Provincie trekt ton uit voor onderzoek naar vijf pingoruïnes

DRACHTEN

De provincie Fryslân trekt een bedrag van 100.000 euro uit voor aanvullend archeologisch onderzoek naar vijf pingoruïnes die zijn verdwenen bij de aanleg van de Centrale As en de N381.

Vanuit het Verdrag van Malta/Erfgoedwet is de provincie Fryslân wettelijk verplicht om aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren aan een vijftal pingoruïnes, die ten gevolge van de werkzaamheden aan De Centrale As tussen Nijega en Dokkum en de N381 tussen Drachten en de Drentse grens zijn weggenomen. Het gaat om vier pingoruïnes in de omgeving van Burgum en eentje in de Tjongervallei onder Oosterwolde. Een pingoruïne is een voormalige pingo uit de ijstijd, waarvan het bevroren grondwater is gesmolten en de ijskern in de loop van vele duizenden jaren is vervangen door veen. Promotieonderzoek Eerder is door GS subsidie verleend aan de Rijksuniversiteit Groningen/Groninger Instituut voor Archeologie (GIA) in het kader van een onderzoeksproject naar pingoruïnes, als onderdeel van een promotieonderzoek. De provincie kiest er nu voor om ook het onderzoek aan de afzonderlijke pingo ruïnes in een combinatie te gunnen aan de RUG en het GIA. Voordeel is volgens het provinciebestuur dat op die manier eenduidige onderzoeksresultaten worden verkregen, die bovendien kunnen bijdragen aan de beantwoording van de beleidsmatige en wetenschappelijke vragen die het promotieonderzoek beoogt te beantwoorden. Met het voorstel wijkt de provincie wel af van haar normale inkoop- en aanbestedingsbeleid. Het GIA krijgt van alle vijf pingoruïnes bodemmonsters, die worden onderzocht op ouderdom en opbouw van de veenlagen. Dat moet informatie opleveren op de vraag hoe de landschappelijke omstandigheden waren in de omgeving van de pingo en wat er is veranderd door de komst van de eerste boeren in deze regio. Zo wordt onder meer gekeken of de komst van landbouwers in het gebied rond de pingoruïne ook gevolgen (een botanische neerslag, in onderzoekstaal) hebben gehad in de veenvulling van de pingoruïne. Het promotieonderzoek is niet alleen gericht op deze inhoudelijke vraag, maar is ook bedoeld om de onderzoeksmethode door te ontwikkelen, waardoor het belangrijk kan zijn voor de archeologische monumentenzorg (waardering en selectie).

Auteur

Fokke Wester