Foto-expositie over gemalen in Fries Landbouwmuseum

earnewâld

ÂLD – Gemalen: monumenten van waterbeheer, is de titel van een foto-expositie in het Fries Landbouwmuseum die te zien is van 1 juli t/m 31 oktober.

Deze expositie is een foto-impressie van oude- en nieuwe gemalen in Friesland gefotografeerd door Sieb Kinderman. Deze fotograaf reisde anderhalf jaar door de provincie om ze op de foto te zetten. Het geeft een prachtige sfeerimpressie van hoe wij vroeger en nu,onze waterbeheersing vormgaven. Waterbeheersing Om in ons land goed te kunnen wonen en leven is de waterbeheersing van groot belang. Eerst ging dat op natuurlijke wijze via sluizen of zijlen. In de vroege Middeleeuwen kwamen er bemalingswerktuigen. Tot in de 17e en 18e eeuw was de windmolen het belangrijkste hulpmiddel, maar de relatief beperkte capaciteit en vooral de afhankelijkheid van de wind was een handicap. De opkomst van de stoommachine die vanaf omstreeks 1870als serieuzeaandrijfbron ging fungeren, luidde het einde in van de poldermolens. Een kleine opleving in windaandrijving daargelaten toen rond 1920-1930 de Amerikaanse windmolen een kort leven kende. Deze vormden een tijdelijk alternatief voor de relatief dure stoombemaling. Net na 1900 kwam de verbrandingsmotor op en snel daarna de elektromotor. De laatste is nu het meest voorkomend. Tussen 1910 en 1950 werden de stoomgemalen ontdaan van hun stoommachines. Nu rest alleen nog het, in 1920 in gebruik genomen, ir. D. F. Wouda stoomgemaal te Lemmer. Ontwerp en ontwerpers In de tijd van de windmolen was het ontwerp en de bouw meestal verenigd in één persoon: de molenbouwer. In de eerste helft van de 19e eeuw werd het ontwerpen van gemalen een zaak van de overheid, te weten de Dienst Waterstaat. Daarna gingen ook particuliere ingenieurs en architecten zich hiermee bezig houden. Soms ontwierpen ze onopvallende bouwwerkjes, maar er zijnook architectonische pareltjes gecreëerd. Fabrikanten, installateurs en bouwers De eerste mechanische gemalen werden uitgerust met machines uit Engeland en Duitsland. Later gingen Nederlandse bedrijven een rol spelen bij de bouw van stoommachines, pompen en motoren. Veel van de fabrikanten uit de beginperiode bestaan niet meer. In Friesland is het meer dan honderd jaar oude Landustrie in Sneek een grote speler. De fotograaf Sieb Kinderman (1940) werd geboren in de Zwartebroekpolder vlakbij De Mûnein.  De polder telde één boerderij (ongeveer twintig hectare), met een eigen bemaling. Hij boerde daar tien jaar en vertrok toen naar de voormalige proefboerderij Wielsicht in Ryptsjerk. Na twintig jaar werd zijn land omgezet naar ‘natuurgebied’ en kwam er een einde aan zijn agrarische leven. In de plaats ervan kwam er tijd voor hobby’s zoals fietsen en fotograferen. Op één van zijn fietstochten zag hij een vervallen gemaaltje met dichtgespijkerde ramen. Zo ontstond een passie voor deze oude soms in onbruik geraakte gebouwtjes, een aantal met architectonische waarde. Maar hij vond ook nieuwe juweeltjes. Na anderhalf jaar zoeken en fotograferen leidde het tot deze expositie. Op de foto Gytsjerk: Een vervallen poldergemaal lozend via een opvaart op de ‘Moark’. Het gemaal is niet meer in gebruik. Aan de ‘útskoat’ te zien heeft hier voorheen een molen gestaan.

Auteur

Redactie