Hoge militaire onderscheiding voor kapitein Jakob Feenstra uit Drachten

Drachten

Kapitein Jakob Feenstra uit Drachten viel vorige week woensdag een bijzondere eer ten deel: voor zijn koelbloedige optreden tijdens een VN-missie in Syrië, ontving hij de Sculptuur Operationeel Optreden, de hoogste individuele onderscheiding van de Koninklijke Landmacht.

Jakob (36) is voor twee dagen in Nederland als we hem spreken. Hij heeft toestemming gekregen om een vijfweekse oefening in het noorden van Noorwegen voor korte tijd te onderbreken. Op die manier kan hij in de Utrechtse Kromhoutkazerne de ‘onderscheiding voor buitengewone toewijding en loffelijk optreden’ in ontvangst nemen uit handen van de commandant der Landstrijdkrachten. Het is juni 2013 als Jakob naar Jeruzalem vertrekt, om een bijdrage te leveren aan een VN-missie. Zijn vrouw Floor neemt een sabbatical van haar werk en reist met hem mee. Jakob maakt deel uit van UNTSO, de langlopende VN-missie die tot doel heeft om vrede te bewerkstelligen tussen Israël en een aantal omringende Arabische landen, waaronder Syrië. Zijn taak: als waarnemer erop toezien dat het bestand tussen Israël en Syrië uit 1974 wordt nageleefd. Om de waarnemingstaak mogelijk te maken, beschikt de VN over observatieposten in een bufferzone tussen beide landen, gelegen in de Golanhoogte. Uruzgan Hoewel hij de jongste van zijn team is - en ook niet de hoogste in rang - krijgt Jakob de leiding over observatiepost OP56. Die beslissing heeft alles te maken met zijn ervaring als militair.  Jakob is in 2008 in Uruzgan (Afghanistan) geweest, waar hij geleerd heeft om zijn taak onder extreme omstandigheden uit te voeren. Hoewel UNTSO al meer dan veertig jaar te boek staat als een rustige VN-missie, is de situatie in 2013 snel aan het verslechteren. Gevechten tussen het Syrische leger en rebellengroepen hebben de VN ertoe genoodzaakt de twee zuidelijkste observatieposten te sluiten. Daarmee is OP56 de meest zuidelijke post geworden. Op 1 oktober staat Jakob op het punt om met verlof te gaan als overal in de omgeving zware gevechten uitbreken. Jakob: "Ik was op dat moment in het VN-camp Faouar in Syrië, op ongeveer zes kilometer van OP56. Als commandant van de observatiepost wilde ik me zo snel mogelijk bij mijn team voegen. Dat lukte de volgende ochtend.  Ik was er net veertig minuten toen het Syrische leger met zware artillerie- en tankbeschietingen het vuur opende op rebellen die zich aan de voet van onze post hadden verschanst." Bunker Omdat de rebellen op een gegeven moment oprukken naar OP56, besluit Jakob zich met zijn manschappen terug te trekken in de bunker van de observatiepost. Na ongeveer anderhalf uur beseft Jakob dat er iets niet klopt. Zijn teamgenoten - een andere Nederlandse militair, twee Noren en drie soldaten uit Fiji - vallen één voor één in slaap. "Vanwege de spanningen in het gebied was het team uitgebreid tot zeven personen", vertelt Jakob. "Die bunker was echter gebouwd voor twee waarnemers, dus we waren heel snel door onze zuurstof heen. Omdat de situatie onhoudbaar werd, heb ik de deuren geopend. Ondertussen namen de beschietingen in hevigheid toe. Om een indruk te geven: in vijf dagen tijd zijn er in de directe nabijheid van onze post meer dan zeshonderd inslagen geweest." Op 3 oktober bestormen Syrische tanks de posities van de rebellen bij OP56. Op een paar meter van de observatiepost wordt één van de tanks geraakt door een raket. Als het Syrische leger zich vervolgens terugtrekt, nemen de rebellen het terrein weer in. Jakob: "Toen brak er paniek uit in het team. Iedereen was bang voor represailles van de rebellen.’ Ondanks de enorme druk, weet Jakob zijn kalmte te bewaren: ‘Tijd om bang te zijn had ik niet. Ik moest in controle blijven. Dat houd je rustig. Het feit dat ik al gevechtervaring had, heeft zeker ook meegeholpen." Hoe dan ook, toen de vijfde dag van de crisissituatie inging, dacht vrijwel iedereen dat ze het er niet meer levend vanaf zouden brengen. Jakob: "Er ontstond een vreemd soort gelatenheid. We waren er psychisch slecht aan toe, maar hebben toch ook nog met elkaar kunnen lachen." Boek Op 6 oktober worden Jakob en zijn mannen uit hun benarde positie bevrijd door een Quick Reaction Force, een gevechtseenheid van de VN. Jakob: "Een konvooi bracht ons naar de Israëlische kant van de bufferzone. Na een korte debrief ben ik een auto gestapt en ben ik naar Floor gereden. Pas bij haar brak ik. Alle opgekropte emoties kwamen eruit. Gecontroleerd instorten, noemen ze dat…" Jakob vertelt dat hij  de gebeurtenissen is Syrië goed heeft kunnen verwerken. "Ik ben goed opgevangen, heb er veel over kunnen spreken. Onder meer met generaal Van Wiggen. Hij heeft er een hoofdstuk aan gewijd in zijn boek ‘Niemand is belangrijker dan het team’. Zelf geef ik nu regelmatig lezingen over leiderschap. Dat heeft allemaal bijgedragen aan de verwerking."

Auteur

Redactie