Geen schadevergoeding voor overbuur van Hospice op Het Zuid

DRACHTEN

De gemeente Smallingerland hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de overbuurvrouw van Hospice Smelnehaven op Het Zuid. Het verlies in waarde van haar woning is te klein en valt onder het maatschappelijk risico, zegt de deskundige van Saoz.

De buurvrouw had gevraagd om een tegemoetkoming in de planschade in verband met het vestigen en uitbreiden van hospice Smelnehaven aan Het Zuid 20. De aanvraag is op 1 mei 2013 ingediend door haar vader, maar die overleed vier dagen later. Zijn dochter erfde de woning en kon daarom ook de aanvraag overnemen. Privacy De klachten betreffen het verlies van het vrije uitzicht en het verlies van privacy. Het bezwaar is niet gericht tegen de bouw en de verbouw, omdat er eerder ook al een boerderijtje stond. Wel is de buurvrouw het er niet mee eens dat de woning wordt gebruikt als hospice, waar terminale patiënten hun laatste dagen kunnen doorbrengen met medische en verpleegkundige begeleiding. Juist dat gebruik zou de waardedaling tot gevolg hebben. De overbuurvrouw wijst daarbij vooral op de gevoelens die zij en haar kinderen ervaren omdat ze elke dag worden geconfronteerd met de dood. ,,Dit schrikt ook potentiële kopers voor mijn woning af'', aldus de vrouw in een reactie. In feite is het Hospice gewoon een bedrijf, betoogt ze. ,,Er wordt geen rekening gehouden met de zondagsrust, er wordt af en aan gereden, al voor 7.00 uur 's ochtends, mensen staan op straat te huilen. Het gaat alle dagen door, 24 uur per dag, 7 dagen per week.'' Vergelijking De aanvraag is voor de gemeente beoordeeld door de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (Saoz), die zoals gebruikelijk niet naar de feitelijke situatie keek, maar de mogelijkheden en onmogelijkheden van het oude bestemmingsplan vergeleek met die van het nieuwe, dat eerst de bouw (in 2008) en later de uitbreiding (2013) van het hospice mogelijk maakte. Bij die uitbreiding werd het aantal gastenkamers verhoogd van vier naar zes en werd een terras veranderd in een zitruimte. Saoz concludeert dat de planologische wijziging inderdaad nadeel oplevert. Uit een taxatie blijkt dat de waarde van de woning van de aanvrager is gedaald van 155.000 naar 152.000 euro. Volgens de Wet op de ruimtelijke ordening blijft 2 procent van de waarde van de onroerende zaak echter voor rekening van de aanvrager, wegens normaal maatschappelijk risico. In dit geval komt dat neer op 3.100 euro. De schade komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking. De overbuurvrouw wijst er op dat een buurman naast de Hospice wel planschadevergoeding heeft ontvangen van de gemeente. Volgens de Saoz verschillen de situaties van beide aanvragers echter aanmerkelijk. Omdat de aanvraag is afgewezen krijgt de aanvraagster ook niet de 300 euro terug die betaald moest worden voor het in behandeling nemen van de aanvraag.  

Auteur

Fokke Wester