Landbouwmuseum laat schildering Piet van der Hem restaureren

Drachten

ÂLD - Afgelopen voorjaar heeft het Fries Landbouwmuseum een groot doek van de bekende, uit Friesland afkomstige, schilder Piet van der Hem laten restaureren.

Van der Hem vervaardigde dit enorme doek van twee bij drie meter voor de grote Landbouwtentoonstelling van 1927 in Leeuwarden. Op de schildering op textiel zijn een stier en drie mannen afgebeeld. De naar rechts kijkende zwart-bontestier wordt door een boerenknecht aan een touw vastgehouden, de andere twee personen zijn keurmeesters. Terwijl de ene de stier beoordeelt, maakt de ander notities, een en ander speelt zich af in een weiland met bebouwing op de achtergrond Onder de afbeelding staat de Friese tekst: IN BOLLE UT SOK SKAEI, YN ALLES SKILDERACHTIG  DY HELLET SIKERSONK OAN PUNTEN MEAR AS TACHTIG. (vertaling: een stier uit zo’n geslacht, in alles schilderachtig: die haalt waarlijk aan punten meer dan tachtig). Het doek is met financiële ondersteuning van de Wassenbergh Clarijs Fontein stichting en de Boelstra Olivier Stichting gerestaureerd. Bijzonder is dat Van der Hem zijn werk baseerde op een foto uit 1927 waarin de keurmeesters J.J. van der Weide (de man voor de stier) en K. Wijbenga een keuring uitvoeren. Piet van der Hem Pieter van der Hem  (1885 - 1961), was schilder en tekenaar.In 1902 ging Van der Hem naar Amsterdam om daar aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid te studeren. Nog tijdens deze studie volgde hij avondlessen bij A. Allebé, directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Van 1905 tot 1907 deed hij de dagopleiding aan de Rijksacademie, waar hij onder meer les kreeg van de schilder N. van der Waay en de graficus P. Dupont. In september 1907 vertrok Van der Hem naar Parijs. Na zijn terugkeer in Amsterdam in 1908 was Van der Hem veel in de volksbuurten te vinden om er het straatleven in beeld te brengen. In het voorjaar van 1909 kon hij zijn werk presenteren op de tentoonstelling van de schildersvereniging 'Sint Lucas' in het Stedelijk Museum. In de jaren 1909-1914 gold Van der Hem, samen met jonge schilders als Piet Mondriaan, Jan Sluyters en Leo Gestel, als vertegenwoordiger van het Amsterdamse luminisme, de stroming die, uitgaande van het Franse impressionisme, vernieuwingen in de Nederlandse kunst bracht. Van der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij - als nevenactiviteit - illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Vanaf 1914 tekende Van der Hem ook politieke prenten. Zijn vermogen om snelle en rake typeringen te geven, maakte hem in dit genre zeer geliefd. Werk van zijn hand verscheen onder meer in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagsche Post (1920-1935) en de Haagsche Courant (1935-1941). Toen de Duitse censuur in 1941 de Nederlandse pers geheel beheerste, staakte Van der Hem zijn activiteiten als politiek tekenaar. Na de oorlog ging hij hier niet mee verder, en tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.  

Auteur

Redactie