Reisverslag (2) | Wytze en Joan in de camper naar Singapore

Drachten

Wytze en Joan van der Land uit De Wilgen zijn op 11 maart vertrokken voor een reis van anderhalf jaar. De eerste etappe is een sponsorreis die in oktober zal eindigen in Singapore. De opbrengst daarvan is voor een kinderproject in Indonesië van de stichting Pikulan in Surhuisterveen. Onderweg houden ze een logboek bij voor de Drachtster Courant. Dit is deel 2 van het reisverslag. Deel 1 is hier te vinden.

Van het Islamitische Turkije van Erdogan naar de Islamitische dictatuur Iran is een aanzienlijk verschil. Bij de grens zie je de posters hangen van de Ayatollahs. Ze grijnzen je aan. Hier is hun wil wet en wie zich daar niet aan houdt heeft een probleem. We rijden als eerste naar Tabriz. Vanwege het Iraans nieuwjaar, het Noruz Festival, willen we daar een goed plekje hebben om te staan. Alle Iraniërs vieren dat met een picknick buiten en het is dan ook zaak om een standplaats te vinden voordat men in groten getale loskomt om alle groene plekken in te nemen. Voorjaarsleven We konden terecht in het El-Goli park. Toen we nog lekker lagen te slapen, om 5 uur in de ochtend, barstte het feest los. We werden wakker door de luid converserende families die met hun hele hebben en houden een plaatsje in het gras kwamen innemen. Binnen een uur tijd was alles volledig vol. Tentjes, samovaars, waterpijpen en barbecues overal. En dat bij 4 graden Celsius. Dit festival moet buiten worden gevierd, omdat het nieuwe voorjaarsleven wordt gevierd. Plantjes op de auto, in het tentje en op het kleedje. Via Qazvin en Kashan naar Teheran gereden. Daar gelogeerd bij het mausoleum van Ayatollah Khomeini. Dat is een miljarden verslindend protserig bouwwerk, waarvan de jonge Iraniërs zeggen dat het grote nonsens is. Teheran is een mooie oude stad met veel historische kostbaarheden. Het verkeer is om knettergek van te worden en men rijdt als volslagen idioten. We hebben veel oude gebouwen kunnen bekijken en zijn daarna naar Persepolis gegaan. Deze prachtige oude residentie werd volkomen verwoest door Alexander de Grote als wraak voor het vernielen van de Acropolis. Er staan nog wel een paar hele mooie poorten en kolommen overeind en er zijn nog veel zeer gedetailleerde inscripties en figuren op de resterende muren te vinden, die enige duizenden jaren terug zijn gemaakt. Gastvrij Isfahan is een naburige stad, waar voor het eerst het toerisme zichtbaar wordt. Daarvoor waren wij steeds de enige reizigers. Onze camper trekt erg veel belangstelling en we worden er ook wel eens moe van. We worden soms overvallen door mensen die je van alles vragen. Ook wij hebben af en toe wat rust nodig. Maar Iraniërs zijn erg gastvrij en dat zul je weten ook. Het land is erg aantrekkelijk om te bekijken. Bijna overal barst het van de oude gebouwen, van duizenden jaren terug. Het is voor Joan lang niet eenvoudig om die verplichte hoofddoek om, of beter gezegd, op te houden. Op straat is het niet zo’n groot probleem, maar als je een heilige plaats gaat bezoeken, moet er ook nog een chador overheen. Bovendien heb je dan een soort reli-politie die met een plumeau rondloopt en de vrouwen observeert of hun kleding wel goed zit. De plumeau brigade wil niet worden gefotografeerd en heeft een geheel eigen uitleg aan hun bestaan als oppas op die heilige plaats. Zij beschermen de pelgrims voor een te grote afleiding in de vorm van de vrouw. Duizenden sterren Nadat we een wijnloos Shiraz hebben bezocht, zijn we de woestijn ingetrokken. Het is een openbaring om na een temperatuur van 45 graden overdag uiteindelijk om middernacht in het absolute duister naar de sterren te kijken. Duizenden sterren zijn dan zichtbaar en dat bij slechts 20 graden. De volgende dag naar de gigantische, door de natuur gemaakte zandkathedralen, in de Kalut woestijn gereden. 's Morgens vroeg is dat best te doen. De temperatuur loopt echter binnen een paar uur razendsnel op. Daarna hebben we Yazd en Mashhad nog bezocht. De weg tussen die twee steden gaat ongeveer 900 kilometer door woestijngebied, met slechts hier en daar een brandstofpomp en bebouwing. Vanuit Mashhad zijn we richting grens met Turkmenistan vertrokken. De auto moest perfect gewassen zijn, anders kom je dat land niet in. Ook hebben we onze jerrycans gevuld met extra diesel. Voor 15 cent per liter is dat niet moeilijk. Kwitantie Pas bij de grens kom je erachter dat er altijd weer andere, onbekende regels een rol spelen. Bij deze grens is het een verplichte verzekering. Op zichzelf is dat niet het probleem, maar op je kwitantie staan posten die je totaal niet hebt voorzien. Desinfectie, transitkosten en gemiste inkomsten uit brandstof, alsmede de kosten van het verschuiven van het papier van de linkerkant van het bureau naar de rechterkant. Zo betaal je plotseling drie keer de prijs van de (verplichte) polis. Als we na een soort wedstrijd 'kantoortje in-kantoortje uit' eindelijk na drie uur het Turkmeense grondgebied binnen mogen, loenst de volgende dictator je aan. Ook hij is de grote alwetende baas en dat moet men weten. Turkmenistan wordt niet voor niets het Noord-Korea van Klein-Azië genoemd. We rollen de bergen af en er is niemand onderweg naar de grens, terwijl dit toch een belangrijke overgang is. Dan blijkt na 40 kilometer dat we op militair terrein rondrijden. Men heeft een groot natuurgebied tot bufferzone verheven. Als je daar dan ook nog weer bent gecontroleerd, mag je het gebied van de gewone burger betreden. De verdere afdaling is spectaculair en je ziet in de verte de marmeren stad Asgabat verschijnen. Het is bizar als je de stad binnen rijdt. Overal overheidsgebouwen, met wit marmer bekleed en verboden te fotograferen. Het baasje Op iedere straathoek een politieagent, bij ieder verkeerslicht een geüniformeerd persoon. Alleen maar dure luxe auto’s die perfect schoon zijn. Niets op straat, ook bijna geen mensen. Het lijkt wel een soort pronkstad die niet is bewoond. Een echte dictatuur, waarbij het dictatortje zichzelf heeft overtroffen. De protserige pronkstukken doen je zeer aan de ogen. De stad heeft niets ouds, omdat ze in 1948 werd getroffen door een zeer zware aardbeving met 120.000 slachtoffers. We hebben er een dag doorheen gesjouwd om een goed beeld te krijgen van de geldverslindende projecten. Het baasje heeft nu een soort olympische spelen voor de landen in Klein-Azië gepland ter meerdere eer en glorie van zichzelf. De wegen verder van de hoofdstad af zijn zeer slecht. Daar is geen geld meer voor. We hebben de oude ruïnes van de historische stad Merv bezocht. Deze stad was duizend jaar terug vergelijkbaar met Damascus, Babylon en Cairo. Men heeft echter een grote vergissing gemaakt. Toen Djengis Khan hen vroeg om belasting te betalen, vermoordden zij de belastingambtenaren. Binnen drie jaar kwam de meest bloeddorstige zoon van hem terug en hij heeft de hele bevolking van 300.000 mensen uitgemoord. Ook alle mooie gebouwen werden gesloopt. De site is met de auto te bezoeken en je kunt er rustig een paar uur rondrijden om alles wat er nog over is te bekijken. Als je dat hebt gedaan is er niet veel meer om te bezoeken en wordt het tijd voor Oezbekistan. Moet je eerst wel de slechtste wegen overleven die je je kunt voorstellen. Dat gaat met een gemiddelde van ongeveer 25 kilometer per uur. Lees ook: Reisverslag | Wytze en Joan in de camper naar Singapore (deel 1) Wytze en Joan van der Land rijden 220 dagen voor 0,01 cent per kilometer

Auteur

Fokke Wester