateriaal zal gebruikt worden voor de voorbereiding van een tentoonstelling in Museum DR8888 deze zomer en voor het boek dat over de kunstenaar gemaakt wordt. Iedereen die beeldmateriaal of andere informatie heeft over de kunstwerken, kan per mail contact opnemen met Hanneke Heerema: hanneke@sjem-en-ko.nl. Achtergrond:  Het project Kunst met een opdracht, kunst en gemeenschap is gericht op de versterking van de relatie tussen het museum, de lokale gemeenschap en kunst in de publieke ruimte. Het doel is om gezamenlijk de waardering voor kunst in de openbare ruimte door het publiek te onderzoeken. Het project loopt van juni 2016 tot en met eind 2017. Als studie-case voor dit project wordt het werk van de van oorsprong Amsterdamse kunstenaar Jaap van der Meij (1923-1999) gebruikt. Ruim vierentwintig jaar woonde en werkte hij in Friesland. Zijn monumentale betonplastieken - die zich grotendeels in Noord-Nederland bevinden - lenen zich goed voor dit project. In 2016 is een start gemaakt met een debat over de waardering voor kunst in de openbare ruimte en een zogenaamde opgraving in Ureterp. De kunstwerken van Jaap van der Meij maken geen deel uit van de collectie van vijf samenwerkende musea, het beheer van kunst in openbare ruimte behoort vooralsnog niet tot hun taak. De musea willen onderzoeken en met/van elkaar leren op welke manier zij het publiek kunnen betrekken bij de kunst in hun omgeving. De samenwerking van de musea wordt in 2017 concreet gemaakt, door onderzoek, tentoonstellingen en andere activiteiten. Op die manier verwachten zij het publiek te betrekken bij de waardering van het erfgoed van kunst in openbare ruimte. De omgeving is zich vaak niet bewust van de achtergrond van het kunstwerk en weet in veel gevallen niet wie de maker is. De musea willen de kennis bij het publiek over Jaap van der Meij en zijn kunstwerken vergroten en onderzoeken of de relatie met de gemeenschap hierdoor wordt versterkt. Basis voor landelijk wetenschappelijk onderzoek Het project fungeert als gangmaker om met het publiek in gesprek te komen over de betekenis van de kunstwerken in hun directe omgeving. De samenwerkende musea gaan een ander domein betreden, waardoor zij een nieuw en groter publiek gaan bereiken. De activiteiten binnen het project vormen tegelijkertijd de basis van een wetenschappelijk onderzoek. In het project participeren drie onderzoeksinstellingen: • De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, programma Erfgoed van de Moderne Tijd • Gerrit Rietveld Academie, Lectoraat Art & Public Space (LAPS) • Hanzehogeschool Groningen, lectoraat Image in Context Deze instellingen ondersteunen het samenwerkingsproject met kennis en voeren tevens onderzoek uit. Onderzoekers gaan op zoek naar de waardering van het publiek voor kunst in de openbare ruimte en hoe die waardering tot stand komt. Op verschillende manieren wordt de relatie tussen de gemeenschap en het kunstwerk nader onderzocht. Wat was de opdracht van het kunstwerk? Welk verhaal wilde het werk vertellen? Is dat verhaal nog betekenisvol voor de gemeenschap? En als dat niet meer zo is, kan het kunstwerk dan een nieuwe lading krijgen waardoor een gemeenschap zich opnieuw wil identificeren met haar erfgoed? Kan het kunstwerk het ‘gesprek tussen generaties’ weer op gang brengen? Erfgoed De betrokken musea willen leren hoe zij hierin het publiek tegemoet kunnen treden. Al samenwerkend verwachten zij beter in staat te zijn om het erfgoed van de beeldende kunst in een gebouwde omgeving aan de orde te stellen en hoe het publiek daarin actief kan participeren. Het LAPS doet onderzoek naar - en stimuleert de theoretische reflectie over de rol van kunst en vormgeving in het publiek domein. Dit onderzoek zal landelijk, door zowel de RCE, overheden en particuliere instellingen met collectie in de buitenruimte, met grote belangstelling gevolgd worden. Met de toenemende aandacht voor onderhoud, beheer en herstel van kunstvoorwerpen in de openbare ruimte groeit namelijk ook de vraag naar meting van de publiekswaardering van deze voorwerpen. In zekere zin maakt deze waardering deel uit van de geestelijke toestand van het werk, die evenzeer in ogenschouw moet worden genomen bij beslissingen als de fysieke toestand. Hoewel er in het buitenland (Arts Council England) en in Nederland (Martin Zebracki) aanzetten tot een dergelijk onderzoek zijn gegeven lijkt er nog geen duidelijke methode gevonden te zijn om tot bruikbare resultaten te komen. Kunstwerken uit de wederopbouwperiode: gewaardeerd of niet? Opvattingen over (buiten)kunst en architectuur veranderen. Omdat zij deel uitmaken van de publieke ruimte, moet regelmatig de afweging gemaakt worden of er mag worden gesloopt, verbouwd of dat het bewaard moet blijven. De relatief jonge architectuur en kunst uit de twintigste eeuw heeft het moeilijk in deze afweging, we zitten er nog te dicht op. Maar dat mag niet betekenen dat er argeloos aan argumenten voor behoud ervan voorbijgegaan kan worden. Onbekend maakt ook onbemind. Vanaf 1951was er sprake van een zogenaamde percentageregeling voor nieuwbouw van de Rijksgebouwendienst. Van de bouwsom moest 1,5 % besteed worden aan de decoratieve aankleding van de gebouwen. Daarom zijn er in de wederopbouwperiode veel kunstwerken in de openbare ruimte ontstaan. Een deel van de kunstwerken uit die wederopbouwperiode is er niet meer. Of is in slechte staat van onderhoud, verweesd. Het is door het verstrijken van de tijd vaak niet helemaal duidelijk wie de eigenaar is en er is vaak niet veel informatie beschikbaar over de achtergrond. Het gevaar dat de kunstwerken niet op waarde worden geschat en uiteindelijk verdwijnen is aanwezig. Nieuwe samenwerking tussen musea Museum Opsterlân, Museum Dr8888, Museum Heerenveen, Tresoar en het Amelandse museum Sorgdrager zijn nauw betrokken bij het project. Samen willen ze op inspirerende wijze de lokale gemeenschap betrekken bij de waardering en het behoud van kunst in de publieke ruimte. Plaatsen ontlenen hun betekenis aan het verleden, het heden en de toekomst. Mensen hebben dat perspectief nodig om zich aan een plaats te kunnen hechten. Daarbij moet, indien mogelijk, ook het verhaal – de context – bewaard blijven om door te kunnen geven. Dit is wat ligt op het werkterrein van de musea, waar ze goed in zijn. De urgentie is groot, de eerste bewoners van de naoorlogse nieuwbouwwijken waar zich veel kunstwerken bevinden, zijn al oud en hun aantal neemt in snel tempo af. Hun waardering voor en betekenisgeving aan die kunstwerken kunnen we nu nog activeren, om dat door te kunnen geven aan volgende generaties. Resultaten van het project Na afloop van het project verwachten de musea beter in staat te zijn om een nieuw publiek te bedienen en zullen ook een bij dit onderwerp passend educatief aanbod te ontwikkelen. Een aanbod dat aanhaakt bij relevante leerdoelen van de scholen in hun werkgebied. De betrokkenheid van de inwoners van het werkgebied bij het project verhoogt de bereidheid om actief te participeren in het programma dat de musea in samenwerking met scholen zullen ontwikkelen. Het project biedt de musea de gelegenheid om deze vorm van samenwerking te onderzoeken zodat ze beter in staat zijn een vernieuwende vorm van museumeducatie te ontwikkelen. De resultaten van het project hebben echter een veel groter bereik dan alleen de betrokken musea en participerende instellingen. Ook het betrokken publiek, andere landelijke musea en eigenaren van kunst in de openbare ruimte hebben baat bij de projectresultaten. Het onderzoek resulteert onder meer in een model voor waarderingsonderzoek voor kunst in de openbare ruimte. Dit waarderingskader komt ten goede aan het totale museale veld, aan het publiek en aan de (lokale) overheden. De projectresultaten leiden tot een verandering van de werkwijze voor wat betreft behoud en beheer, maar ook voor wat betreft de inzet van het publiek daarbij. Het project stelt mensen in staat om de kwaliteit van de (semi-) openbare ruimte te beleven, actief te participeren bij het behoud van de kunst in hun omgeving en deel te nemen aan de discussie daarover. Na debat en eerste opgraving meer activiteiten in 2017 In 2016 zijn er twee activiteiten georganiseerd. Het project is in het voorjaar gestart met een debat over kunst en architectuur in de wederopbouwperiode. De publieke kick-off van het project was eind november. Toen is geprobeerd directe omwonenden te bewegen een kunstwerk van Jaap van der Meij dat al jaren dienst doet als plantenbak – de Aardschotel in Ureterp - van planten en aarde te ontdoen. De uitkomst was duidelijk: de directe omwonenden van de Aardschotel toonden vooralsnog geen interesse om het kunstwerk weer in zijn oude glorie te herstellen. Inmiddels wordt al wel nagedacht over een mogelijke herplaatsing en opknapbeurt van het kunstwerk, op een plek in de omgeving van De Lijte waardoor het beter tot zijn recht zal komen dan nu. Op het programma: exposities, lezingen, kunstroute en bustour In 2017 staat de ontwikkeling van vijf tentoonstellingen door de samenwerkende musea op het programma. Er wordt een kunstroute en een bustour georganiseerd en er staan lezingen bij de vijf musea op de planning. De agenda hiervoor wordt t.z.t. gepubliceerd via de facebookpagina en twitterpagina van Kunst met een Opdracht, de website Kunst met een Opdracht en op www.tresoar.nl/pages/kunstmeteenopdracht. Documentaire, boek, publicatie Gedurende het project wordt er een documentaire gemaakt die in Friesland en ook landelijk uitgezonden gaat worden. Daarnaast wordt er gewerkt aan een boek over de context van het project, de onderzoeken en het werk van Jaap van der Meij. Alle resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd en gedeeld met eigenaren van kunst in de openbare ruimte, landelijke culturele organisaties, platformen en kennisinstellingen. Fondsen en sponsoren Het project ‘Kunst met een opdracht, kunst en gemeenschap’ is een initiatief van sjèm en ko. en wordt uitgevoerd in opdracht van Tresoar, Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum. Tresoar werkt hierin samen met de Amelander Musea, Museum Drachten, Museum Heerenveen en Museum Opsterlân en vele anderen. Het project wordt mogelijk gemaakt door de bijdragen van het Mondriaan Fonds, het VSB Fonds, Bankgiroloterijfonds/Stichting Doen, BNG Cultuurfonds, Ars Donandi, Stichting Zabawas, GGB Bolhuisfonds, de Gravin van Bylandtstichting en het Brucken Fock Fonds. Sponsoren: sjèm en ko., Metafoor Media.

Auteur

Fokke Wester