Reisverslag | Wytze en Joan in de camper naar Singapore (deel 1)

Drachten

Wytze en Joan van der Land uit De Wilgen zijn op 11 maart vertrokken voor een reis van anderhalf jaar. De eerste etappe is een sponsorreis die in oktober zal eindigen in Singapore. De opbrengst daarvan is voor een kinderproject in Indonesië van de stichting Pikulan in Surhuisterveen. Onderweg houden ze een logboek bij voor de Drachtster Courant. Dit is deel 1 van het reisverslag.

We zijn nu bijna een maand onderweg. Nadat we eerst 10 dagen met de camper bij familie in Oudega achter de boerderij hebben gebivakkeerd en alles nog even grondig hebben uitgeprobeerd, zijn we op zaterdag 11 maart van start gegaan. Veel familie en vrienden waren aanwezig in de Herberg van Smallingerland om ons uit te zwaaien. Tijdens een uitgebreide brunch, die ons door de herbergiers Freddy en Aukje was aangeboden, hebben notaris Anna de Vries en burgemeester Tjeerd van Bekkum de kilometerstand bekend gemaakt. De teller stond op 41.478 kilometer. Knuffels Na warme woorden en een paar knuffels zijn we toch wel behoorlijk geëmotioneerd vertrokken. Het was niet de bedoeling, maar toch.... Want het is ook niet niks om zoveel lieve mensen, die je na aan het hart liggen, voor een zo lange tijd niet te zien of even te spreken. We moeten maar afwachten of we via onze wifiversterker genoeg mogelijkheden hebben tot regelmatige communicatie. Waarschijnlijk hebben Mc Donald en Starrbucks de wereld waar wij naar toe gaan, ook al in beslag genomen en kunnen wij dus ook van hun vrije Wifi genieten. Daar hebben we graag een vette friet of slappe koffie voor over. De bedoeling was om de eerste twee dagen door Duitsland, Tsjechië en Hongarije te rijden om het intensieve vrachtverkeer tijdens het weekend te omzeilen. Je komt de grote trailercombinaties dan alleen tegen op overvolle parkeerplaatsen waar de truckers van tegenwoordig als nomaden wachten op bevel om verder te rijden. Soms konden we nauwelijks nog een plaatsje vinden voor een 7,5 meter lange camper zoals de onze. Grauwsluier We kunnen van alles van de Europese Unie vinden, maar het schiet wel lekker op als je er doorheen wilt rijden. Nergens controle van camper en inhoud. Na een paar dagen van EU-voordeel kom je dan via Servië in Bulgarije terecht. Allereerst merk je dat de wegen iets minder goed zijn gestoffeerd. Ook ontdek je al rap dat het verkeersgedrag ook anders is dan je gewend bent. Onderweg wordt het landschap rommeliger, armoediger en zien de mensen er bezorgd, vermoeid en triest uit. De dorpen en steden waar je langs rijdt lijken een verzameling 'blokkendoos flats' uit de voormalige communistische periode. De grauwsluier is niet meer te verwijderen. De eerste vrije dag was in Sofia, waar we een paar oude gebouwen hebben bekeken. Ook de buitenwijken van Sofia kunnen een verfje gebruiken. We hebben weinig lachende mensen ontmoet, maar men is zeer behulpzaam en erg vriendelijk. Vanuit Sofia zijn we in een dag naar Istanbul gereden. Ondanks alle politieke spanningen en alle waarschuwingen van deze en gene zijde hebben wij geen enkel probleem gehad om Turkije binnen te komen. We moesten een visum kopen en door de douane zien te komen. Lunchtijd Op het visumkantoor, waar de mensen werkelijk straalden van werklust, werd het paspoort totaal ongeïnteresseerd aangenomen en zonder een blik erin te werpen vervolgens naar de volgende persoon doorgeschoven tot het uiteindelijk eindigde bij de laatste persoon op de rij. Deze had eerst nog wat telefoontjes af te handelen en plakte ten slotte met een vermoeid gebaar eigenhandig de sticker van het visum op een lege bladzijde. De douanier, die even in de camper wou kijken, maakte al snel het gebaar om door te rijden. Alles bij elkaar binnen 30 minuten klaar. Het was bijna lunchtijd en de man had derhalve haast. Hoeveel van dit soort vlotte passages zouden wij nog te verwerken krijgen? De rit naar Istanbul voerde over een prachtige, bijna lege autoweg. Het verschil met de dorpen en steden in Zuid-Europa zijn de minaretten. Waar de dorpen en steden van Italië en Spanje zeer veel kerktorens hebben, zijn het hier de vele minaretten die opvallen. Omdat we om ongeveer 4 uur ’s middags Istanbul binnenkomen is de spits losgebarsten. We hadden in ons boek gezien dat er een camperplaats moest zijn dicht bij het vliegveld. Als je dan net de afslag mist is het een kwestie van 2 uur rondrijden als een kat in een vreemd pakhuis. Trottoir-inhalers De Turkse chauffeurs trekken in de spits alles uit de kast om toch nog een minuutje eerder ergens aan te komen. We ontmoeten spookrijders, trottoir-inhalers en dwars-over-de-snelweg ridders op een dubbelbaans weg waar men tegelijk met 5 auto’s naast elkaar probeert te rijden. We hebben nooit geweten dat de camper smaller kon zijn dan de officiële opgegeven breedte maat. Toen we op de bewuste plaats aankwamen bleek dat er alleen nog een groot parkeerterrein was voor autobussen. De beheerder wilde ons geen toestemming geven voor een 'nachtje uitrusten'. Plotseling en zomaar uit het niets kwam er een meneer op een fiets aanrijden. Hij foeterde de beheerder uit, sprong bij ons in de auto en wees met zijn priemende vinger naar de weg. Hij bracht ons 1 kilometer verderop naar een nog veel groter parkeerterrein dat aan zee was gelegen. Helemaal leeg met grote verlichtingsmasten alsof het een stadion betrof. Na zijn praatje met de 'man in het hokje' mochten wij het terrein op en konden gaan staan waar we wilden. De oude man wilde geen taxigeld aannemen. Hij zei dat hij wel terug kon lopen. Over gastvrijheid gesproken. Blauwe Moskee Istanbul is een drukke en erg mooie stad. Heel veel fraaie oude gebouwen. De Blauwe Moskee is erg bekend en ook de Aya Sofia, een voormalige kerk/moskee is de moeite waard om te bezichtigen. Men kon in die tijd in Turkije prachtige mozaïeken maken van keramiek van een hoge kwaliteit. Dat is te zien aan de veelheid en verscheidenheid van kleurige keramische tegels die in de gebouwen zijn verwerkt. Het strategisch op een heuveltop gelegen Topkapi paleis, aan de oever van de Gouden Hoorn en de ingang van de Bosporus, is vroeger een stad op zichzelf geweest. In de tijd dat het Ottomaanse rijk ongeveer op zijn hoogtepunt was werkten en leefden er ongeveer 20.000 mensen en werd het paleis bewoond door Sultan Murat. Met zijn 1000, hoofdzakelijk door zijn moeder geselecteerde, vrouwen heeft hij niet stil gezeten. We vroegen ons af of hij ook nog tijd voor regeren heeft gehad, maar het bleek dat de moeder bij het besturen van het rijk grote invloed had bij alle beslissingen. De vrouw achter de schermen en de sluier had dus in werkelijkheid de echte macht. Een mooi staaltje van emancipatie. Saffraanteelt Na een paar dagen Istanbul zijn we verder landinwaarts gegaan. Eerst naar Safranbolu. Deze stad heeft een prachtig oud centrum en is bekend van de Turkse saffraanteelt. Bij het Tourist Information Centre vertelde men ons dat er een echte camping was bij een hotel. Wij reden de camper daar door de wel erg smalle straatjes voorzichtig naar toe. De mensen van het hotel waren blijkbaar al geïnformeerd want men stond ons met twee man sterk buiten op te wachten. We mochten uitzoeken. Er waren drie bereikbare staanplaatsen en het liep nog niet over van gasten. De service kende geen grenzen: we mochten in het hotel douchen en wifi gebruiken en er was op de staanplaats ook drinkwater, 220 volt en zelfs een mogelijkheid om ons toilet te legen. Per nacht waren de kosten 9 euro. Bij terugkomst in het toeristenbureau vroeg men ons naar onze reis. Toen wij vertelden dat wij via Iran en de Stanlanden op weg waren naar China deed dat de ogen knipperen. Waar wilden wij dan langs rijden naar Iran. Bij onze uitleg bleek dat vooral het laatste deel via Erzurum naar Bazargan bij de Iraanse grens nog met winterse omstandigheden te maken heeft. Bij het onderzoek naar de weersvoorspelling kwam men met nachtelijke temperaturen van -10 graden. Dat betekende dat wij als de wiedeweerga een nieuwe gasfles of -vulling moesten zien te krijgen. Ook zouden we dan met lege watertank moeten reizen om bevriezing van het systeem te voorkomen. Maar niemand wist waar wij een gasfles of vulling konden krijgen. Reislustige Chinezen Terug naar de 'camping'. Stonden er twee grote mooie touringcars naast ons campertje. Een chauffeur begint in keurig Engels zijn verhaal te doen. Hij sleurt in 10 dagen tijd een bus met reislustige Chinezen door Turkije. Heeft ruime Europese ervaring als chauffeur. We raken verder aan de praat en vragen hem of hij een oplossing heeft voor ons gasprobleem. Hij snapt onmiddellijk wat de bedoeling is en belt iemand op. Het duurt nog geen 10 minuten of er staat al een auto met gasflessen op de camping. De monteur/leverancier geeft aan dat hij de juiste fles heeft en dat blijkt. Hij plaatst de fles, doet een lektest, vervangt een lekke pakking en is klaar voor we het weten. Hij wil alleen onze lege stalen fles niet meenemen omdat die volgens Turkse normen niet goed zou zijn. We belonen hem met een ruime fooi en plotseling verdwijnt ook de lege fles. Hij snapt precies de bedoeling. Iedere meegenomen kilo kost brandstof. Het stadje is mooi om te zien. Allemaal oude Ottomaanse mansions van de rijke saffraan boeren. Men verwachtte meer bussen vol met Chinezen. Het aanbod souvenirs was daarop afgesteld. Omdat het vroeg in het seizoen is lopen wij door een vrijwel leeg stadje waar de winkeltjes nog niet uitpuilen en je nog foto’s kunt maken zonder dat er hordes mensen op staan. De reis van Safranbolu naar Amasya gaat via een bijna lege vierbaans weg. De infrastructuur wordt nog niet intensief gebruikt. Behalve door spookrijdende boeren met tractors en een paar fietsers en wandelaars op de verkeerde kant van het wegdek. Ogen openhouden dus. We genieten van Amasya. Een mooi stadje langs een rivier met overstekende huisjes, die nu als boutique, hotel of restaurant dienen en fraai zijn opgeknapt. Een bezoek aan de ruïnes van het hoog gelegen kasteel is een zware opgave. Men moet eerst 300 meter steil omhoog met een nogal ruig rijdende taxi en dan mag men nog eens 4 traptreden klimmen om op de bovenste verschansing te komen. Het uitzicht over de stad is fenomenaal. Zwarte Zeekust Na deze mooie uitstap zijn we naar de Zwarte Zee kust gereden, naar Trabzon, een grote havenstad. Hier bruist het van activiteiten. We hebben de camper bij toeval bijna midden in het centrum geparkeerd en hebben het uitzicht op een parkje, dat in het 2500 jaar oude ommuurde deel van de stad ligt. Soms zijn we ook even aan het filosoferen en dan proberen wij ons voor te stellen dat de bankrekening voor het Tanjug Priok project verstopt is geraakt met al die donaties. Inmiddels staat de kilometerteller op 45.524. We vroegen om 0,1 cent per kilometer om de kinderen van Tanjung Priok te helpen om naar school te kunnen gaan en zijn benieuwd naar de bankstand. Zou het lukken om over de hele reis ons doel te halen? Er zijn al veel mensen die voor ons vertrek hebben gedoneerd, maar als alle lezers van de Drachtster Courant, hun familie en vrienden ieder muntje van 10 of 20 eurocent uit hun beurs in een potje voor Tanjung Priok stoppen hebben de winkeliers in Drachten binnen de kortste keren geen muntjes genoeg. Als iedereen die daar dan aan meedoet aan het einde van onze reis de banken gaan overvallen met de gespaarde muntjes, dan moet men apart een auto laten rijden om al die muntjes af te voeren. Laat die droom eens uit komen. Voor 20 cent gaat er immers al een kind een dag naar school in Tanjung Priok. Dat gaat toch lukken met mensen die de Drachtster lezen. Koudste stad Inmiddels zijn we verder gereisd naar de koudste stad van Turkije. De stad Erzurum ligt hoog tussen een aantal alpine gebieden met een koude uitstraling. We melden ons bij het toeristenkantoor. De baas was op de hoogte gebracht door zijn collega uit Safranbolu. Hij had al een paar parkeergarages uitgezocht om te bezoeken, zodat we een keuze konden maken in welke garage wij ondergronds zouden willen slapen. Het was ronduit weer een staaltje van hartverwarmende gastvrijheid dat ons ook hier overkwam. We hebben 2 dagen ondergronds geslapen en overdag bovengronds een paar bezienswaardigheden bezocht die ooit door de Mongolen onder Djengis Khan tot stand zijn gekomen. Een zeer oude moskee een madrassa, een soort van lyceum voor de jongens die geestelijke wilden worden. De gebouwen en de inrichting dateerden van ongeveer 1200. We zijn na het bivakkeren in ons vorstvrij mausoleumpje verder gegaan naar de Iraanse grens. De rit van 250 kilometer voert je over enorm uitgestrekte hoogvlaktes (2000 meter ) richting Iran. Bij het zien van de berg Ararat weet je dat je bijna bij de grens met Iran bent aangekomen. Deze 5100 meter hoge met sneeuw bedekte berg is volgens de overlevering de berg waar de ark van Noach is gestrand. In deze laatste Turkse stad, Dogubayazit is nota bene volgens de Lonely Planet, het boek voor wereldreizigers, zowaar een echte camping. Wij scharrelen met ons voertuig door de hoofdstraat en komen zowaar borden tegen met een aanduiding van een camping. Blijkt dat we steil naar boven moeten rijden om ergens op een berg en bij een mooi gerestaureerd kasteel uit te komen. Daar is de camping met sanitaire voorzieningen en restaurant. Bij nadere inspectie bleek dat het woord sanitair zoals wij dat kennen, hier toch een andere betekenis heeft. De loodgieter en de tegelzetter konden er nog wel eventjes mee vooruit. Verboden gebied Een hogedrukreiniger was ook welkom geweest. Dan is het mooi dat je in een camper ook je eigen voorzieningen hebt. Wij zijn de enige gasten op deze fraaie plek, want de overheid heeft de Ararat als verboden gebied bestempeld. Volgens de Koerdische eigenaar van het restaurant om het toerisme in het Koerdisch gebied de nek om te draaien. De spanningen tussen de Koerden en de Turkse overheid waren onderweg goed te merken. Overal wegversperringen met militaire voertuigen. Dat is iets wat wij hier meemaken en waar wij geen invloed op willen hebben om de reis zonder kleerscheuren uit te rijden. Je kunt je hier maar beter niet hardop uitspreken over je eigen mening. Jammer, want dat is wat wij zo boeiend vinden aan reizen door verre landen. We staan daarom vandaag even extra stil bij ons lang geleden verworven recht van vrije meningsuiting. Nu eerst de nog de aanwezige 1⁄2 liter rode wijn met pijn in het hart door de gootsteen spoelen en van een goede nachtrust genieten. Morgen komt de ultieme test of wij Iran zonder problemen binnen kunnen komen. Wordt vervolgd vanuit Iran, als we daar tenminste goede internetverbindingen hebben. Lees ook: Wytze en Joan van der Land rijden 220 dagen voor 0,01 cent per kilometer

Auteur

Fokke Wester