Nevenverdiensten gemeentebestuur Smallingerland blijven binnen de perken

DRACHTEN

Geen van de collegeleden van Smallingerland hoeft loon in te leveren omdat hij of zij te veel neveninkomsten heeft gehad. Dat blijkt uit stukken die de gemeente aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gestuurd.

Voor de politieke ambtsdagers geldt sinds 2010 een verrekeningplicht van eventuele neveninkomsten. Burgemeester Tjeerd van Bekkum en de wethouders Jos van der Horst, Marja Krans en Ron van der Leck hebben bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken opgegeven wat ze naast hun baan hebben verdiend. Op basis van de cijfers heeft het Ministerie beslist dat voor geen van de collegeleden een verrekening nodig is. Overgangsregeling De verrekeningplicht geldt niet voor wethouder Nieske Ketelaar, omdat zij al voor 2010 de functie van wethouder in Smallingerland vervulde. Voor bestuurders die al voor 10 maart 2010 in functie waren bij het zelfde bestuursorgaan geldt een overgangsregeling. De andere drie wethouders zijn pas twee jaar in functie. De regeling geldt niet voor Van Bekkum, die destijds al wel burgemeester was, maar in een andere gemeente (Marum). Bij de verrekening geldt voor inkomsten uit nevenfuncties die niet aan het ambt zijn gebonden een vrijstelling van 14 procent van de bezoldiging. Van het geld dat meer wordt verdiend wordt de helft afgetrokken van het salaris. Dit gaat tot maximaal 35 procent van het salaris. De verrekenplicht geldt voor alle voorzitters en dagelijks bestuurders van de decentrale bestuursorganen die voltijds werken en die niet onder het overgangsrecht vallen. Dit zijn commissarissen van de Koning, burgemeesters, voorzitters van een waterschap, gedeputeerden, wethouders en de dagelijks bestuurders van een waterschap.  

Auteur

Fokke Wester