Heropening Polderhoofdkanaal heeft weinig effect op natuur

NIJ BEETS

/DE VEENHOOP - De openstelling van het Polderhoofdkanaal heeft nog geen grote effecten gehad op de flora en fauna in het gebied en de fysieke/chemische toestand van het water. Toch moet er nog beter gekeken worden, vindt de Monitorcommissie.

Dat er nu schepen kunnen varen van De Veenhoop naar Ulesprong is niet slecht voor het kanaal. Dat blijkt uit onderzoek dat vorig jaar op het Polderhoofdkanaal heeft plaatsgevonden. Het ecologisch bureau Koeman en Bijkerk heeft de zogenoemde biotische monitoring uitgevoerd en aangevuld met de abiotische gegevens van het Wetterskip. De Monitoringscommissie die door de gemeenten Opsterland en Smallingerland is ingesteld adviseert om het vaarbeleid van 2015 ook in 2016 aan te houden. Dit betekent dat de vaardiepte, vaarfrequentie, periode van openstelling en ook vaarsnelheid niet verandert. Het Polderhoofdkanaal wordt daarom dit jaar opnieuw op 1 juli geopend voor de recreatievaart en op 15 september gesloten. Uit vaarproeven is gebleken dat een verhoging van de huidige vaarsnelheid, 6 kilometer per uur, niet wenselijk is. Modderkruiper Het 7,5 kilometer lange Polderhoofdkanaal is vorig jaar juli na een jarenlange juridische strijd open gesteld voor recreatief vaarverkeer, waardoor een doorgaande vaarverbinding ontstond tussen de Wijde Ee bij De Veenhoop en de Nieuwe Vaart bij Ûlesprong. In verband met deze ruimtelijke ingreep heeft eerder al ecologisch onderzoek plaatsgevonden, waaruit is gebleken dat in en rondom het Polderhoofdkanaal verschillende beschermde soorten voorkomen, waaronder de Gestreepte waterroofkever, Kleine modderkruiper, de Waterspitsmuis en de Groene glazenmaker. Naar aanleiding hiervan is door Altenburg & Wymenga in 2008 onderzocht, of en in hoeverre negatieve effecten van openstelling van het Polderhoofdkanaal op de natuurwaarden kunnen worden voorkomen. Uit dit rapport bleek ondermeer dat bij openstelling van het PHK een goede monitoring van belang is. Die monitoring is later ook als voorwaarde gesteld bij de verleende ontheffing van de Flora en faunawet. Voorafgaande aan de openstelling is in 2013 en 2014 dan ook een zogenoemde nulmonitoring uitgevoerd, waarbij nauwkeurig is vastgelegd wat er in en rond het kanaal aan planten en dieren leeft. Het vervolgonderzoek vindt in elk geval tot 2019 elk jaar plaats, in verband met het ’hand aan de kraan’ principe. Compensatiegebieden Bij de heropening van het kanaal zijn vier compensatiegebieden aangelegd, om de negatieve gevolgen die verwacht werden goed te maken. Daarbij gaat het om een verbrede watergang in de Kraanlannen tussen de Veenhoopstervaart en  het PHK, een meanderende verbinding met het Alddjip en het natuurgebied Piershiem, een Parallelkanaal van 400 meter lengte in de Kraanlannen en een Nevengeul in de noordoever van het PHK. Bij de eerste check vorig jaar werd de Gestreepte waterroofkever in het kanaal op exact hetzelfde aantal locaties en met exact hetzelfde aantal exemplaren aangetroffen als bij de nulmeting. In de compensatiegebieden zijn geen exemplaren gevangen. Wel is vorig jaar een Gestreepte waterroofkever gevonden in het Ald Djip, wat volgens de onderzoekers wel aangeeft dat er 'potentie is voor verdere kolonisatie in dit compensatiegebied naar de recent opnieuw ingerichte delen'. Uit meetgegevens van Wetterskip Fryslân blijkt dat het water vorig jaar minder helder is geworden in vergelijking met voorgaande jaren, ondermeer door de toegenomen algenbiomassa. Uit de monitoring blijkt dat de compensatiegebieden nog niet ‘werken’, waardoor mogelijke effecten niet gecompenseerd kunnen worden. Dit werd al verwacht bij het onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd voorafgaand aan de openstelling van het Polderhoofdkanaal. Toch zorgen De Monitoringscommissie maakt zich ondanks de geringe gevolgen van de openstelling toch zorgen. ,,Hoewel de waargenomen ontwikkelingen niet significant te noemen zijn, zijn deze in ieder geval niet positief. Het doorzicht in het PHK lijkt wat afgenomen en de vegetatieontwikkeling in het midden van het kanaal is achteruitgegaan. Dit zijn te verwachten reacties en zolang de compensatiegebieden zich positief ontwikkelen is dit ook geen probleem. Dit laatste is echter (nog) niet het geval, waardoor de mogelijke effecten momenteel niet gecompenseerd (kunnen) worden. De commissie spreekt dan ook haar zorg uit voor de toekomst’’, zo staat het in het advies aan de beide gemeenten. De commissie pleit dan ook voor een aanpassing van de monitoring, waardoor meer informatie beschikbaar komt. De Monitorcommissie noemt het cruciaal dat de monitoring wordt aangepast om daarmee meer gefundeerde uitspraken te kunnen doen. ,,Alleen dan kunnen de werkelijke oorzaken achter een eventuele achteruitgang van beschermde soorten worden geconstateerd, wat noodzakelijk is voor het nemen van beslissingen. Het zou immers jammer zijn om negatieve veranderingen toe te moeten schrijven aan de  effecten van recreatievaart (en hier uit voorzorg maatregelen voor te nemen), terwijl de werkelijke oorzaak ook elders kan liggen en geheel andere maatregelen vergt. Alleen als we het begrip van het systeemfunctioneren van het PHK en de compensatiegebieden gaan doorgronden, en de mogelijke veranderingen kunnen koppelen aan de oorzaken, kunnen we hier duidelijkheid over krijgen.’’ Graasgedrag Het uitvoeren van een zogenaamde watersysteemanalyse wordt ook bepleit door Koeman & Bijkerk, die het monitoringsrapport hebben opgesteld. Om mogelijke verklaringen te vinden voor de veranderingen zou het bijvoorbeeld nuttig zijn om aanvullend onderzoek te doen naar de visstand in het PHK, want ook het ‘graasgedrag’ van jonge vissen heeft volgens de onderzoekers invloed op de bodembegroeiing. Ook zou gekeken moeten worden in aansluitende natuurgebieden. Veel  plaatsen waar nu is gekeken zijn bijvoorbeeld niet optimaal geschikt voor de Gestreepte waterroofkever, die maar op 8% van de onderzoekslocaties is waargenomen. Daardoor kan makkelijk een kever gemist worden, stellen de onderzoekers. Door op meer plaatsen in de omgeving te kijken kan beter worden gecontroleerd of de populatie van de Gestreepte waterroofkever zich handhaaft in het ruimere PHK-gebied.

Auteur

Fokke Wester