Vakantieliefde aan de basis van 40-jarige schoolcarrière Meneer Ron

DRACHTEN

De rooms-katholieke Jenaplanbasisschool Sint Lukas viert vandaag het veertigjarig meesterschap van Ron Mientjes. De geboren Arnhemmer kwam in 1976 naar Friesland omdat zijn vriendin Henny daar woonde.

Tekst en foto's Fokke Wester  Een onderwijzer die veertig jaar voor de klas staat is al bijzonder, maar een onderwijzer die veertig jaar aan de zelfde school verbonden is, is helemaal zeldzaam. Voor Ron Mientjes (60) is het eigenlijk best logisch dat hij al die jaren niet hoefde te verkassen. ,,Het komt inderdaad niet zo vaak voor, maar ik heb hier met plezier gewerkt en me hier altijd thuis gevoeld. Ik heb altijd goede collega's gehad en kon op de Lukasschool mijn hobby's waarmaken.'' Die hobby's zijn tuinieren en voetbal en die hebben op de Sint Lukas geleid tot schooltuintjes voor alle groepen en verschillende schoolvoetbaltitels voor de bovenbouw. ,,Dus ik kon op deze school mijn ei wel kwijt.'' Achthonderd sollicitanten Mientjes is afkomstig uit Arnhem en is eigenlijk toevallig in Friesland beland als resultaat van een vakantieliefde, vertelt hij. ,,Ik heb Henny hier ontmoet tijdens een vakantie en toen ik van de PA kwam wilde ik toch wel graag naar het Noorden. We hadden toen al een jaar verkering. Ik heb nog wel een keer gesolliciteerd in Arnhem, maar daar was ik een van de achthonderd sollicitanten. En toen ik hier een brief heen stuurde, kreeg ik meteen een baan.'' Op de Sint Lukasschool waren ze destijds net bezig met de invoering van het Jenaplanonderwijs en het voordeel van Ron Mientjes was dat hij als student stage had gelopen op een Jenaplanschool. ,,Dat systeem lag mij wel. Niet dat klassikale, maar iets anders dan normaal. Wat ze nu noemen Passend Onderwijs, daar zijn wij veertig jaar geleden al mee begonnen.'' Daffodil In het begin kwam Meneer Ron, zoals hij op school wordt genoemd, op de brommer naar de Sint Lukas, later in een DAF 33, een Daffodil met automatische transmissie en nu komt hij altijd op de fiets. In de loop der jaren heeft hij in verschillende groepen gewerkt, maar Mientjes heeft nooit de ambitie gehad om schooldirecteur te worden. ,,Nee, dat is niks voor mij. Als onderwijzer neem je wel dingen mee naar huis, van de kinderen, of de ouders. Maar als hoofd neem je alles van alle groepen mee. Ik heb bewondering voor de collega's die dat wel hebben gedaan, maar ik had die ambitie niet. Ik geef met plezier les en ga met plezier naar mijn werk, omdat ik dan met kinderen kan omgaan. De functie van een directeur is met paperassen omgaan. En met hogerhand. Dat zou niks voor mij zijn. Kinderen zijn voor mij het belangrijkste.'' Toen Mientjes voor de klas begon, was de verwachting nog dat hij met zestig jaar kon stoppen. Nu het zover is lijkt het er op dat hij nog zeven jaar moet werken voor hij AOW krijgt. ,,Ik voel me nog gezond en kijk eens wat voor rijkdom ik op mij heen heb met mijn vrouw, mijn kinderen en kleinkinderen. Ik ben gelukkig met hen, ik ben gelukkig met mijn werk en ik ben blij dat het nog zo kan.'' ,,Toch merk ik wel dat het zwaarder wordt. Eigenlijk moet ik er niet aan denken dat ik dit nog zeven jaar moet doen. Toen ik vijfentwintig jaar voor de klas stond ben ik een dag minder gaan werken, later twee dagen en nu ben ik om de week ook op woensdag vrij. Henny werkt ook voor de helft.'' De drie kinderen van het echtpaar werken ook in het onderwijs, evenals een van de schoonkinderen. ,,Het is wel een onderwerp binnen het gezin, maar we praten meer over voetbal. Ik heb zelf nog gevoetbald bij Vitesse en ben als trainer/coach begonnen bij Drachtster Boys. Daar hebben al onze kinderen ook gespeeld.'' Vluchtelingen Bijzonder is dat Mientjes voor zijn jubileum geen cadeautjes voor zich zelf wil hebben. In plaats daarvan heeft hij geld gevraagd voor Vluchtelingenwerk. Het echtpaar vangt de laatste jaren in hun eigen huis ook vluchtelingen op die in afwachting van hun uitzetting uit het asielzoekerscentrum worden gezet. ,,Het beleid van Nederland is dat vluchtelingen die in de procedure zitten, de uitspraak af moeten wachten in hun eigen land. Dat kan nooit, dus die worden gewoon op straat gezet. Zulke jongens vangen wij op, meestal een tegelijk, soms twee.'' De opvang gaat uit van VluchtelingenWerk en de Bethelkerk, die coördinerend optreedt. ,,We hebben een groot huis en nu de kinderen niet meer thuis wonen hebben we daar ruimte voor gemaakt. Het kwam gewoon op onze weg. Sander kwam een keer thuis met een jongen, die zou op straat worden gezet. We hebben even overlegd, en zo is de eerste vluchteling bij ons gekomen. Dat was Arras, die was toevallig gisteren jarig. Daar hebben we nog steeds contact mee, ook al is hij naar zijn eigen land teruggegaan.'' Het komt vaker voor dat vluchtelingen uiteindelijk toch weg moeten, maar twee derde van de jongens die het echtpaar heeft opgevangen heeft hier uiteindelijk wel een status gekregen. Sommigen daarvan wonen nog in Drachten. ,,Het is wel moeilijk als je zo'n jongen op Schiphol af moet zetten, je bouwt toch een band op. Maar soms moet je je verlies nemen. Voor die jongens is het nog veel moeilijker. Wat deze Nederlandse regering doet is heel zwaar voor hen, wij proberen een steentje bij te dragen door die jongens in ons huis onderdak en eten te bieden en ze iets van ons geluk mee te geven.''

Auteur

Fokke Wester